Wat gebeurt er op het dak?

Op meer dan achtduizend meter hoogte zijn fictie en non-fictie lastig te scheiden, blijkt uit drie boeken over de klimsport. Er geweest zijn of er niet geweest zijn, dat is de vraag.

De Zone des Doods is het gebied hoger dan 7500 meter waar acclimatisering onmogelijk is en je lichaam een race aangaat met de tijd. In dit gebied kun je hallucinatoire ervaringen krijgen door zuurstofgebrek en uitputting. Je glijdt dan weg uit de werkelijkheid en het geheugen wordt onbetrouwbaar. De dood van acht klimmers, gestorven tijdens een nachtelijke storm op de Mount Everest in 1996 op een hoogte van boven de achtduizend meter, leverde meer dan zes `non-fictie' boeken op van expeditieleden die de ramp overleefden (waarvan Jon Krakauers Into Thin Air de bekendste is). Daarin draait het om de vraag wat er zich die nacht op het dak van de wereld heeft afgespeeld. Elk boek vertelt een ander verhaal van dezelfde expeditie. Voor een lezer is het lastig om vast te stellen welk verhaal het juiste is. Waarheid hoog op de berg is een grijs gebied; overtuigingskracht en een meeslepende wijze van vertellen zijn in de bergsportliteratuur daarom van groot belang.

Thriller

Matt Dickinson duidt Hoog risico nadrukkelijk als `fictie' door met grote letters `thriller' op de kaft te zetten. In zijn dankbetuiging schrijft hij echter dat hij geput heeft uit zijn eigen bijna-dood ervaringen als klimmer en lawine-expert. Schrijvers kunnen het beste schrijven over werelden die ze goed kennen, vindt hij. Dat Dickinson zich thuis voelt in de bergsport, bleek al uit zijn boek Death Zone. Climbing Everest through a Killer Storm, over zijn succesvolle beklimming van de Everest in 1996. Mooi in dat boek is de wijze waarop hij het principe van de ijlende klimmer in de Zone des Doods talig vormgeeft. Naarmate de klimmer hoger komt, wordt zijn taalgebruik wolliger, mistiger. Het maakt zijn boek literair gezien sterk. Opmerkelijk is dat Dickinsons vlot geschreven fictieboek Hoog Risico nu juist uitblinkt door helderheid.

Het raadsel van deze roman – de vraag wat zich een zekere nacht afspeelde op de toppen van de Everest toen twee klimmers de dood vonden – is dankzij het alwetende perspectief gauw opgelost. Dat Hoog Risico toch een redelijk spannende page-turner is, komt vooral omdat de lezer het gevoel heeft: deze fictie had echt kunnen gebeuren. Dickinson heeft naar hartelust geput uit de non-fictie bergsportliteratuur. Zo heet de held van het verhaal `Hal', een verwijzing naar de expeditieleider Rob Hall die in 1996 om het leven kwam (een keer wordt zijn naam zelfs per ongeluk met dubbel l geschreven), belanden de klimmers voortdurend in stormen en lawines die doen denken aan de rampbeschrijvingen van 1996.

Vermist op de Mount Everest biedt op basis van zowel historisch bronnenonderzoek van David Roberts als recente vondsten, kennis van de bergsport én een dosis fantasie van Conrad Anker; een interpretatie van de mysterieuze verdwijning van de twee Britse topklimmers George Mallory en Sandy Irvine. In 1924 deden zij een poging de Everest te beklimmen maar keerden niet terug. De `Mallory en Irvine research-expeditie 1999' werd opgezet met het doel om de dode klimmers alsnog te vinden. Onderzoek naar de lijken zou een antwoord opleveren op de vraag die berghistorici al vele jaren bezig houdt: bereikten Mallory en Irvine de klimmers voor hun dood de top? Dat zou een uniek feit in de annalen van het bergbeklimmen zijn, omdat Mallory en Irvine dan als eersten in de klimgeschiedenis een achtduizender zonder extra zuurstof zouden hebben beklommen. Maar hoe onderzoek je 75 jaar na dato of iemand wel of niet de top bereikte? Mallory en Irvine waren de dag van hun toppoging de enigen op de berg. Ooggetuigeverslagen zijn er dus niet. Op achtduizend meter is de Everest echter een vrieskist waarin dode klimmers goed geconserveerd blijven.

Klimmer Conrad Anker vond op 1 mei het lijk van Mallory, met in zijn jaszakken enkele spullen, onder andere enkele brieven en een polshorloge. Op grond van de stand van de wijzers van het horloge concludeert Anker dat de mogelijkheid bestaat dat de klimmers de top haalden. Maar wanneer hij de moeilijke route reconstrueert en zelf probeert na te klimmen, concludeert hij op grond van tijdsberekeningen en de technische uitrusting van de twee klimmers dat ze de top niet gehaald hebben. In een spannende ontknoping interpreteert Anker als een soort detective het nieuwe bewijsmateriaal en vertelt zijn versie van wat er volgens hem die nacht is voorgevallen. Hij concludeert dat definitieve oordeelsvorming lastig blijft, omdat deze sterk wordt beïnvloed door gevoelens van sympathie, vriendschap en door wat men graag wíl geloven.

