Genengeld

Het Nederlandse genoomonderzoek moet in vijf jaar 600 miljoen gulden extra toegestopt krijgen. Genoeg om internationaal te kunnen meetellen?

`Misschien is het wat laat, maar nu schaart Nederland zich in ieder geval bij de groep van Europese landen die het genoomonderzoek actief stimuleren'', zegt dr. Charles Buys, hoogleraar Medische Genetica aan de Rijksuniversiteit Groningen. ``Maar beter laat dan nooit. Nu het ene genoom na het andere wordt ontcijferd en ook het menselijk genoom bijna volledig in kaart is gebracht, is er zo ongelooflijk veel werk dat we nog jaren vooruit kunnen.''

Woensdag kwam de door het kabinet ingestelde commissie-Wijffels met het advies het genoomonderzoek in Nederland een krachtige impuls te geven. Het voorstel is de komende vijf jaar 600 miljoen gulden extra uit te trekken voor genoomonderzoek. Genomics is, aldus de commissie, van `strategisch belang voor de kwaliteit van de Nederlandse samenleving' met name in de gezondheidszorg, landbouw en voeding. Volgens `Wijffels' leeft er in Nederland een `sense of urgence' en daarom zou het kabinet liefst dit jaar nog met de genomics-inhaalslag moeten beginnen.

Buys: ``Tot nog toe was genomics onderzoek waarbij op industriële schaal enorme machineparken de sequenties van het DNA in kaart brachten. Nederland heeft daar nooit een rol in kunnen spelen. Maar nu zijn we in een nieuw stadium aangeland. Het telefoonboek met alle adressen is er als het ware, maar nu moeten we uitzoeken wie waar woont en wat hij precies doet. Daar zit brood in voor de hele wereld.''

Genomics is het grootschalig onderzoek naar de DNA-volgordes van planten, dieren en micro-organismen en het in kaart brengen van de functie van genen. Langs die weg kan worden begrepen hoe de cel en uiteindelijk het hele organisme functioneert. Het vakgebied heeft de laatste tien jaar een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt, ook in Nederland. De commissie onder leiding van SER-voorzitter Herman Wijffels concludeert echter dat `Nederlandse universiteiten en instituten de snelle internationale ontwikkelingen, vooral op het punt van grootschalig onderzoek, niet hebben kunnen volgen, hoewel de wetenschappelijke kwaliteit in de relevante disciplines wel in huis is.' Ze wijst `budgettaire krapte' aan als een van de belangrijkste oorzaken dat Nederland momenteel onvoldoende mee kan gaan met de versnelling van de internationale ontwikkelingen op genomics-gebied.

De commissie formuleert vijf brede onderzoekszwaartepunten, die elk een subsidie van 50 miljoen krijgen: de relatie tussen voeding en gezondheid; methoden voor verbetering van de voedselveiligheid; mechanismen van infectieziekten; het ontstaan van ziekten waarbij zowel erfelijke aanleg als omgeving van invloed zijn (bijvoorbeeld kanker, auto-immuunziekten); en ten slotte het functioneren van ecosystemen en duurzaamheid, gericht op milieuveilige en gezonde plantaardige en dierlijke producten. De rest van het geld is bestemd voor bioinformatica (50 miljoen), vernieuwend onderzoek en versterking van de samenwerking tussen universiteiten en bedrijfsleven (200 miljoen) en voor onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van genomics-ontwikkelingen (50 miljoen).

In vergelijking met investeringen van andere landen (zie tabel) lijkt het voorgestelde bedrag van 600 miljoen gulden redelijk. Maar is het voldoende om Nederland internationaal te laten meetellen?

Algemeen directeur van NWO prof.dr. Eduard Klasen denkt van wel: ``We hebben al veel goed onderzoek in huis, het gaat erom onze internationale positie te behouden. Het is een forse investering, dit moet voldoende zijn.'' Dr. Arjen van Tunen, hoogleraar en directeur Research bij Plant Research International in Wageningen, wijst erop dat de omvang van het voorstel eigenlijk meer dan een miljard gulden bedraagt: ``Als je het rapport goed leest, dan stelt het dat tegenover elke zwaartepunt van 50 miljoen, 100 miljoen gulden moet worden bijgelegd door de kennisinstituten zelf.''

Prof.dr. Louise Vet, directeur van het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek in Nieuwersluis, is als een van de weinigen minder tevreden, zo laat zij weten op een door haar instituut georganiseerde workshop over environmental genomics. ``Environmental genomics is een vergeten gebied in Nederland. Het valt helemaal weg bij alle aandacht voor gezondheid en landbouw. Dit in tegenstelling tot Engeland en de Verenigde Staten, waar er wel volop geld is voor dit type onderzoek.''

Iedereen wil meedoen, maar raakt het genomics-onderzoek in Nederland daardoor niet versnipperd? Zou het niet verstandiger zijn geweest het budget te concentreren in één `bakstenen' genoomcentrum, zoals dat in juni vorig jaar werd voorgesteld in het Strategisch Actieplan Genomics?

Klasen: ``Daar is lang discussie over geweest. Als je het bij een bestaande universiteit zou neerzetten, zou iedereen roepen `doet u mij maar zo'n centrum'. Ik heb daarom altijd gezegd: dat stenen gebouw moet in de polder bij Almere komen, want dat maakt los van het getouwtrek ineens heel duidelijk waar het precies om gaat. Uit het hele land trekken dan alle goede mensen op dat gebied daar naartoe. Maar al die mensen raken dan stuk voor stuk losgekoppeld van hun inbedding, die we in de loop van tien jaar hebben opgebouwd. We hebben bewust geïnvesteerd in een aantal kernen die ieder hun eigen specialiteit hebben, voeding, gezondheid, landbouw.''

Van Tunen kan zich daarin vinden: ``Het voornaamste argument voor één nationaal centrum is het tegengaan van versnippering van het onderzoek. Maar dat probleem heeft de commissie-Wijffels prima ondervangen door de focus op de vijf zwaartepunten. Het voordeel is dat elk zwaartepunt nu zijn eigen faciliteiten kan inkopen; voor humaan genetisch onderzoek zal andere apparatuur wenselijk zijn dan voor het agrofood-onderzoek.''

Drs. Hans van den Berg van Akzo Nobel Pharma vindt het echter een gemiste kans dat het nationale genomicsinstituut is geschrapt. ``Dat is echt jammer, want zo krijg je een fractionering die ons minder competitief maakt met het buitenland. Verder is het overigens een goed rapport.''

In de visie van de commissie-Wijffels zal er een nationaal regie-orgaan voor genomics moeten komen, dat het onderzoek zal coördineren. Het zal worden ondergebracht bij NWO, met een eigen directeur en een eigen Raad van Toezicht. Klasen: ``Daar is vooraf al veel over gesproken met de commissie. Die wil het geld voor genomicsonderzoek bij elkaar houden en niet verdelen over de bestaande substructuur van NWO. Uiteraard zullen we wel proberen aansluiting te zoeken met lopende NWO-programma's zoals Functional Genomics, Biomoleculaire Informatica.''

Op de vraag hoe groot de kans is dat het kabinet deze miljoeneninvestering inderdaad zal doen, zegt Van Tunen: ``Het advies is in ontvangst genomen door vijf ministers. Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt, alle lichten staan op groen.''

    • Sander Voormolen