Wahids weerspannige magistraten

President Wahid van Indonesië lijkt van corruptiebestrijding een prioriteit te maken. Maar oudgedienden in de magistratuur slaan van zich af.

Wie dezer dagen de krantenkoppen snelt, krijgt de indruk dat Indonesië in de ban is van de voorjaarsschoonmaak. President Abdurrahman Wahid pleit nu voor inzet van een paardenmiddel: omkering van de bewijslast in corruptiezaken. Overheidsdienaren met villa's en limousines zouden gedwongen moeten worden voor te rekenen hoe zij al dat moois hebben bekostigd van hun relatief bescheiden salarissen.

Wahids nieuwe minister van Justitie, Baharuddin Lopa, riep op zijn eerste werkdag de diensthoofden van zijn departement bijeen en overhandigde hen een manifest: corruptie binnen de rechterlijke macht wordt voortaan niet langer geduld. Lopa voegde de daad bij het geschreven woord en stelde 12 rechters en zeven griffiers op non-actief. Oud-minister en gewezen `houtkoning' Mohammed `Bob' Hasan, zakenrelatie en golfmaatje van oud-president Soeharto, die onlangs in hoger beroep tot zes jaar werd veroordeeld wegens verduistering, werd op last van Lopa overgeplaatst van zijn relatief comfortabele cel in Jakarta-Oost naar het eiland Nusakambangan, een berucht bagno voor langgestraften. ,,Anders neemt hij de benen'', aldus de minister.

Op 31 maart werd Ginandjar Kartasasmita, oud-minister van Soeharto en tot voor kort een van de machtigste mannen van het land, in het ziekenhuis gearresteerd op verdenking van corruptie. Maandag vierde deze topman van Golkar en tevens vice-voorzitter van het Volkscongres zijn zestigste verjaardag in de cel.

Oppervlakkig beschouwd heeft president Wahid na anderhalf jaar weinig koersvast regeren een duidelijke beleidskeuze gemaakt en corruptiebestrijding tot prioriteit verheven. De timing van dit offensief en de keuze van de verdachten doen echter vermoeden dat de jongste `schoonmaak' meer van doen heeft met machtsstrijd dan met beleid. Wahids tegenstanders in het parlement, die koersen op zijn afzetting tijdens een buitengewone zitting van het Volkscongres in augustus, stuurden bloemen aan de jarige Ginandjar en repten van een ,,politiek vervolgingsbeleid''.

Ook onpartijdige waarnemers bezien Wahids jongste aanval van poetswoede met scepsis. Zij wijzen erop dat de president bij zijn aantreden een Nationale Commissie voor Rechtshervorming heeft benoemd, maar die daarna geen blik meer heeft waardig gekeurd. Toen de procureur-generaal nog bezig was een zaak op te bouwen tegen oud-president Soeharto, verklaarde Wahid al bij voorbaat dat hij zijn voorganger na een eventuele veroordeling gratie zou verlenen. Hij twijfelde openlijk aan pogingen om door Soeharto en zijn cronies gestolen belastinggeld via de rechter op te eisen en liet doorschemeren meer heil te zien in onderhandelingen. Eigenaren van zakelijke conglomeraten met grote schulden, die zich uiterst onwillige debiteuren betonen, kregen, ondanks aandringen van het IMF hen voor de rechter te brengen, van Wahid een adempauze omdat 's lands economie anders zou instorten. Deze politiek van pappen en nathouden heeft nauwelijks bijgedragen aan sanering van de rechtsinstanties en nu de president behoefte heeft aan snelle successen, krijgt hij het lid op zijn neus.

Dat Wahid, kort na de eerste berisping door het parlement, Lopa tot minister van Justitie heeft benoemd, lijkt een poging de geloofwaardigheid van zijn zwakke kabinet te vergroten. Lopa staat bekend als een onkreukbaar jurist. Als officier van justitie in Makassar waagde hij het een malverserende tycoon achter de tralies te zetten en als directeur-generaal van het gevangeniswezen bracht hij onaangekondigde nachtelijke bezoeken aan strafinrichtingen om te controleren of bemiddelde gedetineerden niet met `betaald verlof' waren.

Het is alleen de vraag of Lopa's lef Wahids huid kan redden. In een door en door corrupt milieu als de rechterlijke macht van Indonesië maakt één zwaluw nog geen zomer, al is hij dan minister. Lopa had nog niet aangekondigd dat hij 12 rechters wegens gebleken omkoopbaarheid de hamer had ontnomen, of de Hoge Raad, 's lands hoogste rechtscollege en vanouds het bolwerk van de juridische maffia, bracht de anti-corruptiecampagne een gevoelige slag toe.

Bij een regeringsdecreet van begin 2000 is een zogenoemd Gemengd Team voor Corruptiebestrijding (TGPK) geformeerd, bestaande uit juristen, vertegenwoordigers van actiegroepen en financiële deskundigen, dat werd toegevoegd aan het OM en tot taak kreeg zaken voor te bereiden tegen corrupte rechters. Voorzitter werd de gewezen opperrechter Adi Andoyo, die al onder Soeharto de omkoopbaarheid van zijn confraters aan de kaak stelde. TGPK-leden klaagden dat officieren van justitie die door het team onderzochte zaken zouden moeten aanbrengen – het heeft zelf geen vervolgingsbevoegdheid – zich weinig coöperatief opstelden. Toen het TGPK in december een `oorlogsverklaring aan de corruptie' naar buiten bracht, kreeg het team plotseling geen toegang meer tot allerlei faciliteiten van het OM. Andoyo gaf er vorige maand de brui aan. ,,Ons rechtssysteem is kapot'', aldus deze oudgediende.

Het TGPK ging echter dapper verder en had de zaken tegen drie leden van de Hoge Raad zo goed als rond, toen een van de verdachte opperrechters bij dezelfde Raad een verzoek indiende om het decreet waarmee het team destijds is opgericht tegen het licht te houden. Een kamer van de Hoge Raad stelde eind maart vast dat het bewuste decreet in strijd is met een wet uit 1999 en dus onrechtmatig. De voorzitter van de kamer blijkt een raadsman te zijn van een van de verdachte rechters. Een verbluffend staaltje institutionele zelfverdediging, dat niet veel goeds voorspelt voor gelegenheidscampagnes als die van Wahid.

    • Dirk Vlasblom