Wankelend bananenrijk

Overeenstemming tussen Europese Unie en de VS lijkt bananengigant Chiquita op de valreep te redden. De aandelenkoers van het imperium met een corrupt verleden gaat voor het eerst in lange tijd omhoog.

Op 3 mei 1998 laat de Cincinnati Enquirer een bom vallen. Een achttien pagina's tellende bijlage laat geen spaan heel van bananenconcern Chiquita International, gevestigd in die stad. Twee onderzoeksjournalisten hadden onderzoek verricht in Midden-Amerika en komen met talloze, ernstige beschuldigingen naar buiten. Zo zou het bedrijf onder andere namen marionetbedrijven hebben in Honduras, hoewel dat bij de Hondurese wet verboden is. Milieuregels zouden zijn overtreden met als gevolg in elk geval de dood van één werknemer en blootstelling aan chemicaliën van tientallen anderen. Verder zou het bedrijf schuldig zijn aan omkoping in Colombia en bedreiging van boeren in onder meer Honduras met hulp van het leger. Chiquita gaat niet rechtstreeks in op alle beschuldigingen, maar ontdekt dat een van de journalisten de antwoordapparaten van topmensen in het bedrijf afluisterde: alle informatie is illegaal verkregen. Chiquita sleept de Enquirer voor de rechter en het moederbedrijf, Gannett's, zwicht voor de druk. De krant plaatst rectificaties, zonder overigens daarin direct te zeggen dat de aantijgingen onjuist zijn, en betaalt 10 miljoen dollar schikking.

Sindsdien is het niet beter gegaan met Chiquita. Het bedrijf Chiquita International verkeert in grote financiële moeilijkheden. Chiquita is bezig aan een herstructurering om te voorkomen dat het surseance van betaling moet aanvragen. Daarnaast bekijkt grootaandeelhouder Consolidated Fruit uit Chicago, bezitter van 9,9 procent van de aandelen, of het zin heeft een bod te doen op alle aandelen of een deel ervan.

Chiquita leed vorig jaar op een omzet van 2,25 miljard dollar een verlies van 94,9 miljoen dollar. De koers van het aandeel Chiquita is gedaald tot een niveau van ongeveer een dollar. Volgens analisten heeft Chiquita de afgelopen decennia een aantal fouten gemaakt. Het heeft te snel willen uitbreiden in Europa, zonder daarbij de groeimarkt in Oost-Europa te betrekken. Het investeerde ook te veel in schepen, waardoor het met een overcapaciteit kwam te zitten. Aan de andere kant verkocht Chiquita plantages in Midden-Amerika. Het bedrijf breidde uit in Zuid-Amerika. Toen bleek dat de bananen in Zuid-Amerika wel groter zijn, maar minder zoet, had Chiquita een probleem. Via sluikse wegen probeert het terug te keren in Honduras.

De geschiedenis van de banaan is in de afgelopen anderhalve eeuw onverbrekelijk verbonden met de geschiedenis van de misdaad en Chiquita is een exponent in het verhaal. Twee keer al heeft het bedrijf zijn naam veranderd om de slechte reputatie uit het verleden af te schudden.

De banaan was in het westen nauwelijks bekend tot het midden van de 19de eeuw. Pas in 1866 begon een geregelde export naar de VS. Honderden kleine bedrijfjes zagen brood in de handel, maar de concurrentie leidde al gauw tot samenvoeging. Omsteeks 1898 waren er nog ongeveer twintig bedrijven over. United Fruit Company, de voorloper van Chiquita, werd in 1899 opgericht door het samenvoegen van de Boston Fruit Company en het bedrijf van een zekere Minor Keith, een ondernemer uit New Orleans. Het bedrijf genoot een groot vertrouwen op de beurs en had geen enkele moeite miljoenen dollars bij elkaar te krijgen. Het begon op grote schaal land te kopen in de Dominicaanse Republiek, Honduras, Guatemala, Panama, Cuba en breidde uit in Nicaragua, Jamaica en Colombia.

