`Ik kan me goed voorstellen dat artsen stervenshulp niet melden'

De senaat stemde dinsdag in met 's werelds eerste euthanasiewet. Dankzij de inspan- ningen van D66, zegt verantwoordelijk minister Borst, ook D66. `Het is volbracht.' Maar is dat zo? `Ik ben niet tegen een pil van Drion.'

De verdieping op het departement van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waar minister Els Borst-Eilers (69) zetelt, líjkt op een chique ziekenhuis. Het licht is helder, de muren zijn no-nonsense wit, vertrouwd rammelt door de gangen het ijzeren karretje met koffie en thee. Stemmen worden gedempt rond de kamer van de frêle vrouw die zich volgens voormalig D66-leider Hans van Mierlo staande kan houden door ,,alleen haar wenkbrauwen op te trekken'.

Dat gaat als volgt. Ze trekt eerst haar mondhoeken een beetje naar beneden en dan gaan die wenkbrauwen simultaan omhoog. Eén korte blik geeft ze je onderwijl, te kort om echt misprijzend te worden. Prompt slaat ze de ogen weer neer en dan wacht ze het effect af.

Bijvoorbeeld als het over het christelijke volksdeel gaat dat een dag eerder met ruim tienduizend man rond het Binnenhof demonstreerde. Tégen de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, zoals de eerste euthanasiewet ter wereld, waarmee de Eerste Kamer dinsdag met 46 tegen 28 stemmen instemde, eigenlijk heet. ,,Daar ben ik ieder contact helaas mee kwijt, met mensen die zo denken.'

Háár partij D66 glorieerde. Zo zal ze het niet letterlijk zeggen, maar ze somt in terzijdes wel het nodige op.

,,Ik heb gisteravond Elida Wessel-Tuinstra opgebeld, die namens D66 in 1984 het eerste initiatief-wetsontwerp over euthanasie heeft ingediend.'

,,Roger van Boxtel, ook D66, kwam tijdens Paars I nog eens met een initiatief-wetsontwerp.'

,,Wij hebben er steeds achteraan gezeten. Het is fantástisch dat we dit bereikt hebben.' Even balt ze haar vuisten.

Dan mag ik vast ook wel vragen of u het gevierd hebt.

Alert: ,,Ik vind het ook weer niet iets om te vieren.'

Zuinigjes: ,,We hebben gisteravond even tevreden bij elkaar gezeten.'

Dan lacht ze toch: ,,Het is volbracht!'

We hebben een uur, dus beperken we ons tot de laatste tien jaar. Want tien jaar geleden was ze als vice-voorzitter van de Gezondheidsraad lid van de commissie-Remmelink die de euthanasiepraktijk in Nederland onderzocht. Door de bevindingen van deze commissie, die in 1991 concludeerde dat actieve levensbeëindiging in liefst duizend gevallen per jaar niet werd gemeld, kon het kabinet er na jaren van uitstel niet langer omheen: wie artsen tot melden wilde brengen, moest ze met een euthanasiewet van strafvervolging kunnen uitsluiten.

Toch zijn belangrijke adviezen van de commissie, waar Borst zelf nog altijd achter staat, in de huidige euthanasiewet bij lange na niet volledig opgenomen. Ís haar taak dus eigenlijk wel ,,volbracht'?

Ze begint behoedzaam en heeft zo haar oneliners om ergens een punt achter te zetten: ,,De discussie over leven en dood gaat altijd door.' Het tijdstip waarop die discussie politiek weer aan de orde komt, ligt wat haar ministerschap betreft veilig ver weg. Eerst moeten we wachten op het volgende rapport van de hoogleraren Van der Maas en Van der Wal, zegt ze. Die gaan voor de derde keer evalueren hoe vaak artsen levensbeëindiging melden. Daaruit moet blijken of de euthanasiewet wat uitmaakte. En dan is het 2003. Na mij de zondvloed? Zo zou Els Borst het nooit noemen. Van ,,glijdende schalen' wil ze niet weten, dat is de retoriek van de Christenunie die in de senaat een vergelijking met nazi-praktijken trok. En hoezo, zondig?

