ALLESETERS

Met plezier las ik de bijdrage `Alleseters' in W&O van 31 maart. Vooral omdat ik zelf al enige tijd onderzoek doe naar methoden die de recente milieurampen, veroorzaakt door de metaalmijnindustrie, kunnen voorkomen. Toch vind ik dat de geïnterviewde microbiologe Sonja Selenska-Pobell wel erg kort door de bocht gaat, als zij beweert dat uraniumvervuiling het beste met bacteriën gesaneerd kan worden.

Selenska-Pobell stelt vast dat de concentratie van zware metalen in oplossing afneemt bij activiteit van bepaalde bacteriën. Vervolgens wast zij die bacteriën met een geconcentreerde zeepoplossing om te bepalen hoe sterk ze de metalen blijven binden. Dit roept een vraag op: de meeste zware metalen vormen onoplosbare hydroxiden in sterke zeepoplossingen. De mate van binding moet dan ook niet worden bepaald met een basisch oplosmiddel, maar door te spoelen met een zure vloeistof, waarin de metaalionen makkelijk oplossen, tenzij ze bacterieel gebonden zijn.

Daarom zou het wel eens zo kunnen zijn, dat de bacteriën de metaalionen niet actief binden, maar slechts passief neerslaan, doordat zij door hun metabolisme de directe omgeving meer basisch maken. Misschien blijkt dit ook wel uit de waarneming dat bacteriën die de omgeving zuur maken, zoals de genoemde Leptospirillum ferrooxidans en Acidithiobacillus ferrooxidans, dezelfde metaalionen weer vrijmaken en in oplossing brengen.

Ik plaats hierom ook enige kanttekeningen bij de conclusie van Selenska-Pobell. Het is niet zo dat de biologische variant minder gevoelig is voor wisselende omstandigheden dan chemische en fysische methoden. Weliswaar past het bacteriële eco-systeem zich voortdurend aan als de omgeving verandert, maar daar staat tegenover dat een metaalion-bindende populatie vervangen kan worden door een metaalion-oplossende populatie. Daarnaast zijn bacteriën niet stabiel in thermodynamische zin. Het blijft nodig metaalion-bindende bacteriën te oogsten, om alsnog de metaalionen te kunnen isoleren en te verwerken. Zo niet, dan bestaat het gevaar dat de bacteriën in de natuurlijke omgeving desintegreren en de metaalionen opnieuw vrij komen.

In plaats van gebruik te maken van biokeramische filters, zoals wordt voorgesteld, kun je net zo goed direct een fysisch-chemisch filter gebruiken. Zo zijn er zeer goede resultaten bereikt met afval van de bauxietraffinage. Dit materiaal is gratis verkrijgbaar en verwijdert tot 99,98% van de meeste metaalionen onder zeer wisselende omstandigheden. Daarbij worden metaalionen ook nog eens permanent gebonden in nieuwgevormde mineralen, die wel thermodynamisch stabiel zijn en niet meer oplossen in de natuurlijke omgeving. Desondanks ben ik van mening dat de meest effectieve methoden nog moeten worden ontdekt en dat deze hoogstwaarschijnlijk van een gecombineerd biologisch-fysisch-chemische aard zullen zijn. Hiervoor is dan wel grensoverschrijdend onderzoek nodig.