De bank ruimde het allemaal keurig op

Volgende week begint de rechtszaak rondom het `diamantfiliaal' van ABN Amro aan de Amsterdamse Sarphatistraat. Vier medewerkers van de bank staan terecht omdat zij via frauduleuze handelingen zo'n 180 miljoen gulden zouden hebben verduisterd. Maar in het ABN Amro-kantoor was veel méér aan de hand. Waarom keek justitie niet verder? ,,De bank bepaalde wat wel en niet relevant was.''

Het is een illustratief beeld. Aan de ene kant van de ringweg A10 het hoofdkantoor van ABN Amro. Aan de andere kant het Amsterdamse paleis van justitie aan de Parnassusweg.

Dichtbij en toch zo ver weg.

Dat geldt in ieder geval voor ABN Amro-topman Rijkman Groenink, die donderdag de korte afstand moet overbruggen van het ene gebouw naar het andere. Hij moet dan getuigen in de geruchtmakende fraudezaak rondom het `diamantfiliaal' aan de Sarphatistraat, maar is tegelijkertijd in de geruststellende wetenschap dat de verdachtestatus niet aan de orde is voor hem of zijn onderneming.

Dat scheelt een stuk.

Want theoretisch gezien had het balletje net zo goed zo kunnen rollen dat ABN Amro, of enkele van haar topbestuurders, nu verdachten waren geweest in het feitencomplex rondom het Sarphatistraatfiliaal. Dat het niet alleen om vier ex-werknemers zou gaan, maar om méér. Want naast de nu aan het licht gekomen fraude, speelde er nóg een interessant gegeven. Het openbaar ministerie heeft daar in de beursfraudezaak, een ander financieel fraudedossier, een mooie term voor bedacht: `het faciliteren van belastingfraude'.

Die term is in het komende proces niet aan de orde. En Groenink zal daar tevreden over zijn. Groenink – destijds in de raad van bestuur verantwoordelijk voor het Nederlandse kantorennet – veegde de scherven van het Sarphatischandaal bij elkaar. Dat deed de ABN Amro-topman goed. Zó goed, dat de aanstaande rechtszaak vooral een proces tegen vier frauderende werknemers zal zijn. Natuurlijk, de rol van de bank zelf zal heus wel aan de orde komen. Maar een verdachtestatus is voor ABN Amro héél ver weg.

Het ABN Amro-filiaal aan de Amsterdamse Sarphatistraat is van oudsher een belangrijke speler in de gesloten wereld van de diamanthandel. Naast `normale' klanten heeft het kantoor een groot aantal cliënten uit de Amsterdamse- en Antwerpse diamantwereld. Dat is geen gewone cliëntèle. Geldstromen gaan vaak contant, vertrouwelijkheid is een sleutelwoord en volledige privacy het hoogste goed. Daartegenover staat een gouden business voor de afdeling Diamant Niet Ingezetenen (DNI) van het Sarphatistraatfiliaal. Een business waar de structuur op is aangepast. Zo wordt er gebruik gemaakt van honderden nummerrekeningen, die op naam staan van cliënten die niet in Nederland wonen. Alleen de directe medewerkers van de afdeling DNI weten de identiteit van de rekeninghouders, die in alle discretie hun zaken kunnen doen. Grote cash stortingen? Geen probleem. Het niet versturen van rekeningafschriften? Vanzelfsprekend. Orders via de telefoon? Meer regel dan uitzondering.

Omdat ook de administratie niet even zorgvuldig verloopt, ontstaat er een bancair speelveld waar weliswaar goed mee wordt verdiend, maar waaraan ook risico's kleven. Het systeem van nummerrekeningen, in combinatie met de mogelijkheid tot grote contante stortingen en volstrekte anonimiteit, levert immers ideale ingrediënten voor witwassen van kapitaal of belastingontduiking op. Verschillende ex-medewerkers van de bank vertellen er nu nog spannende verhalen over. Niet alleen over de diamantwereld zelf. Maar ook over klanten uit de wapenhandel. Of over nummerrekening 15729, op naam van Foud Abbas, hasjhandelaar en later kroongetuige in het proces tegen `de Hakkelaar'.

Binnen de bank worden die risico's ook wel onderkend. Al begin jaren negentig krijgt de leiding waarschuwingen van de interne accountantsdienst over met name de nummerrekeningen. En in 1995 ontvangt de top van het kantorennet een geheim rapport over hetzelfde onderwerp. Dit onderzoek is deze week op last van de rechtbank vrijgekomen, zodat het een rol kan spelen in de komende rechtszaak. Er staan alarmerende passages in: ,,Van een groot aantal relaties ontbreken kritische dossierstukken zoals kopie-legitimatiebewijzen, bewijzen van niet-ingezetenschap, vrijwaringsverklaringen wegens aanhoudpost, vernieuwde handtekeningkaarten en dergelijke.'' Het rapport, opgesteld door de Concern Accountantsdienst, trekt een interessante conclusie: ,,Als gevolg hiervan is het niet mogelijk de authenticiteit van rekeningen en van het niet-ingezetenschap vast te stellen. Hierdoor is niet gewaarborgd dat de gegevens van de bank voldoen aan huidige wettelijke en andere voorschriften.''