,,Waarom zou je denken dat dit tegen Gods wil is? Ik vind dat je dan formalistisch omgaat met de interpretatie van wat mensen wel en niet mogen, van God. Mensen mogen dus wel het leven eindeloos verlengen en allerlei geneesmiddelen maken. Je kunt toch moeilijk in een God geloven die wel zegt: `Je mag iemand een week later laten sterven.' En niet: `Je mag hem een week eerder laten sterven.' Dat kán ik niet begrijpen.'

Bent u zelf religieus? Of het geweest?

,,Ik ben geen lid van een kerkgenootschap, maar ik beschouw mezelf ook niet als een a-religieus mens. Ik vind eigenlijk niet dat ik hierop hoef te antwoorden. Maar goed.' Waarmee wat haar betreft weer een onderwerp is afgesloten.

Van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie is Els Borst al jaren lid. Haar eigen geschiedenis met euthanasie begon in 1983 toen ze medisch directeur was van het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Verpleegkundigen kwamen zeggen dat twee artsen euthanasie hadden gepleegd. ,,Mijn eerste reactie was: dat kan zo niet, dat hier in het holst van de nacht patiënten aan hun einde worden geholpen.'

Ging het echt zo? 's Nachts?

,,Het ging wel stiekem. Ik ben naar het bestuur gestapt en heb gezegd dat ik wilde dat wij een open euthanasiebeleid zouden voeren. Dat was schrikken, in dat bestuur zaten brave notabelen, maar ik was toen al bekeerd.'

Wie of wat bekeerde u?

,,Ik ben er nooit tegen geweest, ik dacht er gewoon nooit over na. Tot ik het meemaakte bij mijn grootmoeder die 95 was en naar het einde verlangde. Maar ze was gezond. En bij mijn schoonmoeder die na een erg naar sterfbed aan kanker gestorven is en die nooit gevraagd heeft om euthanasie.'

Uw ziekenhuis moest open worden over euthanasie. Hoe pakte u dat aan?

,,Ik ben naar de officier van justitie gestapt en heb gezegd: `Ik wil een protocol opstellen over euthanasie.' En dat werd een plezierig gesprek. Hij kon me niet garanderen dat hij elke keer van juridische stappen af zou zien als wij alles zouden melden en op schrift stellen, maar hij gaf aan dat het met strafvervolging wel mee zou vallen.'

Hebt u hem gemeld dat uw artsen al euthanasie hadden gepleegd?

,,Ik heb niks gemeld.'

Artsen die euthanasie verrichten of hulp bij zelfdoding geven, melden dat vijf jaar geleden in hooguit 40 procent van de gevallen. Cijfers over de laatste twee jaar laten zelfs een daling van het aantal meldingen zien. De zekerheid die de euthanasiewet wil bieden moet dat definitief veranderen: géén strafvervolging als een arts aan de criteria voor zorgvuldig handelen heeft voldaan. De belangrijkste zijn een `duurzaam verzoek' om levensbeëindiging door een patiënt, die `ondraaglijk' en `uitzichtloos' moet lijden. Net als minister Korthals van Justitie streeft Els Borst nu naar ,,honderd procent' meldingen. ,,Ook een arts die noodgedwongen niet aan één van de criteria heeft voldaan, moet voortaan de moed hebben dat te melden.'

Zo komen we op `de duizend van Remmelink'. De opdracht was te bestuderen hoe vaak actieve levensbeëindiging op verzoek voorkwam, maar de commissie-Remmelink verbreedde het onderzoek naar alle beslissingen die artsen rond het levenseinde nemen. ,,Toen kwamen de naar schatting duizend niet gemelde gevallen boven water waar mensen niet uitdrukkelijk om levensbeëindiging hadden gevraagd.'

Schrok u van dat aantal?

,,We hebben stevig gediscussieerd over de vraag of we dat erg moesten vinden.'

