De Indiase consument kan nu kiezen

India voegt zich naar de liberale spelregels van de internationale handel. `Ketchup with the world', maar buitenlandse whisky blijft duur.

Op het eerste gezicht is er niets moderns aan de beroemde `Modern Bazaar' in het rijke zuiden van Delhi. Een doodgewoon winkelcentrum met een doodgewoon pleintje in het midden, waar hapjesverkopers strijd leveren tegen vliegen, straathonden met straatkinderen concurreren om de restanten, scholieren in de rij staan voor een bioscoop, riksha-rijders slapen in hun kar en winkeliers proberen wakker te blijven, meestal tevergeefs.

Er is slechts een zaak waar het altijd vol en druk is, de zaak waar dit centrum zijn naam aan verdient: de moderne supermarkt. Ze is piepklein, maar er zijn heuse winkelwagens, zij het wat roestig en met wieltjes die een eigen wil hebben. Er is een lange rij voor de kassa, de caissières zijn onvriendelijk, het brood is altijd op, kortom: helemaal zoals het hoort.

Hier kun je importproducten krijgen: chocola, kaas, margarine, doperwten, appels, ketchup, scheerschuim, shampoo en zelfs toiletpapier, uit het buitenland.

Maar sinds deze week is de moderne supermarkt haar monopolie kwijtgeraakt. Om toe te treden tot de internationale handelsorganisatie WTO moest India zijn laatste importbeperkingen op in totaal 715 artikelen opheffen. Tien jaar is gediscussieerd, alle voor- en nadelen, alle gevaren en problemen zijn bestudeerd, en het is dan eindelijk zo ver: vanaf deze week mag alles worden ingevoerd, er zijn geen kwantitatieve restricties meer.

De tijd van socialistische protectie is voorbij, juicht een weekblad, Ketchup with the world, India. En het blijft niet bij de metaforische ketchup. Buitenlandse whisky, sigaretten, tweedehandse auto's, elektronica, sportschoenen en spijkerbroeken, alles is binnen bereik van alle Indiërs, ook van degenen die niet reizen of kennissen in het buitenland hebben.

Er breken zware tijden aan voor Indiase fabrikanten. De verwachting is dat de concurrentie zal leiden tot verbetering van de kwaliteit van de inheemse goederen, wat in sommige gevallen hard nodig is. Het is bijvoorbeeld niet raadzaam je kind te verblijden met speelgoed van Indiase makelij. Een handgemaakt wagentje van blik kan zulke scherpe randjes hebben, dat het meer geschikt is als komkommersnijder. En whisky, met parmantige namen als `Peter Scot' en `Bagpiper', heeft niet meer dan een vage suggestie van drank, en is vooral geschikt als ontsmettingsmiddel.

Maar hoe zit het met fruit, vleeswaren en boter? De Indiase appels zien er misschien niet zo glad en glanzend uit als de Amerikaanse Red Delicious, maar ze zijn tenminste onbespoten. De kippen van eigen bodem hebben vaak uitbundig mogen scharrelen en de Indiase boter is buitengewoon smakelijk. Maar een pakje buitenlandse margarine zal relatief goedkoper zijn, en argumenten als `langer houdbaar', `beter smeerbaar' en `passend bij uw levensstijl' kunnen de Indiase zuivelproducenten nog ernstige hoofdbrekens bezorgen.

Er is echter niet voor niets tien jaar gediscussieerd over het vrijgeven van de markt. Zo is er een speciaal ambtelijk team ingesteld, een zogenaamde `war room', die erop moet toezien dat er geen oneigenlijke concurrentie in het spel zit. Men is vooral beducht voor dumping uit China, waar horloges, ballpoints en tandenborstels vandaan komen tegen prijzen die het verstand te boven gaan. Ook is er het gevaar dat Westerse kledingfabrikanten kledingstukken naar India brengen die in eigen land al lang uit de mode zijn. Maar daar kan de `war room' weinig tegen doen. Hier begint de verantwoordelijkheid van de consument.

Niet alles is aan de verantwoordelijkheid van de consument overgelaten: een tweedehandse auto zal onderhevig zijn aan zoveel invoerrechten, dat zelfs de nieuwprijs gunstiger zal zijn. En een fles Johnny Walker black label zal, na alle heffingen, toch even 400 gulden kosten. De meeste Indiërs zullen dus aangewezen blijven op vaderlandse whisky. Of die nu smaakt naar ontsmettingsmiddel of niet.

    • Anil Ramdas