Er waren sterke banden met eigenaren en importeurs in New Orleans die de vruchten onmiddellijk waren gaan gebruiken als dekmantel voor een lucratieve drugshandel. Naast United Fruit was met name Standard Fruit een grote speler. Aan het eind van de negentiende eeuw was Honduras een soort bananentuin geworden voor de VS. Beide grote bedrijven hadden banden met de Amerikaanse maffia en bananenland Honduras werd een exportland van drugs maar ook een schakel in bijvoorbeeld de internationale handel in opium.

De geschiedenis van Honduras is op trieste wijze verbonden met misdaad en bananen, vandaar de treffende benaming bananenrepubliek. De Hondurese president Tiburcio Carias Andino bijvoorbeeld werd tijdens zijn bewind van 1933 tot 1949 gesteund door United Fruit. Carias werd in het zadel geholpen door Guy Maloney, ooit commissaris van politie in New Orleans. Diezelfde Maloney had in 1911 ook al meegedaan om in dienst van de bananenondernemer Samuel Zemurray uit New Orleans een staatsgreep te plegen tegen president Miguel Davila. Niet alleen in Honduras, maar ook in Guatemala was United Fruit actief. In 1954 zocht het bedrijf de steun van de Amerikaanse overheid toen Guatemala dreigde buitenlandse bedrijven te onteigenen. De CIA hielp toen bij een staatsgreep die president Jacobo Arbenz van de macht beroofde.

De combinatie van bananen, drugs en corruptie duurde voort tot midden jaren zeventig. Rode draad daarin zijn voortdurend de fruitbedrijven, United en Standard, alsook Honduras en de Hondurese consul in New Orleans. Standard Fruit kreeg hulp van het leger bij het overnemen van een bedrijf op grond die het bedrijf in 1974 had verlaten. Honduras was tevens thuishaven van de Contras die door de VS werden gesteund om het onwelgevallige regime van de Sandinistas in Nicaragua omver te werpen. Hoewel Washington, met name de CIA, wist wat er gebeurde in Honduras had het de cocaïnehandelaren in het land nodig. De Amerikaanse drugsbestrijding mocht niets doen.

In 1975, toen United Fruit onderdeel was geworden van United Brands, moest de Hondurese president Oswaldo Lopez Arellano aftreden toen bekend werd dat hij 1,25 miljoen dollar aan steekpenningen had aangenomen om United Brands 7,5 miljoen dollar aan exportbelasting te besparen. Nog eens 1,25 miljoen lag in het verschiet. Topman Eli Black sprong uit het raam van de 44ste verdieping van het PanAm-gebouw op Manhattan toen het nieuws bekend werd. United Brands kreeg in 1978 een boete voor omkoping opgelegd van 15.000 dollar, toentertijd het maximumbedrag.

Een nieuw tijdperk trad in toen de financier Carl H. Lindner in 1984 grootaandeelhouder werd en de dienst ging uitmaken. Hij verplaatste het hoofdkantoor van New York naar Cincinnati en gebruikte de naam Chiquita, die al sinds 1945 was gebruikt, voor het gehele bedrijf. Carl Lindner en zijn familie hebben 45 procent van American Financial Group (AFG) in handen en dat bezit op zijn beurt 37 procent van de aandelen Chiquita. Lindner is voorzitter van de raad van commissarissen van zowel AFG als Chiquita.

Wie verwachtte dat de bananenhandel nu een fatsoenlijke sector zou worden kwam bedrogen uit. Lindner deed wat hij moest doen voor zijn aandeelhouders en bracht Chiquita terug naar de toppositie in de internationale bananenhandel. Het corrupte apparaat dat Chiquita in bijvoorbeeld Honduras had bleef intact en onder het bewind van president Rafael Callejas (1988-1992) was het bedrijf opnieuw een misdaadimperium met verreikende tentakels binnen de republiek. Dat bleek toen het Ierse fruitimportbedrijf Fyffes voet aan de grond probeerde te krijgen in Honduras. Het benoemde in 1990 Ernst Stalinski, een Duitser die in Honduras woonachtig was. Hij bood via de onafhankelijke groothandels boeren meer voor hun bananen dan Chiquita.

