Gulden goochelaars

Net wanneer het hoofdgerecht dampend op tafel staat, gaat de telefoon. Een beleefde verkoper die je pensioengat wil dempen, een gratis hypotheek kan regelen, of iets aanbiedt dat je niet mag weigeren. Niemand is veilig voor die telefoonterroristen. Ze overvallen je met verleidelijke argumenten en noemen nooit de nadelen van hun voorstel.

Wanneer je de rollen omdraait, en zelf zo'n verkoper ondervraagt, hem niet laat ontsnappen, blijkt dat hij zich richt op analfabeten die niets van geld weten. Goedgelovige mensen die je met goocheltrucs inpakt en zo het zicht op de werkelijkheid ontneemt, wat iedere verkoper donders goed weet. Maar: `Ik moet ook wat verdienen.' Dat is precies waar het om draait. Financiële producten worden op de markt gebracht om er beter van te worden, zonder veel risico te lopen.

Bekend en/of berucht zijn de beleggingsplannen met aandelen of indexen, als trekpleister en motor. Verpakt in een verzekering als aflosdeel van een hypotheek, of in een leaseconstructie, die ongeveer zo in elkaar zit.

Je wilt voor 24.000 gulden een pakketje aandelen Ahold, ING, Koninklijke Olie en Unilever kopen, maar hebt het geld er niet voor (over). Dan biedt een leasebedrijf hulp. Ze lenen je voor een vooraf bepaalde vaste periode de aankoopsom tegen bijvoorbeeld 15 procent (of minder) rente per jaar (niet aftrekbaar van het belastbare inkomen) en kopen aandelen voor je. Het leasebedrijf wordt daar eigenaar van, en jij profiteert van de eventuele koerswinsten en andere voordelen. De lusten en lasten zijn voor de deelnemers, want een plan kan slecht aflopen. Je moet bijbetalen.

Meer dan eens willen lezers op zo'n aanbod ingaan en vragen of er adders onder het gras schuilen. Nee. Het basisprincipe van een leasecontract is simpel en voor iedereen te begrijpen. Aan het eind van de rit – vier, vijf, zeven of tien jaar – moet de opbrengst meer zijn dan de betaalde rente, de kosten en de lening. Beide toegerekend naar hetzelfde tijdstip, anders gaat de vergelijking mank.

Het pakketje met de vier beursvlaggendragers (24.000 duizend gulden, tegen 15 procent) moet dus na een jaar minimaal 27.600 gulden (24.000 1,15) waard zijn (inclusief eventueel dividend) om quitte te spelen, in theorie en zonder kosten te berekenen.

Zo'n korte termijn is niet realistisch en biedt de exploitant te weinig kostendekking. Het is speculeren, geen beleggen voor de lange termijn. Daarom lopen contracten langer: vier, vijf, zeven jaar enzovoort. Zeven jaar komt dicht tegen lange termijn aan, maar ook dan moet de opbrengst ten minste gelijk zijn aan alle (rente)kosten en de aflossing.

Het berekenen van die kosten is geen probleem: meestal een vast rentebedrag per maand, en geen tussentijdse aflossing. Een enkele aanbieder goochelt met de rente, laat je desgewenst termijnen vooruitbetalen en noemt dat korting, hoewel het een sigaar uit eigen doos is. Al die franje vertroebelt het zicht op het eindresultaat.

Het schatten van de opbrengst is wél een probleem. De exploitant moet voor jaren vooruit goede aandelen met potentie selecteren, tenzij hij kiest voor een brede spreiding via een index, zoals die van de AEX. Een selectie pakt wel eens faliekant verkeerd uit.

Neem een leasepakket met KPN. Op 6 maart 2000 piekte het aandeel op 75,62 euro om daarna te dalen tot 9,86 euro op 22 maart j.l. Over die keiharde correctie klagen deelnemers die hun contract onvoordelig zagen aflopen. Eerst waren ze tevreden over de oplopende koersen en dan ineens die koude douche.

Men wil zich ergens kunnen beklagen, vindt het niet fair van de aanbieder, die gewoon het contract nakomt. Dat zijn de schaduwzijden van het beleggen en van een leasecontract. Je zit voor jaren opgesloten zonder iets te mogen doen. Dat kan een voordeel zijn, bijvoorbeeld om de menselijke neiging tot veel switchen te beteugelen, maar wellicht is het de echte adder die onder het gras schuilt. Je kan geen kant op.

Daarbij kleeft er een bizar bezwaar aan de lease- en andere financiële producten. De aanbieder moet vaak een verkoopteam uit de grond stampen om zijn producten aan de man te brengen. Die mensen zijn daar iedere dag mee bezig en houden geen rekening met het beursklimaat of vreemde fluctuaties. Oogkleppen op, en verkopen. Ze blijven mandjes met KPN verhuren, op de top van dat fonds. Vreemd genoeg zijn de potentiële huurders juist dan bereid om hun handtekening te zetten. In de effectenwereld stijgt de bereidheid om te kopen bij oplopende koersen, en daalt tijdens dips. Terwijl het juist andersom hoort te zijn.

Je mag concluderen dat financiële producten een duur en inflexibel alternatief zijn van zelf beleggen of deelnemen in een beleggingsfonds.

Adriaan Hiele beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/Economie

    • Adriaan Hiele