LACHEN

Soms krijg ik plaatsvervangende schaamte wanneer ik mijn eigen vakgenoten bezig hoor. In `Humorloos lachen' (W&O, 7 april) citeert Simone de Schipper Jack Pettigrew, een Australische onderzoeker die een verband legt tussen lachen, binoculaire rivaliteit en vermeende functies van de hersenhelften. Volgens Pettigrew activeert het rechteroog de linker hersenhelft en het linkeroog de rechter hersenhelft. Dat geldt wel voor uilen, maar niet voor mensen. Elke student neuropsychologie leert dat beide ogen alles wat je links van het fixatiepunt ziet op de rechter hersenhelft projecteren en alles rechts van het fixatiepunt op de linker hersenhelft. De ogen hebben geen gekruiste relatie met de hersenhelften.

Pettigrew kwadrateert zijn elementaire fout door de linkerhersenhelft te bestempelen als de `positieve', terwijl de rechterhelft overheerst bij depressie. Als je rechteroog domineert in binoculaire rivaliteit ben je dus `positief', etc. Lariekoek, zulke karakteriseringen van de hersenhelften. Een reuze kletskous, die Pettigrew.