Aloo ka sambal

Het is bijna tijd om de 464-ste verjaardag van de Europese kennismaking met de aardappel te vieren. Want in 1537 zag de eerste Spanjaard in Colombia in Zuid-Amerika hem voor het eerst. Vanaf dat moment is de aardappel langzaam aan een comfortabele wereldreis begonnen. Omdat hij zich meteen overal thuis voelde liet hij ook in elk land wat familie achter. Die onmiddellijk een eigen lekker recept toebedeeld kregen. Tot in Azië aan toe. Denk bijvoorbeeld maar niet dat ze in India nog nooit van de aardappel hebben gehoord. Het bewijs daarvan staat hierboven. Sambal van aardappel. Maar omdat ze in India aloo zeggen tegen de aardappel (in plaats van aardappel), snap je dat niet zo meteen. Maar waar ze echt nooit van hebben gehoord dat is van sambal. Want onze sambal is rood en heel heet en hun sambal lijkt als twee druppels water op puree. In dit geval van aardappel. Alleen heel anders natuurlijk. Allereerst wordt aloo ka sambal koud gegeten. Dat is niet zo gek want het is daar meestal heel warm buiten. En er zit kokosmelk doorheen. Ook niet zo vreemd, omdat ze in India ontzettend veel kokosnoten hebben. Wie aloo ka sambal wil maken begint met een gewone puree van niets anders dan aardappelen. Je zorgt dat je een bosje lenteuitjes bij de hand hebt. Je weet wel, zo'n dun bosje uitjes waar nog van die groene sprieten aanzitten. De sprieten maak je schoon, snijdt het onderste beetje wit eraf en dan gaan ze over de hele lengte in vieren. Daarna weer in kleine stukjes snijden. Meteen door de nog warme puree mengen. Je klutst er daarna de inhoud van een klein blikje kokosmelk bij, twee eetlepels citroensap en een theelepel mosterd. Ook wat zout. Dat is alles. En alvast de hartelijke felicitaties.

    • Philip Mechanicus