De Kyoto-kwestie

OVERVERHITTING IS zelden gezond en al helemaal niet in het internationale debat dat zich bezighoudt met maatregelen tegen het broeikaseffect. Het klimaatoverleg bevindt zich in een precaire situatie. Het protocol van Kyoto, dat in 1997 werd getekend, staat op losse schroeven. De VN-klimaatconferentie in Den Haag is vorig jaar november mislukt en het is niet duidelijk of een vervolgconferentie over drie maanden in Bonn meer kans van slagen heeft.

Anderhalve week geleden zorgde de Amerikaanse regering voor grote opwinding. `Kyoto', het akkoord om de uitstoot van broeikasgassen door industrielanden aanzienlijk te beperken, was in feite dood, zei het hoofd van het Amerikaanse milieubureau. De wereld reageerde met felle verwijten aan het adres van de Amerikanen: Bush kieperde het milieu van de internationale agenda. Maar die reactie was naïef, gespeeld en hypocriet. Het was bekend dat president Bush niets voelt voor het klimaatverdrag dat door Al Gore, zijn opponent bij de presidentsverkiezingen, in Kyoto is binnengehaald. De Senaat heeft met overweldigende meerderheid aangegeven niet bereid te zijn het verdrag in zijn huidige vorm te zullen goedkeuren.

GEEN ENKEL Europees land (op Roemenië na) heeft tot nu toe Kyoto geratificeerd. De klimaatconferentie in Den Haag mislukte door de halsstarrige houding van enkele Europese ministers van Milieu die weigerden met de Amerikanen (toen nog: de Democratische regering) tot overeenstemming te komen. Wellicht gokten ze op een overwinning van Gore – maar verstandig was het niet. Het knelpunt was de mate waarin bossen en natuurgebieden die kooldioxide opnemen, mogen meetellen bij het bereiken van de afgesproken reductie van broeikasgassen. Dergelijke natuurlijke `sponzen' wilden de Amerikanen inzetten; Europese delegaties, opgehitst door de milieubeweging, waren van mening dat de VS zich hiermee aan de afspraken van Kyoto probeerden te onttrekken. Niks bossen, Amerika moest zijn overmatige energieverbruik terugdringen.

Inmiddels is de EU bezig bij te draaien. Begin deze week beklemtoonden de ministers van Buitenlandse Zaken dat de Unie met de VS in gesprek wil blijven over milieuzaken. Terugdringing van broeikasgassen blijft het doel, maar over de techniek kan gepraat worden. De Nederlandse minister van Milieu, Pronk, voorzitter van de conferentie, heeft in Washington getracht het overleg weer op gang te brengen door voorstellen te doen die de EU in november verwierp.

DE REGERING-BUSH bestaat niet uit fanatieke ecovrienden. De Republikeinen leunen zwaar op de industrie. Bush grijpt de elektriciteitscrisis in Californië aan om te ijveren voor minder milieuregels en meer oliewinning. Ook al zou het verstandiger zijn te pleiten voor hogere elektriciteitsprijzen om de Californische consumenten te bewegen tot energiebesparing. Maar Bush is niet het type dat oproept de airco een streepje lager te zetten of kritische opmerkingen te maken over de rage van de SUV's (sport utility vehicles) die brandstof slurpen. Deze week heeft de president aangekondigd miljarden dollars te willen bezuinigen op ecologische programma's en natuurbeheer. Zijn begrotingsvoorstel zal niet ongewijzigd door het Congres worden aanvaard, maar de richting die Bush wil inslaan belooft voor het milieubeleid van deze administratie weinig goeds.

Terug naar Kyoto. Het broeikasprotocol vertoont zwakke plekken die in nieuwe onderhandelingen moeten worden aangepakt. Zoals de vrijwaring voor ontwikkelingslanden die geen maatregelen tegen broeikasgassen hoeven te nemen. Maar grote vervuilers, zoals China en India, zouden juist gestimuleerd moeten worden iets aan de uitstoot van CO2 te doen. Verder zijn de doelstellingen voor de CO2-reductie in 2012 volstrekt onhaalbaar en daardoor ongeloofwaardig. Als de VS gehouden zouden worden aan datgene waartoe ze zich verplicht hebben, zou Amerika zijn economie vandaag moeten stilleggen. Er bestaat geen regering die daartoe zal besluiten. Daarentegen kan de handel in emissierechten en het gebruik van natuurlijke `sponzen' bijdragen om de kosten van de reductie van broeikasgassen te beperken.

LOS VAN DEZE overheidsbenadering is het van belang om particuliere ondernemingen een grotere rol toe te kennen, bijvoorbeeld bij de ontwikkelingen van milieuvriendelijke technologieën. Grote ondernemingen zijn zich meer en meer bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zo zijn energieconcerns en autofabrikanten bezig met onderzoek naar waterstof als alternatief voor fossiele brandstoffen. Dat biedt perspectieven die veelbelovender zijn dan moeizaam bereikte doelstellingen in verdragen.

Bij dit alles kunnen de Verenigde Staten – de grootste economie, de grootste energieverbruiker, de grootste vervuiler – niet gemist worden. Wereldwijde klimaatafspraken zonder de VS hebben geen zin. Dat moet niet alleen tot Europa en de overige landen doordringen, maar ook tot de Verenigde Staten.