De bananenboot

HET PROBLEEM RONDOM de invoer van bananen in Europa, dat acht jaar lang de handelsbetrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie vergiftigde, is eindelijk opgelost. Deze week hebben de wederzijdse handelsvertegenwoordigers Pascal Lamy (EU) en Robert Zoellick (VS) overeenstemming bereikt over aanpassingen van het Europese bananenbeleid. Sinds 1993, toen de EU in het kader van de vrije interne markt besloot tot een protectionistische bananenpolitiek, hebben beide handelsblokken hierover geruzied, ook nadat de VS in 1999 een klachtenprocedure bij de Wereld Handelsorganisatie (WTO) hadden gewonnen.

Het Europese beleid beoogde de invoer van bananen afkomstig van veelal kleine producenten in de voormalige Britse en Franse koloniën in het Caraïbische gebied, de Grote Oceaan en tropisch Afrika te beschermen tegen de concurrentie van de goedkopere plantageproductie in Midden- en Zuid-Amerika. Die is in handen van Amerikaanse multinationals. Op het oog een mooi ontwikkelingsdoel, maar er viel veel op aan te merken. Ten eerste was het Europese quotasysteem in strijd met afspraken voor de internationale handel in het kader van de WTO. Ten tweede betaalden Europese consumenten een absurd hoge prijs voor de beschermde bananen, zonder dat de arme boeren in de Derde Wereld hiervan profiteerden. Hooguit 10 procent van de prijsopslag kwam terecht bij de boeren. Enkele jaren geleden is berekend dat het de Europese consumenten 13,25 dollar kostte om één dollar aan de arme bananenboeren in de Franse en Britse ex-koloniën te doen toekomen. Er zijn doeltreffender vormen van ontwikkelingshulp denkbaar.

ACHTER DE SCHERMEN was de Europees-Amerikaanse bananenruzie een oorlog tussen Fyffes en Chiquita. Fyffes, de Ierse fruitmultinational, heeft verreweg het meest geprofiteerd van het Europese regime, zowel in marktaandeel als in winstgevendheid doordat goedkopere bananen geweerd werden. Chiquita zag zijn aandeel op de Europese markt verloren gaan en lobbyde om het hardst in Washington om de EU aan te pakken.

De overeenstemming die deze week is bereikt, is geen toonbeeld van vrijhandel, maar ze lost een langlopend handelsconflict op. De VS zullen hun strafheffingen op Europese importen intrekken die na de WTO-uitspraak van 1999 als represaille waren opgelegd. Amerikaanse bedrijven krijgen voorlopig een groter marktaandeel in de EU en in 2006 zal de Unie niet langer een discriminerend quotastelsel hanteren, maar overgaan op een neutraal systeem van importheffingen.

Tussen de VS en de EU spelen nog andere handelsgeschillen, zoals het Europese verbod op de import van Amerikaans hormoonvlees en de Amerikaanse fiscale begunstiging van offshore bedrijven. Maar de doorbraak in het bananendossier toont aan dat Amerika en de Unie zoeken naar bevredigende oplossingen. Het opent de weg om later dit jaar een begin te maken met een nieuwe ronde van onderhandelingen over een wereldwijde handelsliberalisatie.