Gifgas militair van weinig belang

In de Eerste Wereldoorlog werd door beide partijen meer dan 100.000 ton aan chemische wapens gebruikt. Het bracht voor geen van beide de overwinning dichterbij.

Meer dan tweehonderdduizend soldaten zijn in de Eerste Wereldoorlog omgekomen in de buurt van Vimy, het stadje waar nu een depot met wapens uit die tijd op springen staat. En als ze niet omkwamen, dan werden ze wel afgevoerd met brandwonden of ernstige longproblemen, of ze werden blind.

Het eerste massale gebruik van chemische wapens was op 22 april 1915, toen de Duitsers duizenden gasflessen met chloor gebruikten langs het zes kilometer lange front bij het Belgische Ieper. De Franse linie werd gebroken, maar de Duitsers hebben destijds niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om een doorbraak te forceren. Al snel kwamen de Fransen met eigen gasaanvallen, behalve chloor vooral fosgeen. In totaal werd in de Eerste Wereldoorlog meer dan 100.000 ton gifgas gebruikt.

Het gevaarlijkste van die chemische wapens was ongetwijfeld mosterdgas, dat in 1917 – opnieuw in Ieper – door de Duitsers werd geïntroduceerd. De uitwerking was dramatisch. Als de huid in aanraking komt met het gas, ontstaan pijnlijke vochtblaren die na een tijdje openspringen en wonden veroorzaken die gemakkelijk kunnen infecteren. Gevaarlijker is mosterdgas als het wordt ingeademd. Zestig procent van de soldaten die het inademden tijdens de Eerste Wereldoorlog overleed binnen een paar weken. Ook voor de ogen is mosterdgas gevaarlijk. Duizenden soldaten keerden blind uit de loopgraven terug.

Eigenlijk is mosterdgas geen logische naam. Omdat het bij kamertemperatuur een ietwat stroperige vloeistof is, die ruikt naar knoflook of uien. Die vloeistof lost maar matig op in water. Dat alles maakt mosterdgas juist tot zo'n verraderlijk wapen. Het kan dagen onopgemerkt blijven liggen en een paar miljoenste grammetjes zijn voldoende om blaren te geven bij een argeloze soldaat. Normale kleding biedt onvoldoende bescherming. Mosterdgas dringt gemakkelijk door textiel en zelfs door leer en rubber.

Een van de belangrijkste redenen dat de gifgassen in de Eerste Wereldoorlog zoveel slachtoffers maakten, is dat de soldaten erdoor werden overvallen. Bij goed voorbereide militairen is mosterdgas volgens militaire deskundigen alleen effectief als het in een verrassingsaanval wordt gebruikt. Gasmaskers en speciale kleding bieden een effectieve bescherming, maar het kan wel zeer demoraliserend werken om de hele dag met een gasmasker op te moeten lopen.

De mogelijkheden om je tegen gifgassen te wapenen, hebben uiteindelijk gemaakt dat ze – met uitzondering van de Italiaanse aanval op Ethiopië (1936), de Japans-Chinese oorlog (1938-42), de oorlog in Jemen (1963-67) en die tussen Irak en Iran (1984-88) – nooit een grote strategische rol hebben gespeeld. In de Tweede Wereldoorlog beschikten beide partijen over grote hoeveelheden gifgas, maar niemand zette ze in. Omdat ze geacht werden minder effectief te zijn dan conventionele wapens, maar ook omdat gevreesd werd voor wraak, zo niet op militaire, dan wel op burgerdoelen – waar het effect dramatisch zou zijn geweest.