Dat is een explosieve zin.

Er staat immers, geparafraseerd, dat het niet zeker is of rekeninghouders wel of niet in Nederland wonen. En dat de situatie binnen het Sarphatifiliaal ruimte geeft voor illegale praktijken. De stap naar op z'n minst fiscale fraude is dan niet groot meer.

Het rapport wordt uitgebracht op 9 januari 1995. Maar de nummerrekeningen op de afdeling DNI aan de Sarphatistraat blijven gewoon bestaan. En de business gaat door.

Ondertussen voltrekt zich op diezelfde afdeling DNI een drama. Eén van de accountmanagers is dan al jaren bezig met frauduleuze handelingen die grote gevolgen zullen hebben. Het gaat om Peter S., hoofdverdachte in de rechtszaak die dinsdag begint. In het onderzoeksdossier vertelt S. dat hij jarenlang ongeoorloofde verliezen bij nummerrekeningen toestond. Omdat hij bang was dat dat uit zou komen, probeert hij het af te dekken met gelden van andere nummerrekeningen. Bovendien verstrekt hij grote leningen aan cliënten zonder dat daar zekerheden tegenover staan. De handelingen gaan van kwaad tot erger en de tekorten lopen gierend uit de hand. Op een gegeven moment krijgen drie collega's van S. lucht van de problemen. Wat er vervolgens precies gebeurt is door tegenstrijdige verklaringen niet helemaal duidelijk. Maar volgens justitie chanteren de drie S. en worden ze medeplichtig aan frauduleuze handelingen. Hoogtepunt is een overboeking van bijna zes miljoen dollar naar een `spookrekening' in Thailand. Die wordt in oktober '96 opgemerkt door de toenmalige chef van de afdeling. De vier vallen door de mand en worden op non-actief gesteld. In totaal blijkt er een kleine 180 miljoen gulden verdwenen.

Bij de raad van bestuur van ABN Amro slaat het nieuws over het filiaal aan de Sarphatistraat in als een bom. Volgens de bankers bible gaat er één oekaze uit: dit moet binnenskamers blijven. Niet alleen gaat het om een van de grootste bankfraudes in de Nederlandse geschiedenis, de affaire bevat veel meer smoking guns, zoals het rapport uit 1995 al beschrijft. De vier worden ontslagen, op `neutrale gronden'. Ze krijgen een getuigschrift mee, enkele maanden salaris en, op straffe van een boete van 100.000 gulden per overtreding, een zwijgplicht. Het is dan november 1996.

Toch verdwijnt de affaire niet stilzwijgend de geschiedenisboeken in. Zij komt óók ter ore van fraudeofficier Henk de Graaff in het justitiegebouw aan de Parnassusweg. De Graaff besluit niet zelf in de zaak te duiken, maar de affaire te beschouwen als een interne kwestie. Hij laat het initiatief aan de bank: ,,ABN Amro zou orde op zaken stellen en dan aangifte doen'', zo verklaart hij in het onderzoeksdossier. Maar maanden later is dat nog steeds niet gebeurd.

Totdat de zaak via De Telegraaf van 7 februari 1997 uitlekt. Dan wordt het blijkbaar ook De Graaff te gortig. In het onderzoeksdossier stelt hij dat hij ,,kennis dragend van een strafbaar feit niet langer kon en hoefde te wachten op een aangifte van de bank''. Dat gebeurt uiteindelijk pas op 13 maart 1997. Sneu voor de vier ex-werknemers die de illusie hadden dat de zaak was afgedaan. Nu staan zij volgende week dinsdag aan diezelfde Parnassusweg terecht.

Na de aangifte komt het justitiële apparaat in beweging. Maar het gaat langzaam. De afdeling Concern Veiligheidszaken van ABN Amro blijkt de opsporingsdiensten op alle cruciale aspecten van het onderzoek voor te zijn geweest. De gedupeerde cliënten (die overigens allemaal gecompenseerd zijn), de vier ex-medewerkers, overige personeelsleden: ze zijn allemaal als eerste door de bank zelf gehoord. Ook in Thailand en Hongkong, waar lijnen van de frauduleuze handelingen lopen, is de bank er het eerste bij. De afdeling DNI is inmiddels opgeheven, het kantoor aan de Sarphatistraat verbouwd, computers en administratie verdwenen, zo stellen rechercheurs van de Amsterdamse politie beteuterd vast: ,,De bank bepaalde wat wel en niet relevant was. Ik heb daar een naar gevoel over.''

Een nóg naarder gevoel heerst er bij de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD). Daar is grote motivatie om de tanden in de zaak te zetten omdat het filiaal in de Sarphatistraat geen onbekend object is. Al in 1990 doet de FIOD onderzoek naar mogelijke belastingontduiking door cliënten van DNI. Het leidt tot niets, maar bij de opsporingsdienst leeft het vaste vermoeden dat de nummerrekeningen helemaal niet alleen door niet-ingezetenen worden gebruikt. De FIOD heeft diverse aanwijzingen dat tientallen Nederlanders via de rekeningen de belastingen ontduiken. Dat gaat betrekkelijk simpel: de nummerrekening staat op naam van een in het buitenland gevestigde persoon of bedrijf, maar via een machtiging kan ook een in Nederland woonachtige persoon daar gebruik van maken.

