Red de Abruzzen, adopteer een schaap

De traditioneel kleinschalige schapenhouderij in de Italiaanse Abruzzen heeft het moeilijk. Maar wellicht biedt internet redding. Want wie een schaap adopteert, krijgt gezonde producten thuis.

Er heerst een idyllische rust in dit propere bergdorpje, weggestopt tussen de kale bergen van de Italiaanse Abruzzen. Vogels flierefluiten, fruitbomen staan in bloei, en in de verte herinneren besneeuwde toppen aan de winter.

Maar binnen, in het kantoortje van de bond van schapenhouders dat ligt in de bocht van de weg, komt Manuela Cozzi handen te kort. De telefoon rinkelt. De zaktelefoon snerpt er doorheen. De computer piept over nieuwe e-mails, uit Rome en Parma, uit Japan en Duitsland. Iedereen wil meer weten over het nieuwste idee om een oude traditie te redden: de mogelijkheid om, via internet, een schaap te adopteren.

,,Vorig najaar zijn we ermee begonnen'', vertelt Cozzi, die haar diploma als landbouwingenieur ingelijst aan de muur heeft hangen. ,,We liggen hier behoorlijk afgelegen, en het dorp is de afgelopen decennia leeggelopen. De mensen gingen naar elders, omdat hier geen werk meer was. Wij proberen Anversa een impuls te geven.''

We, dat zijn Cozzi, haar man Nunzio, en de zes vrienden met wie ze een coöperatieve boerderij runt die hoog boven het dorp ligt. Nunzio, een bebaarde econoom die in dit berggebied is geboren en getogen, kan beeldend vertellen over de rijke geschiedenis van Anversa. De aardewerktraditie van vroeger eeuwen is verloren gegaan. ,,Laten we hopen dat in ieder geval de schapen nog decennia lang deel blijven uitmaken van de traditie van dit gebied'', zegt hij.

Internet moet daarbij helpen. Via de website www.asca.dimmidove.com kun je voor 250.000 lire (284 gulden) een schaap adopteren. Je krijgt daarvoor een adoptiecertificaat en een aantal biologische producten: vijf kilo pecorino (geurige oude schapenkaas), een kilo gerookte ricotta of drie kilo verse, een kilo schapensalami, sokken van echte schapenwol, en voor de liefhebbers ook twee kilo schapenmest.

,,Alles wordt luchtdicht verpakt en per post verzonden, heel de wereld over, zonder extra kosten'', vertelt Cozzi. ,,Alleen de verse ricotta die we iedere dag maken, kunnen we alleen binnen Italië versturen, omdat die anders bederft.'' Voor ruim honderd gulden meer kun je tien kilo lamsvlees krijgen of een lam op de boerderij laten opgroeien. In de praktijk blijkt dat een meerderheid zijn adoptiekinderen niet wil opeten.

De meeste dorpelingen zijn blij met het initiatief. Dat heeft beweging gebracht in een dorp van ruim tweehonderd zielen waar nooit iets gebeurde. De postbode vertelt dat hij nu veel meer te doen heeft. De bakker wijst erop dat er nieuwsgierige bezoekers in het dorp komen. ,,Een beetje beweging is altijd goed'', zegt hij.

Maar niet iedereen is enthousiast. ,,Ons initiatief gaat in tegen het heersende idee dat je voor werk altijd moet aankloppen bij de publieke sector, bij de gemeente'', zegt Cozzi terwijl we over een weg vol gaten naar haar boerderij rijden. ,,Je kreeg werk in ruil voor je stem. Wij gaan onze eigen weg, willen onze stem niet tegen wat dan ook inruilen. En dat zet bij sommige mensen kwaad bloed.''

In de enorme stal worden de 1.300 schapen van Cozzi geschoren. De Macedonische herders die ze in dienst heeft (,,Italianen zijn onbetrouwbaar, die drinken te veel of hebben andere problemen'') drijven de schapen naar een soort kooi. Voor het zware werk is een gespierde man uit Nieuw-Zeeland ingehuurd die de hele wereld rondreist. Hij is net terug van de Falklandeilanden, bij Argentinië, waar hij ook schapen heeft geschoren. Geroutineerd tilt hij een blatend schaap uit de kooi, klemt het spartelende dier vast tussen zijn benen, en scheert met snelle effectieve halen de vacht weg. De herders proppen de wol in grote papieren zakken.

Of ze de sokken zelf breit? Manuela Cozzi moet erom lachen. ,,Dat kunnen we hier niet meer op grote schaal'', zegt ze. Ze is geboren bij de Toscaanse stad Prato, een stad met een eeuwenoude textieltraditie. Daar heeft ze nog familie, en die zorgt ervoor dat de balen wol van de boerderij als keurig gebreide sokken terugkomen.

In de hoek staan een paar dozen schapenmest klaar voor verzending. De mest wordt 's zomers verwerkt. In de wintermaanden staan de schapen op stal, een kolossale ruimte van honderdvijftig bij tien meter. Na een paar maanden ligt daar dan een één meter hoge mengeling van stro en schapenkeutels, en daar wordt de mest van gemaakt. ,,Wie dat niet wil hebben, kan als alternatief voor extra kaas kiezen'', vertelt Cozzi. ,,Maar die mest is veel populairder dan we hadden gedacht.''

Het idee van de adoptieschapen slaat goed aan – een van de eerste die zich meldde, was de Groene minister van Landbouw, Alfonso Pecoraro Scanio. Cozzi vertelt dat ze al een paar honderd klanten heeft. Dat geeft haar krediet en een gegarandeerde afzet voor haar kazen en worsten. Bovendien komen er regelmatig mensen hun schapen opzoeken. Die blijven dan slapen in de voor agritoerisme verbouwde appartementen bij de boerderij.

Cozzi's allereerste klant was een student uit Bologna. Die adopteerde meteen twee schapen en zette die ook op het net (www.danieleromano.com). Een noemde hij Franca, naar zijn moeder, de ander Deborah, naar zijn zus. ,,Als mensen een specifiek schaap willen adopteren en dat een naam willen geven, kan dat natuurlijk'', zegt Cozzi lachend. ,,Maar de meeste mensen houden het algemeen.''

De combinatie van adoptie via internet, agritoerisme, en biologische veehouderij biedt Cozzi voldoende perspectief om met vertrouwen de toekomst tegemoet te zien. Ze onderstreept dat haar schapen zuiver eten krijgen en dat je dat proeft in de kaas en het vlees: op de berghellingen voeden ze zich onder andere met kruiden als mint, oregano, wilde venkel en jevenerbessen. ,,We hebben hier schone lucht en schoon water. De statistieken zeggen dat je hier langer leeft dan ergens anders. We hadden alleen weinig werk. Maar ik denk dat wat wij nu doen, veel mensen op een idee zal brengen.''