Omstreden Duitse aanpak van neonazi-sites

Mogen onwettige uitlatingen worden bestreden met onwettige middelen? De Duitse regering heeft zo genoeg van internetsites met een neonazistisch karakter dat ze er hacker-methoden tegen wil inzetten.

Als het niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks, moet Otto Schily, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, hebben gedacht. Schily overweegt om neonazistische websites te lijf te gaan met e-mailbombardementen, waardoor ze onbereikbaar worden. De minister voert al enige tijd campagne tegen dit soort websites, maar heeft grote moeite om er iets tegen te doen.

In Duitsland is publiciteit met een neonazistisch karakter bij wet verboden, maar internet houdt zich niet aan grenzen. Veel Duitse neonazi's zijn voor hun propaganda-activiteiten uitgeweken naar de Verenigde Staten, waar ze niet aan banden worden gelegd. Integendeel, het fameuze First Amendment in de Amerikaanse grondwet neemt zelfs de meest extremistische meningen in bescherming.

Eind vorig jaar sprak het Constitutionele Hof in Karlsruhe zich uit voor het toepassen van Duitse wetgeving op iedereen die ,,nazimateriaal verspreidt via buitenlandse servers als die toegankelijk zijn voor Duitse internetgebruikers''. Daarmee werd, meende het Hof, de weg geopend voor een verzoek tot uitlevering van neonazi's die hun propagandamateriaal via de VS verstuurden.

In Amerika dachten ze daar anders over. ,,Om uitlevering mogelijk te maken moet iemand in beide landen in overtreding zijn'', zei John Russell, woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Justitie, in een reactie op het besluit van het Duitse Hof.

Alan Davidson van het Centrum voor Democratie en Technologie was nog kritischer. In The Washington Post wees hij erop dat steeds meer rechters probeerden hun wetten op te leggen aan buitenlandse bedrijven, die deze wetgeving soms niet eens kenden. ,,Dat is het internet op zijn kop'', aldus Davidson.

Wat zou er gebeuren, vroeg Davidson zich af, als een Duitse uitgever zich zou moeten houden aan de wetgeving in China of Saoedi-Arabië? ,,Stel dat China een Duitse uitgever zou willen aanklagen die een rapport over schending van mensenrechten op internet zet? Ik kan me niet voorstellen dat Duitsers hun vrijheid van meningsuiting op die manier belemmerd willen zien.''

Dit mag dan allemaal waar zijn, voor Schily is de maat vol. Hitlers Mein Kampf is in Duitsland verboden, maar kan op Amerikaanse websites zomaar worden gedownload. Veel sites bieden nazimemorabilia aan en racistische en antisemitische teksten en muziek, vaak in het Duits. Ook zijn er nazistische computerspelletjes te vinden (zoals KZ Manager, waarin de speler de leiding heeft over een concentratiekamp en moet beslissen wie naar de gaskamer wordt gestuurd) en op sommige sites wordt zelfs een beloning aangeboden voor het plegen van aanslagen op linkse politici en vakbondsleiders.

Duidelijk is dat veel van deze Amerikaanse websites in Duitsland worden gemaakt. Maar het is vrijwel onmogelijk om te achterhalen wie er achter zitten. Dat komt onder meer doordat de VS niet meewerken aan het verstrekken van informatie. Waarom zouden ze, want er is in de meeste gevallen volgens Amerikaanse normen niets strafbaars gebeurd.

Om die reden overweegt Schily de websites met e-mailbombardementen lam te leggen. Deze in hackerskringen als `Denail of Service' (DoS)-aanval bekendstaande methode trok een jaar geleden internationaal aandacht toen de websites van commerciële bedrijven als Yahoo! en eBay lange tijd onbereikbaar waren.

Davidson van het Centre for Democracy en Technology vindt het onvoorstelbaar dat Duitsland met onwettige middelen iets onwettigs wil bestrijden. Maar volgens Dirk Inger, woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken, gaat het niet om DoS-aanvallen, maar om zogeheten spam – massale verzending van e-mails – en dat vindt hij in dit geval beslist niet ,,als onrechtmatig aan te merken''. Het gaat hier om een verdediging van de rechtsstaat tegen onwettige activiteiten die volgens Inger alleen mogelijk zijn ,,dankzij het internationale karakter van het medium internet''. Inger zegt in Der Spiegel dat er op het ministerie wordt nagedacht over allerlei manieren om de websites te weren en dat de keuze voor de methodes uiteindelijk bepaald wordt door ,,recht, effectiviteit en kans van slagen''.

    • Paul Luttikhuis