Want in de grootste, niet gemelde categorie van levensbeëindigend handelen was de patiënt meestal al zo ernstig ziek dat hij het voor euthanasie cruciale verzoek eenvoudigweg niet meer kón doen. De commissie-Remmelink wilde zulke gevallen daarom erkend zien als `stervenshulp'. Dat werd gedefinieerd als `het actief beëindigen van het leven op het moment dat de vitale functies onontkoombaar beginnen te falen'. Borst: ,,Dus iemand ademt al heel moeilijk, voert een doodsstrijd, zijn hart of longfunctie wordt minder en dat jij iemand dan even over de drempel helpt. Wij wilden dat dat tot het normale medische handelen werd gerekend.'

Dat is niet gelukt.

,,Nee, Hirsch-Ballin (CDA en toen minister van Justitie) nam het niet over.'

Dus is er nog geen juridisch alternatief tussen moord en euthanasie. Artsen die `stervenshulp' geven, riskeren nog steeds strafvervolging als de patiënt geen verzoek om levensbeëindiging meer heeft kunnen doen.

Heeft u, toen u minister werd, niet de neiging gehad dat alsnog te veranderen?

,,Nee, want we hebben het ook al laten rusten in het initiatief-wetsontwerp van Van Boxtel. En dat is in Paars-I door de twee coalitiepartijen overgenomen. Maar ik kan me voorstellen dat het onderwerp na het volgende rapport van Van der Maas en Van der Wal weer aan de orde komt.'

Dus als het aantal meldingen dan nog steeds laag blijkt te zijn, wilt u stervenshulp alsnog erkennen?

,,Het zou goed zijn als artsen er open mee omgingen. Maar ik kan me heel goed voorstellen hoor, dat ze zeggen: ik kan dit niet als euthanasie melden en ik heb er een goed geweten over, dus laat maar. Van mij mag nog wel eens worden vastgelegd dat we stervenshulp net als het staken van een behandeling tot normaal medisch handelen rekenen.'

Ze begint zelf over Wilfred van Oijen: ,,Die vond dat hij stervenshulp gaf.' Deze Amsterdamse huisarts werd in februari door de rechtbank veroordeeld wegens moord omdat hij een patiënt die onder erbarmelijke omstandigheden in coma lag, enkele uren voordat zij een natuurlijke dood zou sterven, een dodelijke spierverslapper toediende. Zij had daar niet om gevraagd en hij had dat niet gemeld. Daarmee waren de regels voor euthanasie overtreden, oordeelde de rechtbank, die desondanks met de zaak worstelde: omdat Van Oijen óók integer had gehandeld werd hem voor de `moord' geen straf opgelegd.

Omdat Van Oijen in beroep ging en de zaak nog onder de rechter is, wil Borst er niet specifiek op ingaan. Maar wel in algemene termen: ,,Oók bij stervenshulp blijft het zorgvuldigheidscriterium gelden dat er sprake moet zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. En bij iemand die in coma ligt, is ondraaglijkheid absoluut niet aan de orde. Hoe vreselijk je het zelf misschien ook vindt om dat aan te zien iemand ligt daar vredig bij. De hele euthanasiediscussie ging erom iemand uit zijn lijden te verlossen en als iemand niet lijdt, dan moet je er dus vanaf blijven.'

Mag een arts die als moordenaar is veroordeeld nog wel arts blijven?

,,Een arts die aan één of meer criteria voor euthanasie niet heeft kunnen voldoen moet een beroep doen op een noodsituatie. Stond hij aan een sterfbed waar iemand zo leed dat hij helpen móest? Dat is overmacht en heeft met euthanasie niks te maken.'

De rechter zegt juist: `Ik veroordeel u toch, het wás geen overmacht.'

,,Die rechter moet ik nog tegenkomen.'

De rechter zei dat tegen Van Oijen.

,,Ik heb het over de ideale situatie.'

Maar ik heb het over de werkelijkheid. Mag zo iemand nog arts blijven?

,,Daar gaat de inspecteur over.'

Ik heb het uw hoofdinspecteur gezondheidszorg gevraagd. En hij zei dat er nog geen aanleiding was de zaak-Van Oijen te onderzoeken.

