Mijn verleden is voorbij

De Chinese dichter Duoduo verliet in 1989 voorgoed zijn land. ,,Als ik weer in China zou gaan leven, zou ik voor de tweede keer in ballingschap gaan.' Onlangs verscheen een overzicht van zijn poëzie.

Op de zijgevel van een flat in de Leidse Merenwijk is een uitvergroot gedicht geschilderd van Toe Foe, een Chinese dichter uit de achtste eeuw. Het maakt deel uit van een culturele actie van de gemeente, waarbij ook elders in de stad gebouwen met poëzie zijn verlucht. Uit de woonkamer van Duoduo, op de zevende verdieping van een belendende flat, kun je de intrigerende Chinese karakters nog net zien. ,,Ik ben blij dat het geen gedicht van mij is', zegt hij. ,,Ik zou er maar nerveus van worden om mijn eigen woorden tegen te komen als ik uit het raam kijk.'

Duoduo (schrijversnaam van de in 1951 in Peking geboren Li Zhizeng) is in het Westen misschien wel even beroemd als zijn landgenoot en collega van dertien eeuwen geleden. Maar anders dan Toe Foe dankt hij zijn reputatie niet alleen aan de schoonheid van zijn poëzie, maar ook aan het feit dat hij in de nacht van 3 op 4 juni 1989 getuige is geweest van het neerslaan van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Hij was daar niet toevallig. Als verslaggever van het agrarisch dagblad de Chinese Farmer's Daily ging hij er wekelijks met vrienden en collega's heen om poolshoogte te nemen. ,,Ik was erg in de war door wat ik had gezien', zegt hij over het bloedbad van 1989. ,,Niemand had kunnen geloven dat het Chinese leger op het volk zou schieten. Al dacht ik daar zelf anders over. Je kon aanvoelen dat er iets stond te gebeuren. 's Middags gebruikte de politie al traangas op de Straat van de Hemelse Vrede. Ook vloog er aan het begin van de avond een helikopter rond en werd iedereen via de televisie gewaarschuwd om thuis te blijven en niet naar het Plein te gaan.'

De volgende dag vertrok Duoduo naar Londen. Het werd in het Westen opgevat als een vlucht en droeg daardoor bij aan zijn status van `dichter van het Chinese verzet'. In werkelijkheid zat het echter heel anders. Duoduo: ,,In Londen zou ik deelnemen aan een cultureel festival. Dat was maanden tevoren al afgesproken. Daarna zou ik naar Rotterdam gaan voor Poetry International. Ik had van de Chinese overheid een paspoort, een visum en een ticket gekregen. Na afloop wilde ik gewoon naar China teruggaan. Ik had er tenslotte een goede baan en schreef in het Chinees. Als ik in het Westen bleef, zou ik weer bij nul moeten beginnen.'

En bij nul begon hij, want zijn komst naar het Westen was het begin van een onvrijwillige ballingschap, die hem via Groot-Brittannië, Nederland, Canada en Duitsland uiteindelijk – met hulp van mecenas Ludo Pieters en de toenmalige directeur van Poetry International Martin Mooij – in Leiden deed belanden. ,,Toen ik op Heathrow uit het vliegtuig stapte, stonden de televisieploegen klaar en moest ik hun vertellen wat ik had gezien. Vanaf dat moment is mijn hele leven veranderd. Ik kon niet anders dan hun de waarheid vertellen – het betekende dat ik niet meer naar China zou kunnen terugkeren.

,,Ik dacht dat het hoogstens twee à drie jaar zou duren, maar inmiddels zijn er al twaalf jaar voorbij en is in China het politieke systeem nog steeds hetzelfde. Ik vind het vreselijk om in ballingschap te moeten leven. Het is tenslotte niet mijn eigen keuze. In het begin kende ik niemand in het Westen en sprak de taal niet. Het is pas veranderd sinds ik vrouw en kind heb.

,,Nederland ben ik heel erg dankbaar voor alles dat het me heeft gegeven. Sinds 1997 heb ik zelfs de Nederlandse nationaliteit. Ik krijg geld van het Fonds voor de Letteren, mijn zes boeken zijn hier gepubliceerd, mijn toneelstuk is hier opgevoerd. Ik kan in Nederland alles doen wat ik wil en dat is ontzettend mooi. In een ander land zou dat onmogelijk zijn.'

Keuken

Duoduo heeft dus geluk gehad, vooral als je kijkt naar veel van zijn lotgenoten die in het Westen aan de bedelstaf zijn geraakt en niet zelden eindigden in de keuken van een Chinees restaurant. ,,De afgelopen twaalf jaar heb ik altijd voldoende geld gehad om van te kunnen leven. Dankzij de International PEN en schrijversorganisaties in Groot-Brittannië, Canada, Duitsland en Nederland kon ik als writer-in-residence in die landen leven en hoefde ik alleen maar te schrijven.'

