`Angst voor Oost-Europese invasie ongegrond'

Europees Commissaris Verheugen stelde woensdag voor om bij de aanstaande uitbreiding van de Europese Unie werkzoekers uit Oost-Europa maximaal zeven jaar te weren. Volgens politicoloog Otto Holman zit Verheugen ernaast.

Bangmakerij noemt politicoloog Otto Holman de druk van Duitsland en Oostenrijk om het vrije verkeer van werknemers uit Oost-Europa aan banden te leggen bij uitbreiding van de Europese Unie. Serieus onderzoek levert volgens hem geen enkele aanwijzing voor de komst van veel Tsjechen, Polen of Hongaren naar West-Europa na oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie. ,,Die vrees is volkomen ongegrond.''

Holman, universitair hoofddocent internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt uitbreidingen van de Europese Unie. Hij herinnert aan de angst die in de jaren tachtig in West-Europa bestond voor de komst van Grieken, Spanjaarden en Portugezen na toetreding van hun land tot de Europese Unie. ,,Dat is absoluut niet uitgekomen. Integendeel. West-Europa kampte in die jaren met economische stagnatie en oplopende werkloosheid. In plaats van hier naartoe te komen, keerden veel Spanjaarden die in de jaren vijftig en zestig als gastarbeiders naar het noorden waren gehaald, juist terug. Daar is de emigratie van Noord-Europese senioren naar de zon nog bovenop gekomen.''

De Europese Unie staat voor vrij verkeer van personen, kapitaal en goederen. Maar er zijn grenzen. De Duitse Europees Commissaris Günther Verheugen (Uitbreiding) stelde woensdag voor de arbeidsmarkt extra te beschermen bij de aanstaande uitbreiding van de Europese Unie met landen in Midden- en Oost-Europa. Na aansluiting van deze landen bij de Unie (voorzien vanaf 2004) mogen hun werknemers nog maximaal zeven jaar worden geweerd van de arbeidsmarkt van de `oude' EU.

Ter rechtvaardiging verwees Verheugen naar de toetreding van Spanje en Portugal tot de Europese Unie (in 1986), waarbij eenzelfde overgangstermijn werd gehanteerd. Maar Holman vindt dat deze vergelijking mank gaat. Hij noemt de verschillen wat betreft schaal, context en uitgangspositie ,,reusachtig groot''.

Weliswaar gingen aan beide uitbreidingen politieke omwentelingen vooraf – Griekenland, Spanje en Portugal schudden hun militaire dictaturen af, de landen in Midden- en Oost-Europa legden het communistische juk af – maar in sociaal-economisch opzicht zijn de oostwaartse ambities van de Europese Unie zonder precedent. ,,Het belangrijkste verschil is dat de zuidelijke landen vertrouwd waren met kapitalisme en markteconomie en voormalige Oostbloklanden niet. Daar staat men als het ware voor een dubbele transformatie, politiek én economisch. Dat maakt hun toetreding tot de Europese Unie ook veel ingewikkelder en riskanter.''

Als voorbereiding op aansluiting bij de `gemeenschappelijke Europese markt' worden de Oost-Europese commando-economieën nu in hoog tempo op neo-liberale leest geschoeid. In te hoog tempo, meent Holman. ,,Het gaat gepaard met groeiende werkloosheid en toenemende inkomensongelijkheid, sociale uitsluiting en armoede. Brussel redeneert: de zuidelijke uitbreiding was een succes, hupsakee, dat model kopiëren we voor Midden- en Oost-Europa. Maar dat is een gevaarlijke misvatting. Als je de Oost-Europese economieën te snel moderniseert en liberaliseert, dan heeft dat enorme nadelige sociale gevolgen.''

De oostwaartse uitbreiding is volgens Holman vooral ingegeven door economische motieven: een grotere markt zonder belemmeringen voor het verkeer van kapitaal en goederen. Met het vrije personenverkeer, het formele sluitstuk van het liberale gedachtegoed, ligt het moeilijker, getuige de restricties die daarvoor in de maak zijn. Niet consequent en onevenwichtig, oordeelt Holman. ,,Brussel onderschat de politieke explosiviteit. Men gaat er veel te gemakkelijk van uit dat uitbreiding van de Europese Unie automatisch tot economische voorspoed en politieke stabiliteit leidt. Maar die garantie is er helemaal niet.''