Het Haagse stilleven

Twee zaken domineren nu al weken het binnenlandse nieuws: de mond- en klauwzeercrisis en de spoorwegstrijd. Het publieke debat over beide onderwerpen gaat ongeveer gelijk op en de woorden MKZ en VVMC zijn inmiddels dan ook in het standaardvocabulaire opgenomen. De twee kwesties hebben, afgezien van het nieuwselement, niets met elkaar gemeen, op één aspect na: de onmacht van de nationale politiek. Pretenties zijn er nog volop. Politici zijn de afgelopen weken heel veel aan het woord geweest over zowel MKZ als NS, maar het waren krachteloze woorden. Het spoor, de landbouw, ze zijn al lang niet meer van `ons'.

Van de landbouw is al in de jaren vijftig bij de vorming van de EEG afscheid genomen. De ontkoppeling van de Spoorwegen van de politiek is van recenter datum. Geëuropeaniseerd en verzelfstandigd, maar in tijden van crisis wordt dat al snel vergeten. Als de politici niet zelf in het geweer komen, dan worden ze door de publieke opinie wel tot actie gedwongen. En zo is Nederland bijna dagelijks getuige van politici van wie de lengte van hun tekst omgekeerd evenredig is aan het belang ervan. Voor de MKZ moet men bij de Europese Unie in Brussel zijn; voor de NS bij het hoofdkantoor in Utrecht.

Dat besef is op maar zeer beperkte wijze aanwezig. Het wordt ook nauwelijks geaccepteerd door het volk, dat zijn volksvertegenwoordigers steeds meer als zaakwaarnemer beschouwt. Hoezo is Den Haag het verkeerde adres? Dan zorgt Den Haag er maar voor dat onze bezwaren wél bij het goede adres aankomen. Waarna de Tweede Kamer zich weer aan een zoveelste machteloos overleg overgeeft. Interessant is hoe dit zich verder gaat ontwikkelen. Het feit dat de boeren, die zodra het om hun handel gaat zeer Europees, om niet te zeggen mondiaal zijn georiënteerd, nog steeds bij de nationale minister van Landbouw aankloppen in plaats van bij de Europees commissaris voor Landbouwaangelegenheden, geeft te denken. Het betekent dat Europa als vertegenwoordigend lichaam ook na decennia van gemeenschappelijk landbouwbeleid nog steeds niet bestaat, althans niet wordt erkend. Europese politiek is letterlijk een brug te ver. Die afstand komt nu wel goed uit, want zo kan eenvoudigweg van datzelfde Europa een vijandbeeld gecreëerd worden.

Tegelijkertijd is de nationale politiek met handen en voeten gebonden aan datzelfde Europa. Anders gezegd: Den Haag kan niet leveren. Dit rationele gedrag wordt door de klagers echter als vluchtgedrag beschouwd. Er ontvouwt zich zodoende een dubbele legitimatiecrisis. Europa wordt niet erkend, de nationale politici niet herkend. Als bij een dergelijk gevoelen ook nog eens een persoonlijk drama komt in de vorm van een `ruimingsbevel' voor de veestapel, ontstaan toestanden zoals het afgelopen weekeinde en vanmorgen in Kootwijkerbroek. Niet voor niets wordt in het woordenboek het lemma boerenerf al vrij snel opgevolgd door boerenopstand.

De boerenbelangenorganisatie LTO Nederland heeft zijn leden nu nog in de hand. Gelukkig maar, want duidelijk is wel geworden dat de Nederlandse regering, als uitvoerder van Brusselse regelgeving, niet zou kunnen opereren zonder de medewerking van LTO. Het gezag komt in feite van LTO, niet van minister van Landbouw Brinkhorst. De problemen zullen niet te overzien zijn als de boerenorganisatie als gesprekspartner zou wegvallen. En de vraag is: hoe lang zullen de boeren LTO nog als een van hen beschouwen? Hier dringt zich de parallel op met de Spoorwegen waar anarchie regeert sinds de officiële bonden `aan de kant' zijn gezet en personeelscollectieven er feitelijk de dienst uitmaken. Als de formele overlegstructuren wegvallen, worden de kwetsbare kanten van het poldermodel in volle omvang zichtbaar. Het poldermodel kan immers alleen bestaan bij overzichtelijke gesprekslijnen, en die ontbreken nu juist ten enenmale bij de Spoorwegen. De chaos is groot, zeker na de krankzinnige, want door niemand begrepen, stakingsdag van gisteren; de derde binnen zeven dagen.

Haast automatisch worden vervolgens de ogen gericht op de politiek: de minister moet ingrijpen. Maar terecht heeft zij zich tot nu toe terughoudend opgesteld. Als binnen de KLM een arbeidsconflict speelt, lossen de betrokken partijen het ook zelf op. Er is indertijd bewust voor een verzelfstandiging van de NS gekozen. Daarbij hoort een overheid op afstand, ook al is die overheid grootaandeelhouder. Evenmin als er werknemersbestuur bestaat, bestaat er aandeelhoudersbestuur.

Maar kan de volksvertegenwoordiging die afstandelijke houding ook bewaren? Nee dus. Het is een natuurlijke reflex van politici, al was het maar om het eigen bestaansrecht te legitimeren. Zodra er groter dan gemiddeld ongemak in het land heerst, wordt in de politiek om actie gevraagd. Zo bestond een meerderheid van de Tweede Kamer het twee weken geleden minister Netelenbos te verzoeken vervroegd uit China terug te keren, om het conflict te deëscaleren. Toch kan zelfs een minister niet veel meer dan het uitdragen van goede bedoelingen in de hoop dat de échte betrokkenen er enigszins naar luisteren. In het NS-conflict fungeert de minister dan ook meer als vluchtheuvel voor de met elkaar overhoopliggende partijen dan als gezagsdrager.

Maar voor de oplossing van het conflict blijft ze aangewezen op anderen. Hetzelfde geldt voor de Tweede Kamer. Of het nu gaat om de Spoorwegen of de MKZ-crisis, de volksvertegenwoordiging staat buiten spel. Zelden was de veel beschreven verplaatsing van de politiek zo zichtbaar.

    • Mark Kranenburg