Een jaar voor zijn vertrek uit China won Duoduo de Ereprijs van het Beijing University Art and Literature Festival. In die tijd werd hij alleen in kleine kring gelezen. Maar ondanks de geringe verspreiding van zijn poëzie en korte verhalen – er waren slechts twee boeken van hem verkrijgbaar – gold hij in China als een belangrijke moderne dichter. Dat laatste was de voornaamste reden voor het Rotterdamse Poetry om hem naar Nederland uit te nodigen. ,,In 1972 begon ik serieus met dichten, toen ik een vertaling las van een gedicht van Baudelaire', zegt hij. ,,Ik was er diep van onder de indruk. Daarvoor las ik ook al veel 19de-eeuwse westerse dichters, zoals Poesjkin en Byron. Maar nu zag ik voor het eerst hoe mooi poëzie echt kon zijn. Begin jaren zeventig was ik lid van een literair clubje van drukkers, dichters en schrijvers. Samen lazen we veel moderne westerse schrijvers en dichters en discussieerden daar vervolgens over. Dat was heel belangrijk voor mij, omdat je toen in China moeilijk aan vertaalde moderne literatuur kon komen. Er bestonden vrijwel alleen maar vertalingen van Tolstoj of Dostojevski. Wel had de regering in de jaren voor de Culturele Revolutie zo'n tweehonderd boeken van moderne schrijvers laten vertalen voor de partij-elite. Zo kon die groep te weten komen wat zich in het Westen afspeelde. Maar toen de Culturele Revolutie begon, was het afgelopen. Het grootste deel van het hogere partijkader raakte zijn macht kwijt. Gelukkig belandden hun boeken in handen van hun familieleden en zo kregen wij ze uiteindelijk te lezen. Het was of we opnieuw naar school gingen.'

Westerse invloeden zijn alom aanwezig in de Chinese literatuur vanaf de jaren twintig. Dat komt volgens Duoduo doordat de Chinese taal de afgelopen 100 jaar zo sterk is veranderd en nog maar weinig met het klassieke Chinees te maken heeft. ,,Het hoogtepunt van de klassieke literatuur ligt sowieso al 1000 jaar achter ons', zegt hij. ,,De Chinese cultuur bevindt zich in een neerwaartse beweging. We moeten dus wel van het Westen lenen, we hebben geen keus.'

Nieuw

Onlangs verscheen Duoduo's bundel Het oog van de stilte, die een mooi overzicht geeft van de dertig jaar dat hij poëzie schrijft. Er zijn veel constante thema's in te vinden, zoals isolement, eenzaamheid, liefde, natuur, verlangen. Duoduo: ,,Het doel van de poëzie is de afgelopen jaren niet veranderd. Het gaat altijd over hetzelfde, maar steeds op een andere manier. Mijn grote voorbeelden zijn onder meer Sylvia Plath en Dylan Thomas, omdat hun leven net als het mijne een tragedie is. We hebben dezelfde gevoelens van verdriet, depressiviteit, woede, die ons in staat stellen ons uit te drukken. Ik hou veel van hun gedichten – ze gaan over de betekenis van het leven en van de poëzie.'

Opvallend is dat de nieuwe bundel weinig recente poëzie bevat. Het versterkt de indruk dat Duoduo zijn draai niet meer zo kan vinden in de huidige wereld. ,,Sinds het begin van het postmodernisme in de jaren negentig, heeft alles zijn betekenis verloren. Tegenwoordig draait het alleen om de markt en de technologie. Ook dichters hebben geen energie en dromen meer. Daarom is het geen goede tijd voor het schrijven van poëzie. Er zijn geen uitgevers en publiek voor te vinden. Een paar dagen geleden heb ik in Lyon voorgelezen uit mijn werk. Iemand uit het publiek vroeg me of politieke druk niet juist een geschikt klimaat schept om goede poëzie te maken. Ik kon dat alleen maar beamen.

,,Ik schrijf nog steeds poëzie, maar ik verkeer ook in grote crisis. Na juni '89 kreeg ik nog een enorme stimulans als gevolg van mijn ballingschap en de politieke omwentelingen in Oost-Europa. Tegenwoordig maak ik me alleen nog maar zorgen over de wereld. Misschien ben ik wel net zo conservatief geworden als George Steiner als ik meen dat we ons in een gevaarlijke situatie bevinden en dat de dingen die er echt toe doen verloren gaan. Alleen daarom al verstop ik me in mijn studeerkamer en ben ik met schilderen begonnen.'

Duoduo komt uit een intellectueel milieu. Zijn vader was hoogleraar economie aan de universiteit, zijn moeder zangeres. Ze ware beiden lid van de communistische partij, maar die bourgeois-achtergrond was geen aanbeveling. De maatschappelijke elite in het rijk van Mao Zedong bestond uit boeren, arbeiders en soldaten. Intellectuelen werden tot `doelwit van de revolutie' verklaard. Daarbij kwam ook nog eens dat Duoduo's vader tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amerika had gestudeerd, wat hem extra verdacht maakte in de ogen van de communistische machthebbers. Uiteindelijk moest hij terugtreden als hoogleraar economie.