,,Bij een arts blijven de intenties heel belangrijk. Ook een arts die een oerstomme medische fout maakte waaraan een patiënt is overleden, kan daarna nog steeds een heel goede arts zijn.'

Jarenlang liep de rechter de wetgever vooruit in euthanasiezaken. In 1994 oordeelde de Hoge Raad al dat onder lijden ook psychisch lijden kan worden verstaan. Het ging hier om euthanasie op een depressieve patiënt van de psychiater B. Chabot. Juist toen de euthanasiewet vorig najaar in de Tweede Kamer werd behandeld, kwam de Haarlemse rechtbank met een nog verregaander vonnis. In de zaak tegen de huisarts P. Sutorius, die oud-senator E. Brongersma (86) hulp bij zelfdoding gaf omdat hij levensmoe was, oordeelde de rechtbank dat ook dit gerechtvaardigd was. De `ondraaglijkheid' van lijden is subjectief, daarover kan alleen de betrokkene zelf oordelen, vond de rechtbank. Alleen `uitzichtloosheid' bleef objectief toetsbaar. En dat was volgens het vonnis gezien de hoge leeftijd van Brongersma aan de orde.

In de Tweede Kamer hebt u naar aanleiding van de Brongersma-zaak begrip geuit voor heel oude mensen die klaar zijn met het leven. U zei: `Daarvoor wil ik niet weglopen en zeggen: nooit helpen.'

,,Ik heb van nabij zo iemand meegemaakt en later heb ik zo iemand gesproken. Allebei waren ze 95 jaar en allebei hadden ze er gewoon schoon genoeg van. Zij verveelden zich te pletter en helaas verveelden ze zich niet dood. Want dat was eigenlijk wat ze het liefste wilden: `Elke dag word ik wakker en denk ik gedverderrie, ik ben weer niet ingeslapen'.'

Korthals sloot in de senaat niet uit dat levensmoeheid een grond voor euthanasie wordt, maar hij wil eerst het hoger beroep in de zaak-Brongersma afwachten.

,,Ik zou het liefst zeggen: levensmoeheid heeft niets te maken met de euthanasiewet, met geneeskunst en artsen. Je verlost iemand dan wel uit zijn lijden maar het is een lijden dat geen enkele relatie heeft met ziekte of een stoornis. Maar dan kom je bij de pil van Drion uit en dat is ook weer gevaarlijk.'

Ze doelt op het pleidooi van oud vice-president van de Hoge Raad Huib Drion in 1991 om zelfdodingsmiddelen vrij te verstrekken aan oude mensen die zelf een einde aan hun leven willen maken. ,,Zij willen niet dat de dokter ze doodmaakt, zij willen dat zélf doen, als een laatste daad van wilsuiting.'

Dat is geen kwestie voor een minister Volksgezondheid, zegt ze. ,,Maar het kan heel goed zijn dat een minister van Justitie zegt: Ik wil mensen toestaan er een einde aan te maken.'

U zou daarvoor zijn?

,,Als men het zelf kan doen en er een toets is om te bekijken of iemand werkelijk zo'n geval is. Die oude mevrouw van 95 die ik kende had ook haar kinderen verloren. Die had werkelijk kind noch kraai meer. Ja, een paar achterkleinkinderen die haar ook niet meer interesseerden. Als zij gezegd had: `Ik heb hier een pil en die neem ik in', dan had ik daar zeker vrede mee gehad.'

U bent voor de pil van Drion.

,,Ik ben er niet tegen als het zó zorgvuldig geregeld kan worden dat het alleen díe hoogbejaarde mensen betreft die klaar met leven zijn. Over dit onderwerp moeten we een uitvoerige maatschappelijke discussie hebben.'

Zeven jaar geleden zei u in deze krant dat u zelf geen euthanasieverklaring had ingevuld. U vond het voorgedrukte concept van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie te star. Hebt u daar al een oplossing voor gevonden?

Ze lacht. ,,Dat klopt. Je vindt je vaak niet in een formulier. Ik heb inmiddels zelf iets onder woorden gebracht.'