Brave dans van Newcomb

Volgende week begint het Springdance-festival dat al aankondigde dat de nieuwe generatie choreografen genoeg heeft van de dans uit de jaren tachtig. In de jaren negentig gebeurde blijkbaar niets van belang om verzet tegen te bieden. Maar wat heeft die generatie voor nieuws in petto?

Een van de exponenten van het huidig talent is de Amerikaan Dylan Newcomb (30), jarenlang danser bij het Nederlands Dans Theater en in 1999 winnaar van de Philip Morris Kunstprijs. Newcomb maakte tot nu toe vooral solo's waarin hij zijn expressieve lichaam in inventieve standjes vouwde. Op uitnodiging van Krisztina de Châtel ging hij in Tell me met vijf dansers en vier musici aan de slag, want Newcomb studeerde behalve danscompositie ook muziekcompositie.

Het hoge woord moet er maar meteen uit: veel toekomstigs en nieuws biedt Tell me niet. Newcomb grijpt expliciet terug op de conceptuele (podium)kunst uit de jaren zestig waarin Meredith Monk experimenteerde met de menselijke stem, de esthetiek en regels van het ballet overboord gegooid werden en tekst vaag en vervreemdend diende te zijn. Newcomb maakt gebruik van al deze ingrediënten en zou destijds zeker als vernieuwend zijn onthaald. We zijn alleen al minstens dertig jaar verder in de ontwikkeling van de podiumkunst.

Newcomb ontdekte de stem als verbindend element tussen lichaam en muziek en laat zijn vijf dansers tot klanken verhaspelde zinnen spreken. Aanvankelijk heeft het iets weg van Kurt Schwitters Ursonate voor doven maar in de herhalingen wordt van de harde kreten taal gemaakt en ontstaan zinnen als `In mijn droom was een aquarium vol met tropische vissen'. Zoals de dansers met hun stemmen kronkelen, zo kronkelen ze ook met hun lichaam. Geknakte armen en uit het lood hangende torso's fladderen telkens opnieuw spastisch op de plaats. Een enkele keer ontstaat een duet en dreigt er een kort moment een ruimtelijke choreografie te ontstaan. Maar dan zijn de musici aan de beurt. Een paar keer komen ze de vloer op en mengen ze zich al spelend met de dansers. Aan het einde van Tell me is het onderscheid musici en dansers vervaagd en bewegen en `praten' ze zelfs mee zonder instrumenten.

Newcombs conceptuele kunst heeft niet de semi-diepzinnigheid van decennia terug. Een grapje over het maken van crêpes met suiker houdt Tell me luchtig en de door Newcomb gecomponeerde muziek (in samenwerking met Robert van der Tol) bevat melodieuze akkoorden. Hier en daar een knerpende aai over de snaar van de viool maakt het weer een beetje kunst en voor het oog wordt er bij vlagen synchroon bewogen.

Het is de light versie van conceptualiteit maar zoals met veel light-producten, smaakt het niet echt naar echt. Tell me is verontrustend braaf. Op het saaie af. En dat ondanks de krachtige dansers en de speelse musici die stuk voor stuk over een sterke theatrale uitstraling beschikken. Hun aanwezigheid verbloemt het gebrek aan choreografisch avontuur echter niet. Gaan we met Dylan Newcomb een toekomst tegemoet waarin de geschiedenis zich zal herhalen onder het mom van de nieuwe braafheid?

Dansgroep Krisztina de Châtel: Tell me. Choreografie: Dylan Newcomb. Gezien: 12/4 Theater Bellevue Amsterdam alwaar nog t/m 14/4. Tournee t/m 26/5. Inl : www.dechatel.nl of 020-6695755

    • Ingrid van Frankenhuyzen