Mijn vader

Mijn vader, geboren in 1903, had op een avond iets bijzonders gezien. Hij was twee dorpen verderop naar een voorstelling geweest, die Teun Neus en de cocosnoot heette.

Op het toneel zat een buikspreker op een hoge kruk. Hij droeg een pet en had een griezelig popje op zijn knie. Met zijn hand onder de trui van het popje liet hij hem naar links en naar rechts buigen. ,,U lijkt sprekend op een cocosnoot', zei de pop tegen de vrouw die naast mijn vader zat. Toen mijn vader opzij keek vond hij dat heel zielig. ,,Geeft niks hoor', zei hij tegen de vrouw. Hoe goed hij ook naar de buikspreker keek, hij zag nooit diens lippen bewegen. Hij vond het geweldig. Terug naar huis op de fiets ging hij vast oefenen om het thuis na te doen. Wij moesten de stoelen naast elkaar zetten en de voorstelling zou beginnen.

Opeens merkte mijn vader dat hij geen pop op zijn knie had. Dan zou hij het zonder proberen. Met een hele rare stem piepte hij: ,,Ik ben Teun Neus, en u hoort alleen mijn buik spreken.' Maar we zagen allemaal ook zijn lippen bewegen. Hij haalde diep adem en zei: ,,Jullie lijken sprekend op mandarijnen en bananen.' Daarna kreeg hij een enorme hoestbui.

    • Maria Heiden