Op de schop

Het Centraal Station Rotterdam met alles wat erbij hoort wordt `op de schop genomen,' las ik in de krant die nog altijd voor een deel Nieuwe Rotterdamse Courant heet. Memoires.

Toevallig weet ik hoe het oude station Delftse Poort eruit zag, in ongeschonden staat, vóór het door de Luftwaffe op de schop werd genomen. Het was een hoofdgebouw met twee vleugels, in de klassieke stijl van de Nederlandse Spoorwegen voor de Eerste Wereldoorlog. Denk aan het station in Zwolle. Na 14 mei 1940 werd de ruïne bijgemetseld. Dat kreupele geheel, nog altijd DP genoemd, heeft als centraal station gediend tot het nieuwe CS volgens het ontwerp van Sybold van Ravesteyn omstreeks het midden van de jaren vijftig klaar was. Dat heb ik dag na dag uit de grond zien komen. Het lijkt een beetje op Stazione Termini. Het geheel van het plein en het station, met links het Groothandelsgebouw en rechts de enige echte high rise van Nederland bevalt me. Maar het kan de drukte niet meer aan, en dus: op de schop, en in 2018 er weer af.

Dan is het daar een `mobiliteitsknooppunt' geworden, dat per jaar 78 miljoen reizigers kan verwerken (ongeveer 213.000 per dag) en dat dan 4,7 miljard gulden zal hebben gekost. Bij dergelijke getallen laat de verbeeldingskracht het afweten. Dat is de paradox van het menselijk tekort. Iedere dag mag de mens blij zijn als hij heeft bewezen dat hij even ver kan kijken als zijn neus lang is, en toch moet hij plannen voor over 18 jaar maken, om honderdduizenden door een mobiliteitsknooppunt te loodsen.

Om dat allemaal zo goed mogelijk te laten verlopen, heeft de gemeente Rotterdam het Britse stedenbouwkundig bureau Alsop + Stuermer in de arm genomen. De heer Alsop, een goedlachse Brit, verscheen op de televisie en legde uit hoe treurig het met de Rotterdammers en hun station met plein op het ogenblik gesteld is. De letters boven het station (CENTRAAL STATION) konden er nog mee door – die wilde hij wel bewaren – maar de rest: op de schop. Een `zelfmoordplein' noemde hij het stationsplein. Wat doet u als u iemand op bezoek krijgt die met zijn handen op zijn rug voor uw mooie schilderijtjes gaat staan, zijn hoofd schudt en dan minzaam lachend verklaart dat het niet veel soeps is? Zet hem eruit. Die neiging kreeg ik. Als je een eind aan je leven wilt maken kun je beter in een Britse trein gaan zitten, zei ik tegen de televisie. Onbillijk natuurlijk, want de heer Alsop zal zeker een groot stedenbouwkundige zijn.

Het gaat me nu niet om de reizigers die in 2018 via het knooppunt heus wel hun bestemming zullen bereiken, maar om de versieringen, of het cultureel toebehoren. De negen `champagneglazen', hoge bekervormige constructies die onderling door gangen zijn verbonden, en die een `culturele bestemming' moeten krijgen. Ik belde mijn Rotterdamse culturele zegsman. Hij vindt het een goed idee. In de buurt van ieder station, is zijn theorie, verzamelen zich ook de mensen die je daar liever niet ziet, de junks, daklozen, wat de moderne mondige en gedemocratiseerde samenleving op dit gebied rijk is. Zo is het nu eenmaal, in Parijs, Dortmund en de rest van de wereld. Rotterdam is geen uitzondering. Maar bij het Concertgebouw, het Rijksmuseum, cultuurtempels in het algemeen zie je deze mensen nooit. Zet naast het mobiliteitsknooppunt een cultuurtempel, en het probleem is opgelost! Dit leek hem een van de achterliggende gedachten. Het kan geniaal zijn.

Maar, vroeg ik, heb je ook aan het Bilbao-effect gedacht? Nee. Het Bilbao-effect is genoemd naar het museum in deze stad, gebouwd volgens het ontwerp van Frank Gehry. De wonderbaarlijke constructie is een belangrijke bezienswaardigheid op zichzelf. Je hoeft niet eens meer het museum in, bij wijze van spreken. Bij de aanblik treedt al oververzadiging met kunstgenot in. De Duitse essayist Winried Nerdinger noteert dat bij het Bilbao-effect het zwaartepunt verschuift. Dit museum dient niet meer in de eerste plaats om er kunst in onder te brengen, maar andersom: de kunst heeft gediend om zo'n museum te bouwen. Nerdinger noemt o.a. het museum in Groningen als een voorloper van het Bilbao-effect. Volgende stap: de musea die kunstenaars opdracht geven iets te maken wat daar past. Het museum maakt de kunst.

Nu heb ik een vermoeden: dat Alsop + Stuermer al lang het plan hadden hun champagneglazen ergens neer te zetten. Het mobiliteitsknooppunt is niet meer alleen voor de reizigers, maar de reizigers ook voor de champagneglazen. In zekere zin worden de reizigers, meer dan 200.000 per dag, op de culturele schop genomen. Afgezien van wat u en ik van de glazen denken. Mooi? Niet mooi? Dat is zeer betrekkelijk. Wat denken ze er in 2018 van? Dat zou ik willen weten.