Bart Vos

Dat definitieve oordeelsvorming lastig is, blijkt ook uit de onrust rondom de Nederlandse klimmer Bart Vos. Is hij in 1984 wèl of niet de eerste Nederlander op de top van Mount Everest geweest? Vorig jaar beweerde medeklimmer Mariska Mourik in Een meter Everest van niet. Ze schreef ook dat de andere expeditiedeelnemers van het bedrog van Vos afwisten, maar moedwillig hebben gezwegen. Samen met zijn expeditieleden, met uitzondering van Han Timmers, tekende Bart Vos protest aan. Witboek Everest bevat twee korte steunbetuigingen van Joost Ubbink en Edmond Öfner. Het grootste gedeelte bestaat uit een close-reading door Bart Vos van Mariska Mouriks boek. Regel voor regel wijst hij op wat in zijn ogen onjuistheden zijn in haar boek. De enorme hoeveelheid droge correcties variëren van onbenulligheden als: `Aan de koelkast van Barts huis hebben nooit tekeningen, foto's, magneetjes of iets dergelijks gehangen' tot ernstiger zaken zoals Mouriks gesjoemel met tijden. Dat hij bij terugkomst van de top op de vraag `en ben je er geweest', eerst `nee' en daarna `ja' zou hebben geantwoord, blijkt ook verklaarbaar. Mourik vroeg volgens Vos namelijk: `Zijn jullie op de top geweest'. Het `jullie' bracht de uiterst vermoeide Vos in verwarring. Híj was er wel geweest, maar de sherpa Ganesh, die met hem meeklom, niet.

De koelbloedige opsommingen leveren een merkwaardig soort proza op, dat op den duur op de lachspieren werkt. Wat blijft hangen is vooral de karakterschets die Vos geeft van Mourik. Hij legt veel nadruk op Mouriks leugen omtrent haar vermeende filmervaring, waardoor zij een plek in het team verwierf die zij anders nooit had gekregen. Ook suggereert expeditiegenoot Joost Ubbink een intieme band tussen Han Tummers en Mariska Mourik. Met dat materiaal in handen had Bart Vos ook een soapachtige en hilarische rechtszaakthriller kunnen schrijven, temeer omdat hij in de inleiding schrijft dat hij Een meter Everest als onzin beschouwt. Aangezien zijn reputatie in het geding is, wil hij toch `de feiten' op tafel leggen.

Opgelapt

Een van de belangrijkste bezwaren tegen Een meter Everest is volgens Vos dat Mourik haar boek aanbiedt als `non-fictie'. Volgens hem bestaat het uit een scenario dat is `opgelapt tot roman' en aangevuld met `ronkende passages'. Op nummer één in Vos' lijst van de `methode en trucs' die Mourik in haar boek heeft gebruikt, staat: fantasie. Dat Mourik vijftien jaar gewacht heeft met het publiceren van haar boek verklaart hij door te wijzen op haar literaire ambitie en eerzucht. Na haar literaire debuut De IJszee op uit 1995 wilde de schrijfster nóg een boek. Een mooi boek wel te verstaan, fictie, oftewel: verzonnen.

Of Bart Vos wel of niet op de top van de Mount Everest heeft gestaan, weten we na lezing van Witboek Everest nog altijd niet zeker. Sluitende bewijzen vóór geeft Vos niet. Wel slaagt hij erin twijfel te zaaien over de betrouwbaarheid van Mouriks weergave van de gebeurtenissen. Wat nog het meest pleit voor Vos, is dat hij volgens de code van de bergsport de positieve bewijslast niet op zich hóeft te nemen. In een bijgevoegde verklaring van de Union Internationale des Associations d'Alpinisme staat dat men een klimmer op zijn woord dient te geloven tenzij sluitend en overtuigend het tegendeel kan worden bewezen.

Matt Dickinson: Hoog risico. Vertaald uit het Engels door Rogier van Kappel. Meulenhoff, 351 blz. ƒ34,90

Conrad Anker en David Roberts: Vermist op de Mount Everest. De zoektocht naar George Mallory. Vertaald uit het Engels door Rogier van Kappel. Prometheus, 200 blz. ƒ36,50

Bart Vos e.a.: Witboek Everest. De feiten van de Nederlandse Mount Everest Expeditie 1984. Nijgh & Van Ditmar, 283 blz. ƒ39,90

[kop pagina: Reizen]