Het leidde tot de zogeheten bananenoorlogen waarin, aldus de Council on Hemispheric Affairs (COHA), ,,Chiquita een massaal offensief voerde om de pogingen van Fyffes zich op de Hondurese markt te vestigen te dwarsbomen'. De COHA is een particuliere organisatie die de buitenlandse activiteiten van de Amerikaanse overheid kritisch volgt sinds de bemoeienissen van de VS in Chili in de jaren zeventig. Het volgt Chiquita ook al jaren, vooral nadat Lindner door middel van donaties aan politici is begonnen politieke steun voor Chiquita te verwerven. ,,Wij waren vanaf het begin geïnteresseerd in twee dingen', zegt directeur Larry Birns. ,,We wilden weten hoe Chiquita zich gedraagt in Honduras en hoe het zichzelf heeft gepositioneerd ten aanzien van de officiële Amerikaanse klacht bij de Wereldhandelsorganisatie.'

Tijdens de bananenoorlogen in de eerste helft van 1990 zorgde Chiquita ervoor dat bananenladingen van Fyffes in beslag werden genomen en dat schepen zo lang vastgehouden werden dat van de lading uiteindelijk alleen bruine pulp overbleef. Dit kon worden voorkomen door betaling van 150.000 dollar, die terecht moest komen bij drie hoge Hondurese rechters. Ondertussen werd geprobeerd Stalinski om te kopen en dat bleek niet te werken. Een vervalst arrestatiebevel leidde tot een bijna gelukte ontvoering waarbij zijn chauffeur om het leven kwam. Stalinski gaf niet op, bleek niet omkoopbaar en bleef Fyffes vertegenwoordigen. Zijn aanklachten in Honduras leidden niet tot een veroordeling en zelfs niet tot een zaak, maar zijn civiele zaak tegen Chiquita in Cincinnati slingert zich langzaam een weg door de rechtbanken.

In 1994 leed Chiquita 65 miljoen dollar verlies en begon Lindner actief te lobbyen. Bill Clinton, Bob Dole, Richard Gephardt en John Glenn kregen royaal geld en Lindner eindigde als tweede donateur dat jaar. Tijdens de voorverkiezingen in 1996 mocht Dole royaal gebruik maken van het bedrijfsvliegtuig van Lindner. Dole verloor de verkiezingen, maar hij had ook een vriend aan de andere kant van het politieke spectrum. Lindner hoorde bij de tien grootste donateurs van Clintons herverkiezing in 1996. In 1997-1998 deed Lindner schenkingen van meer dan 700.000 dollar en was hij na Philip Morris en Amway de grootste donateur. Lindner wist de regering-Clinton ervan te overtuigen een klacht namens Chiquita in te dienen bij de Wereldhandelsorganisatie. Het ging om de importquota van de Europese Unie, die de voormalige koloniën in het Caraïbisch gebied bevoordeelden. Handelsvertegenwoordiger Mickey Kantor zette de kwestie op zijn agenda en hoewel critici erop wijzen dat er nauwelijks Amerikaanse banen of belangen in het geding zijn, trad het gehele overheidsapparaat in werking.

De ochtend na het indienen van de klacht maakten Lindner en consorten 500.000 dollar over aan Democratische comités van een aantal Amerikaanse deelstaten. Hoewel Kantor erkent dat hij Lindner ten minste drie keer heeft ontmoet, zegt hij dat hij naar eigen inzicht handelde. Volgens de COHA en onderzoekswerk van de Enquirer-journalisten waren het de advocaten van Chiquita die de tekst van de klacht aanleverden bij het bureau van Kantor. ,,Het is een voorbeeld uit het boekje van volledig op hol geslagen kapitalisme', aldus Birns, die vindt dat het geslaagd manipuleren van Kantor bewijst dat ook Amerikanse overheidsvertegenwoordigers omkoopbaar zijn.

    • Lucas Ligtenberg