Het publiek

Bij een voetbalwedstrijd van de pupillen of junioren van een amateurclub staat vaak een groepje fanatieke aanhangers langs de zijlijn. Vaders, moeders, opa's en oma's schreeuwen soms de longen uit hun lijf om hun kroost op het veld aan te zetten tot grote prestaties. Dat gaat gepaard met complimenten en verwensingen. ,,Naar voren met die bal'' of ,,loop niet zo te pingelen'', luiden de goed bedoelde aanwijzingen. Een enkele vader heeft minder nobele motieven en roept zijn zoontje op ,,die gozer niet te laten lopen maar neer te halen''.

De ouders bejubelen en omhelzen hun kind na een goede wedstrijd of een doelpunt, na een teleurstellend optreden troosten ze het spelertje of geven hem een veeg uit de pan. Tijdens de `open dagen' van Feyenoord, waar de meest talentvolle van het land worden uitgenodigd, staan ouders en grootouders van uitverkoren voetballertjes dan ook stijf van spanning. Op het spel staat namelijk een plaats in één van de jeugdelftallen van de beroemde profclub. De trotse vaders hebben hoge verwachtingen van hun zoontjes die volgens hen natuurlijk ,,het meeste talent hebben''. Het kan voor vader op een teleurstelling uitdraaien, wanneer zijn zoon zich in de oefenpartijtjes niet waarmaakt en daarom niet wordt geselecteerd. De schuld ligt dan bij het veld of bij de scouts, die ,,oogkleppen voor hebben''. Met moeite, door trots verblind, willen ze toegeven dat hun zoon eenvoudigweg kwaliteit mist of is bezweken onder de druk van zijn omgeving.

Aflevering 26 in een serie over publiek