Uit interne documenten die deze krant heeft kunnen raadplegen, blijkt hoe de constructies in elkaar zitten. Ook (voormalige) medewerkers van ABN Amro kunnen bijzonderheden geven. Maar de FIOD komt niet veel verder omdat De Graaff besluit de bank niet als verdachte aan te merken. En dat terwijl de Amsterdamse politie stelt dat er ,,genoeg aanknopingspunten'' zijn om ,,een onderzoek in te stellen naar de strafbaarheid van ABN Amro en de feitelijk leidinggevenden binnen de bank.'' Er is namelijk nog meer dan de vermoedens van belastingontduiking. Het filiaal aan de Sarphatistraat blijkt te hebben beschikt over een contante dollarkas waar jarenlang tientallen miljoenen guldens doorheen lopen. Allemaal zaken die gemeld hadden moeten worden aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT). De bank meldt het achteraf alsnog. Vervolging is niet aan de orde. Opmerkelijk in vergelijking met de door de beursfraude-affaire getroffen kleine Bank Bangert Pontier. Bestuurders van die bank zijn wél aangepakt wegens een veel kleinere overtreding van de wet MOT.

Waarom gaat Henk de Graaff tegenover ABN Amro niet met dezelfde energie te werk als in de beursfraudezaak? Daar worden vermoedens van fiscale fraude via coderekeningen omgezet in hard optreden. Bronnen binnen justitie die anoniem willen blijven, wijzen op het risico van het aanmerken van ABN Amro als verdachte: ,,Dan krijgen ze restricties in Amerika, bijvoorbeeld in de emissiemarkt voor obligaties. Alleen dat al kost ze kapitalen. Als ons onderzoek op niets uitloopt, zitten wij vervolgens met een probleem.''

Zou de Sarphatistraat-affaire daarom ver weg worden gehouden van fiscale verdenkingen? Minister Korthals (Justitie) zei vorig jaar, na berichtgeving in de Volkskrant over het mogelijk gebruik van nummerrekeningen door Nederlanders, in de Kamer: ,,Het Sarphatistraat-onderzoek was niet gericht op witwassen of belastingontduiking.'' Bovendien zijn er volgens de bewindsman bij het OM in Amsterdam ,,geen feiten en omstandigheden bekend'' die er op wijzen dat de rekeningen gebruikt zijn om de fiscus te ontduiken.

Toch levert het rapport uit 1995 al interessante vermoedens op. Omstandigheden die ook nog eens ingekleurd hadden kunnen worden. Twee van de vier verdachten die volgende week moeten voorkomen, blijken De Graaff te hebben aangeboden om als `klokkenluider' te fungeren en details te vertellen over fiscale constructies zoals die door Nederlandse ingezetenen werden gebruikt. Ze hadden één voorwaarde: dat zij zelf niet voor medeplichtigheid aan belastingfraude zouden worden aangepakt. Een woordvoerder van het OM bevestigt dat er overleg is geweest over het aanbod. Volgens haar zou de FIOD een afspraak maken, maar wilden de twee daar niet op ingaan. De twee verdachten zeggen dat een gesprek nooit is doorgegaan omdat De Graaff weigerde om immuniteit te verlenen.

Zo blijft de Sarphatistraat-affaire een fraudezaak van vier ex-medewerkers. Niet meer dan dat. Terwijl aanwijzingen voor het misbruik van de nummerrekeningen op straat liggen. Begin 1997 wordt in een uiterst kritisch rapport van KPMG Forensic Accounting over het Sarphatistraatfiliaal al verwezen naar het onderzoek uit 1995. Maar dat rapport is pas deze week openbaar gemaakt. Omdat de rechter dat gelastte. Een beslissing waartegen De Graaff zich overigens heeft verzet. Tijdens een eerste 'regiezitting' over de zaak, enkele weken geleden, betoogt hij dat openbaarmaking niet nodig is omdat het schadelijk zou zijn voor de concurrentiepositie van ABN Amro. Na lezing blijkt dat reuze mee te vallen. Tenslotte gaat het over een allang opgeheven afdeling. Het rapport zou óók kunnen worden gekwalificeerd als een mooi aanknopingspunt voor justitiële opsporingsautoriteiten om een onderzoek te starten.

Dat gebeurt dus niet. ,,We hadden het niet door en toen we het door hadden, was het te laat en te risicovol'', aldus een van de betrokken ambtenaren. ,,De bank heeft het allemaal keurig opgeruimd.''

Rijkman Groenink zit aanstaande donderdag op enkele meters van De Graaff in het getuigenbankje. Daar zal hij veel vragen krijgen van de advocaten van de vier verdachten. Maar van de kant van De Graaff, die Groeninks komst als getuige trouwens onnodig vond, zal het waarschijnlijk vooral stil blijven. De officier mag dan dichtbij zitten, hij is ook ver weg.

    • Joost Oranje