,,Ik schaamde me voor mijn intellectuele achtergrond', zegt Duoduo over zijn middelbareschooljaren, toen hij zich uitgaf als zoon van arme boeren. ,,Mao zei dat de arme mensen en de arbeidersklasse de bourgeoisie en de intellectuelen haatten. Ik vond het vreselijk.'

De ontgoocheling kwam in 1969, toen hij op het platteland te werk werd gesteld, zoals tijdens de Culturele Revolutie gewoon was. ,,Volgens Mao waren het de gewone mensen die geschiedenis maakten en niet de intellectuelen. En ik geloofde hem, zoals ik aanvankelijk alles geloofde wat hij zei. Maar op het platteland ontmoette ik verschillende intellectuelen die me vertelden wat er werkelijk in China aan de hand was. Al zeiden ze niets over de terreur die zich in die tijd voltrok, want dat was te gevaarlijk. Ook zag ik hoe arm de boeren het hadden. En daardoor ging ik me afvragen wat het communisme eigenlijk voor gevolgen had gehad.'

Geheime politie

Tijdens de Culturele Revolutie, die tussen 1966 en 1976 een vernietigend spoor achterliet in de Chinese samenleving, stond Duoduo's naam op de zwarte lijst. Verscheidene keren werd hij bij de geheime politie ontboden, maar ze hadden geen bewijs tegen hem. ,,Mijn manuscripten hebben ze nooit in handen gekregen. Als dat wel zo was, had ik het wel kunnen vergeten. Ik schreef mijn gedichten in een schriftje en liet ze soms lezen aan iemand uit mijn groep. Die kopieerde ze dan, zodat ze in zijn handschrift waren geschreven en niet in het mijne. De originele versie verstopte ik. Als ze die kopieën dan te pakken kregen, kon ik altijd zeggen dat ze niet van mij waren.'

In 1970 mocht hij het platteland verlaten en keerde hij terug naar Peking. Hij kon er geen werk vinden en teerde tot 1978 op de zak van zijn vader. Vanaf 1980 keerde het tij, toen hij verslaggever werd bij de Chinese Farmer's Daily. ,,Het was een goede baan. Ik kon ineens reizen en in mijn levensonderhoud voorzien. In de jaren tachtig hadden mensen nog dromen over de toekomst, nu de Culturele Revolutie achter de rug was.'

De afgelopen twaalf jaar is Duoduo één keer teruggeweest in China, toen zijn vader in 1997 prostaatkanker kreeg. Zijn moeder was toen al een aantal jaren dood. ,,In 1990 lag ze op sterven', zegt hij onderkoeld. ,,Maar mijn vader heeft het toen voor me verzwegen, omdat hij bang was dat ik terug zou komen. Pas twee maanden na haar dood kwam ik er achter wat er was gebeurd.'

In 1997 vroeg hij als kersvers Nederlandse staatsburger een visum aan bij de Chinese ambassade in Den Haag. ,,Ik kwam in een totaal ander China terecht. Peking herkende ik niet meer. Het was op Amerika en op Singapore gaan lijken. Het had niet de goede aspecten van de westerse beschaving overgenomen, maar Amerika, Coca-Cola en het consumptiegedrag gekopieerd. Ik besefte toen dat mijn verleden voorbij was en dat ik, als ik weer in China zou gaan leven, voor de tweede keer in ballingschap zou gaan.'

In een van zijn essays memoreert Duoduo dat hij zich op vijfjarige leeftijd de vraag stelde wie hij nu eigenlijk was. Vijfenveertig jaar later moet hij het antwoord op die vraag nog altijd schuldig blijven. ,,Ik vind het niet belangrijk. Dertig jaar schrijven hebben me veranderd. Ik ben geen gewoon mens meer. Ik weet niet waar ik ben geweest, wat ik wil en waar ik heen wil. Over wat er morgen gaat gebeuren, maak ik me dan ook niet druk. Ik denk alleen maar aan vandaag.

,,Ik hoop tegenwoordig een antwoord in de religie te vinden, al ben ik geen zuivere gelovige omdat ik niet iedere dag bid. Er bestaat tenslotte iets hogers dan de mens. Ik volg daarin de traditie van Chinese dichters en schrijvers, die zich als ze ouder worden uit de wereld terugtrekken. Zoiets doe je nu eenmaal als je voelt dat je dromen niet uitkomen.'

`Het oog van de stilte. Gedichten 1972-2000; met pentekeningen van de auteur. Uitg. Bèta Imaginations, Rotterdam. Vert. Silvia Marijnissen en Jan De Meyer. Prijs ƒ39,90.

Het overige werk van Duoduo verscheen bij Uitgeverij Meulenhoff.