Bisschop en `pompbediende'

Zijn slaapkamer staat vol beelden, boeken en (brandende) kaarsen. En er hangt een indringende rooklucht. Monseigneur Hieronymus Greveling (43) ligt op bed.

Sinds hij vijftien jaar geleden werd getroffen door een aantal neurologische aandoeningen (,,Je kunt mijn ziekten niet in één woord samenvatten''), moet hij steeds méér rust nemen – ook overdag. Hij verplaatst zich in een rolstoel, vertelt hij met zachte stem, terwijl hij opnieuw een pijp stopt.

Hieronymus is zijn bisschopsnaam, in ,,het gewone leven'' heet hij Jeroen. ,,Zeg maar Jeroen.''

Hij ontmoet ,,geregeld'' collega's van de rooms-katholieke kerk, zoals monseigneur Muskens van Breda. Greveling is al twaalfeneenhalf jaar leider van de oud-episcopaal katholieke kerk in Nederland. Hoeveel leden die kleine geloofsgemeenschap precies telt, weet hij niet. ,,Onze kerk heeft liturgische bezoekers, er zijn mensen die eenmalig een beroep op ons doen en ik krijg zo'n honderd e-mails per dag. Ongeveer de helft daarvan gaan over levensvragen als scheiding, verlies en ziekte. Ik beantwoord ze allemaal, binnen 72 uur.''

De oud-episcopaal katholieke kerk in Nederland is voortgekomen uit de oudkatholieke kerk, die zich van Rome afscheidde uit protest tegen de afkondiging van het onfeilbaarheidsdogma van de paus, in 1870. Ook in Engeland ontstond, in het begin van de twintigste eeuw, zo'n oudkatholieke kerk. Ze gingen samen, maar al snel kwam het tot een breuk. De Engelse oud-katholieke kerk ging haar eigen weg en vond ook in Nederland aanhangers: zij verzamelden zich in de (autonome) oud-episcopaal katholieke kerk.

Bisschop Greveling weet nog hoe hij kennismaakte met zijn kerk. Als piepjong ventje was hij organist in een rooms-katholieke kerk. Na afloop van een mis ontmoette hij een priester van de oud-episcopaal katholieke kerk, die het kerkgebouw voor zijn dienst had gehuurd. ,,Die man zei dat hij getrouwd was en kinderen had'', herinnert Greveling zich. ,,Dat mócht in die kerk en het sprak mij zeer aan. Ik wilde graag priester worden, maar ik had bezwaren tegen het celibaat.''

In 1980 begon Greveling – hij werkte als b-verpleegkundige – in de avonduren aan theologie. Hij voltooide de studie niet, maar raakte door boeken te lezen ,,goed op de hoogte van het geloof en de liturgie''. Dat was genoeg: ,,Onze kerk heeft geen behoefte aan geleerden, maar aan pastors. Onze priesters hebben trouwens altijd ook nog een gewone baan'', aldus Greveling, die in 1984 tot priester werd gewijd. Drie jaar later koos de kerkvergadering, het hoogste gezag, hem tot bisschop.

De oud-episcopaal katholieke kerk verkondigt de katholieke leer (Greveling: ,,Rome vindt onze wijdingen geldig, doch ongeoorloofd''), maar onderscheidt zich op een aantal punten van het Vaticaan. Zo kent ze geen celibaat en kan ook een vrouw priester worden. ,,Bovendien zijn lichamelijke handicaps geen wijdingsbeletsel, zoals in sommige andere kerken.''

,,Wie zijn wij?'', stelt Greveling zich de vraag. ,,We staan `kerkelijke presentie zonder pretentie' voor. Onze kerk wil een kerk zijn waar de liefde centraal staat, waar een warm huis kan worden geboden, een oase voor iedereen die binnenkomt, zonder in welke vorm dan ook te discrimineren.''

Het hoofd van de kleine kerk omschrijft zich graag als ,,een pompbediende van een geestelijk tankstation''. ,,We hebben 24-uurs service, iedereen kan komen tanken. Mercedes of Eend, dat maakt niet uit. Mijn taak is te zorgen dat alle brandstof van goede kwaliteit is'', legt hij uit. Het staat ook allemaal in zijn twee boeken, Sacramenten (1999) en Woorden die wegen wijzen, dat onlangs verscheen. Hij noemt die boeken zijn ,,geestelijk testament''.

Wie de diensten van de oud-episcopaal katholieke kerk wil bijwonen, kan daarvoor alleen in Breda terecht. Zo'n mis, in de Emmauskapel naast de woning van de monseigneur, wordt altijd geleid door Greveling zelf, want sinds de dood van enkele andere priesters in de jaren tachtig is hij de enig overgebleven priester van deze geloofsgemeenschap.

Hij maakt zich desondanks geen zorgen over de toekomst. ,,Nee, onze kerk voelt niets voor een wervingscampagne van priesters. Ik ben ervan overtuigd dat als bij ons de deur dichtgaat, Onze Lieve Heer ergens anders weer een raampje opendoet. Met God heb ik nooit niets, altijd wat, ook in moeilijke tijden. Mijn ernstige ziekte heeft mijn geloof verdiept, ze heeft me dichter bij God en de mensen gebracht'', besluit de bisschop op zijn bed, temidden van beelden, boeken en (brandende) kaarsen.

    • Guido de Vries