Duitse Groenen verkeren tussen angst en wanhoop

Zeventien nederlagen bij verkiezingen sinds najaar 1998 hebben van de Duitse Groenen een politiek labiele coalitiepartner gemaakt.

De Duitse Groenen zijn radeloos. De kiezers lopen bij bosjes weg, ministers vliegen elkaar in de haren, de roep om het aftreden van `zondebok' Jürgen Trittin, minister van Milieu, wordt luider. De ene Groene wil een sociale koers, de ander pleit voor een liberale politiek.

Na liefst 17 nederlagen sinds de parlementsverkiezingen van 1998 is de partij het spoor bijster. Vooral jongeren keren de Groenen de rug toe. Met angst en beven ziet de partijtop de volgende verkiezingen van 2002 dichterbij komen. De Groene milieudeskundige Reinhard Loske spreekt van ,,een collectief gevoel van hulpeloosheid''. En volgens de Groene parlementariër Christian Simmert gaat ,,pure angst om het bestaan [...] gepaard met grote wanhoop''.

Temidden van de nervositeit is deze week een richtingenstrijd uitgebroken over de politieke koers. Fractievoorzitter Kerstin Müller riep de partij op een meer sociale politiek te voeren. Bij debatten over sociale zekerheid wordt soms de indruk gewekt, dat de Groenen eerder de belangen van de werkgevers vertegenwoordigen, zei Müller, een sneer naar de liberale vleugel in de partij uitdelend. Daarop waarschuwde financieel expert Oswald Metzger – een Oberrealo – zijn partijgenoten meteen voor een `Wende' naar links. Links van de SPD kunnen de Groenen zich niet positioneren. ,,Als de Groenen terugvallen en vakbondsopvattingen gaan verkondigen, halen we de kiesdrempel van vijf procent niet eens meer'', zei Metzger.

Het vergaat de Groenen als de SPD ten tijde van de republiek van Weimar in de jaren twintig. Daarover merkte schrijver Kurt Tucholsky spottend op: ze wanen zich aan de macht, maar ze regeren slechts.

En regeren betekent compromissen sluiten – dat is de prijs die ook de Groenen voor de macht betalen. Maar die prijs vindt menig aanhanger van de kleine partij te hoog. De grens van het draaglijke is voor een deel van de achterban al lang overschreden. Joschka Fischer mag met zijn diplomatieke optreden als minister van Buitenlandse Zaken in Berlijn, Washington en Parijs respect afdwingen, veel Groene kiezers ervoeren de Duitse deelname aan de oorlog om Kosovo als het Waterloo voor de partij. Ook de felle protesten tegen het atoomtransport naar Gorleben maakten duidelijk, dat een deel van de achterban de 35 jaar veel te lang duurt die de rood-groene regering heeft uitgetrokken om uit kernenergie te stappen.

Door de snelle rolwisseling van oppositie- naar regeringspartij is het imago van de Groenen sterk verwaterd. Het regeren heeft de Realo's zó realistisch gemaakt, dat ze zelfs geen `anti-autopartij' meer willen zijn. Die spagaat tussen oud en nieuw schrikt kiezers af. Vaste aanhangers vinden dat de Groenen in de regering niet ver genoeg gaan, voor de Neue Mitte is de partij al groen genoeg.

De nieuwe partijvoorzitter Fritz Kuhn erkent dat het de partij slecht lukt in eenvoudige boodschappen duidelijk te maken waarvoor ze staat. De Hamburgse politicoloog Joachim Raschke is harder in zijn oordeel. `Zo kan men niet regeren', luidt de provocerende stelling van zijn jongste boek De toekomst van de Groenen. De Groene Partij heeft geen duidelijke koers, geen duidelijke leiding, geen doordachte strategie, vindt Raschke. De partij zou lijden aan Fischerisme – de fnuikende alleenheerschappij van de `Fischer-gang'.

,,De Groenen zijn slechts beperkt tot regeren in staat'', zei Raschke onlangs in Berlijn. Hij gaf een sceptische analyse over de twee regeringsjaren van de Groenen in de coalitie met de sociaal-democraten. De mening van de Hamburgse politicoloog komt niet uit de lucht vallen. Of het nu gaat om het afscheid van de atoomenergie, de milieubelasting of hervorming van het staatsburgerrecht – de Groenen zijn met hoogdravende eisen in de regering gekomen en moeten steeds zo veel water bij de wijn doen, dat het resultaat door de eigen achterban als nederlaag wordt ervaren.

Volgens Raschke ontbreekt het de partij ook aan een helder machtscentrum, dat de strategie uitstippelt. De Groenen hebben met hun dubbele voorzitterschap van zowel partij als fractie al tientallen politici versleten, terwijl hebben Fischer en zijn mannen, die geen partijfuncties bekleden, de werkelijke macht hebben, aldus Raschke.

,,We moeten geen verkiezingscampagne voeren alsof we in de oppositie zitten, maar wijzen op onze prestaties in dit kabinet'', zei Jürgen Trittin onlangs in deze krant. Met Joschka Fischer en Renate Künast (Consumentenzaken en Landbouw) leveren de Groenen immers twee van de populairste ministers. Als partij links van de SPD zijn de Groenen kansloos, maar als hervormingsmotor van Gerhard Schröders kabinet, waarvoor de liberale Groenen pleiten – minder staat, meer maatschappij – zijn er perspectieven, menen opiniepeilers. Ook Raschke ziet nog lichtpuntjes. ,,Leren in de politiek mogelijk is immers mogelijk tot de laatste snik'', zegt hij.