Met storm en honger naar Rome

Saulus uit Tarsus in Cilicië (Zuid-Turkije) was een fel christenvervolger, die christelijke mannen en vrouwen uit hun huizen sleurde en ze afleverde bij gevangenissen en die instemde met de steniging van Stefanus. Hij was een machtig en gevaarlijk man die dicht bij de hogepriester moet hebben gestaan. Tot hij eens, op weg naar Damascus, door een fel licht werd getroffen en een stem uit de hemel hoorde die tegen hem zei: `Saul, Saul, waarom vervolg je mij?' De stem maakte zich bekend als Jezus en droeg Saulus op om naar de heidenen te gaan `om hun ogen te openen, opdat ze zich afwenden van de duisternis naar het licht en van de macht van Satan naar God.'

Zo althans staat het in het bijbelboek Handelingen. Saulus bekeert zich, wordt Paulus en gaat op reis. Over zijn reizen wordt bericht in de tekst van Handelingen waarvan de schrijver Lucas zou zijn. Slechts één keer, in de tweede brief aan de Corinthiërs maakt Paulus zelf melding van reiservaringen, een passage die duidelijk maakt dat het reizen in het Middellandse Zeegebied in de eerste eeuw van onze jaartelling niet steeds gemakkelijk was, noch op zee: `drie keer heb ik schipbreuk geleden, een dag en een nacht heb ik op zee rondgedreven' noch over land waar `gevaar door rivieren', `gevaar door rovers' en `gevaar in de wildernis' dreigde en net als op zee honger en dorst geleden werd.

Geloofwaardig

De classicus Fik Meijer, in het bijzonder geïnteresseerd in de scheepvaart in de oudheid, vroeg zich af hoe dat reizen van Paulus nu eigenlijk ging. Hij legde zich in zijn boek Paulus' zeereis naar Rome. Een reconstructie vooral toe op een reis die Paulus niet echt vrijwillig ondernam, namelijk die van Caesarea in Judea naar Rome, waarheen hij werd vervoerd om berecht te worden. Paulus was door zijn optreden in botsing geraakt met de joodse raad en deed tijdens zijn berechting door de Romeinse procurator een beroep op de keizer. De procurator stuurde hem naar Rome, per schip.

Die reis is beschreven in Handelingen 27:1-28:16. Het verslag beschrijft de route, het weer, de windrichtingen, welke havens worden aangedaan, welke beslissingen worden genomen – bijvoorbeeld de cruciale beslissing om niet op Kreta in de plaats Schone Havens te overwinteren, maar door te varen in een poging een volgende, geschiktere haven te vinden, waarop het schip in een zware storm raakt, aan boord honger heerst, Paulus belooft dat iedereen gered zal worden en men uiteindelijk op een eiland terecht komt. Van daaruit gaat de reis, na een oponthoud van enkele maanden, voorspoedig verder naar Rome.

Meijer noemt dit verslag wat de feiten betreft `een alleszins geloofwaardige weergave van de werkelijkheid', maar neemt ook aan dat de schrijver andere zeeverhalen kende en zijn best heeft gedaan om het zijne daar niet voor onder te laten doen. Dat kan de weergave van de gebeurtenissen wat beïnvloed hebben. Een ander belangrijk punt dat hij noemt, is dat deze reis niet zo maar een reis was, maar de reis die Paulus in Rome moest brengen, waarheen hij had beloofd te zullen trekken om zijn zendingswerk ook in dat deel van de wereld te doen. Deze reis moest dus `de ultieme bekroning van zijn zendingswerk' worden, en dat aspect klinkt door in de manier waarop het reisverslag is opgezet. De schrijver wilde duidelijk maken dat de redding van dit schip en deze bemanning niet zomaar iets was, maar model stond voor de redding van de hele wereld door God, aldus Meijer. Die twee kanten, de feiten en de symbolische lading, verdragen zich misschien niet steeds even goed met elkaar.

Meijer begint met een nauwkeurige tekstanalyse van de Handelingenpassage alvorens hij zich stort op het onderzoek van de feiten, voor zover die af te leiden zijn uit deze tekst, of te reconstrueren op grond van andere gegevens. Algemeen wordt aangenomen dat de Handelingentekst zoals we die tegenwoordig in bijbels aantreffen niet oorspronkelijk in die vorm is opgeschreven, maar een compilatie is van meer, soms behoorlijk van elkaar verschillende versies van dit verhaal. Bij zijn poging tot nauwkeuriger achterhalen van de gebeurtenissen tijdens Paulus' zeereis gaat Meijer echter wel uit van die standaardtekst en behandelt hij elke mededeling alsof het een feit betrof.

Die aanpak levert veel op. Passage voor passage werkt Meijer zich door het verhaal heen waarbij hij zich steeds afvraagt wat er precies gebeurd is, hoe dat gegaan is en ook nog eens waarom. Zo komt de lezer van alles te weten over het reizen op de Middellandse Zee: wat voor schepen er voeren, hoe groot sommige waren (honderden passagiers op de vrachtschepen was niet ongewoon), hoe oncomfortabel men zich de passagiersvoorzieningen op de schepen moest voorstellen, die immers in eerste plaats gericht waren op vracht.

Ook de reistijden van schepen komen we te weten: onder normale omstandigheden deed een schip er van Ostia (bij Rome) naar Alexandrië tussen drieëntwintig tot dertig dagen over, de reis in omgekeerde richting duurde vijfenvijftig tot zeventig dagen, vanwege de meer ongunstige wind, die in de zomermaanden meestal noordelijk was. De maanden mei tot en met september waren het hoogseizoen op de Middellandse Zee, dan voeren schepen af en aan. In de winter met de hogere golven, hardere en onbetrouwbare wind zocht men liever een haven om te overwinteren.

Incompetent

Het wonderlijke is dat de schipper die Paulus meenam dat niet gedaan heeft. Zijn schip vertrok vermoedelijk begin oktober uit Myra in Lycië en, zoals al gezegd, bleef niet in de eerste de beste haven op Kreta liggen. Op grond van vooral het laatste is de schipper die Paulus vervoerde altijd als een tamelijk incompetente zeeman afgeschilderd. Meijer denkt daar wat genuanceerder over.

Paulus' zeereis naar Rome is een boek dat veel kennis en feiten te bieden heeft, en voor wie net als Fik Meijer nu eindelijk eens precies wil weten hoe het gegaan zou kunnen zijn – wat er écht gebeurd is zullen we nooit weten – is deze reconstructie fascinerend. Voor wie niet al gegrepen is door die behoefte is het allemaal een tikje droog. Meijer heeft geen moeite gedaan om scènes op te roepen, beelden te schetsen, hij getuigt niet anders van zijn belangstelling dan door zoveel mogelijk feiten te presenteren of te reconstrueren en hij is evenmin een schrijver die door zijn stijl grote belangstelling weet te wekken. Dus oprechte interesse voor hoe het omgorden van een schip in zijn werk ging, hoe wendbaar de dwarsgetuigde schepen waren of wat men in de oudheid wist van sterren en winden is wel vereist. Maar wie die heeft, wordt niet teleurgesteld.

Fik Meijer: Paulus' zeereis naar Rome. Een reconstructie. Athenaeum– Polak & Van Gennep, 213 blz. ƒ45,-

[kop pagina: Reizen]

    • Marjoleine de Vos