Stermensjes

Elke maandag opnieuw, elke aflevering weer ontroert het me, het televisieprogramma Single Luck. Middelbare mannen en vrouwen in wie de jongetjes en de meisjes van vroeger onweerstaanbaar duidelijk schuil gaan, vertellen, soms met een oude gitaar in hun armen, dan weer achter een afgeragd pianootje, over de hit die ze scoorden. Eén keer lukte het, en hun verbaasde dat niet. Ze weten het nog haarscherp: terwijl ze, twintig, dertig jaar geleden het liedje schreven c.q. opnamen, wísten ze: dít is het. Dít riedeltje, dít riffje, dít koortje, het kon niet anders of het ging het helemaal maken. En zo geschiedde het dan, ondanks hun vertrouwen in de eigen kwaliteit, toch onverwachts. Ze sloegen elkaar op de schouders, omhelsden elkaar, belden elkaars moeder, toen hun song nummer 1 in de hitparade stond. Even waren ze wereldberoemd, met alles wat daarbij hoort: concerten in stadions, elke dag op de televisie en in de kranten, en altijd weer met dat ene liedje. Daarna bleek de droom een droom. Hoe ze het ook probeerden, met eenzelfde song of juist met een heel andere song, het lukte niet nóg een keer. Maar die ene hit, geboren uit geloof in de eigen band, die neemt niemand ze af. Die wordt tot op de dag van vandaag gedraaid op de radio, geneuriet door mensen over de hele wereld.

Hoe armoeiïg steken de deelnemers aan het dagelijks uitgezonden programma Starmaker daarbij af. Dat programma registreerde, tot nu toe, het uitbroeden van de eendagsvlieg die Damn, I Think I Love You heet, uit te voeren door een stel jongens en meisjes die onderworpen waren aan een afvalrace.

Het nummer bereikte inderdaad in één keer de nummer 1 van de belangrijkste vaderalndse hitlijsten. Ook hier heerste de vaste overtuiging dat er een hit werd gemaakt. Maar van verbazing dat het lukte is geen sprake. De omroep en de platenmaatschappij weten hoe ze welk publiek moeten bespelen. Niet met een goed liedje, maar door en stel zo gewoon mogelijke oudere kinderen horizontaal geprogrammeerd en strikt geregisseerd op de televisie te exploiteren. Niks `luck' of brille, maar berekende middelmaat.

Het ploegje van Starmaker heeft maar één droom: beroemd worden. Muziek maken interesseert ze net zo min als dansen of optreden. De enige keer dat ik ze werkelijk oprecht enthousiast zag, was toen ze handtekeningen mochten uitdelen. Eigen gedachten laten ze uit hun hoofd. Wie teveel ideeën heeft wordt Starmaker uitgegooid. Talent is geen voordeel, geniaal zijn is lastig. De stermens imiteert als een papagaai wat de dans- zang- en beroemdheids-coaches voordoen. Hij of zij moet kunnen gehoorzamen, dat is alles.

En als, in een parallelle wereld, Janis Joplin (lastig mens maar wat een talent) zich zou aandienen, of Madonna (blinde ambitie, maar een performer zonder weerga)? Kunnen we niet gebruiken. Weg ermee.

    • Joyce Roodnat