Twijfel over onderzoek naar rel Den Bosch

De politiek in Den Bosch plaatst vraagtekens bij de totstandkoming van het onderzoek van het Crisis Onderzoek Team (COT) van de Universiteit Leiden, naar de rellen in de Graafsewijk. Omroep Brabant meldde gisteren dat COT-voorzitter prof. U. Rosenthal zijn eigen onderzoeksopdracht mocht formuleren van de Bossche `driehoek'.

De raadscommissie bestuurlijke zaken, waarin de fractievoorzitters zitting hebben, praat vanavond over de rellen. In december vorig jaar deden die rellen zich voor, nadat een politieman de Bosschenaar P. Bouleij had doodgeschoten.

De gemeentelijke politici beperken zich vanavond tot het stellen van vragen. Pas in de gemeenteraadsvergadering, volgende week donderdag, volgt een politiek oordeel over het optreden van burgemeester A. Rombouts.

Samen met hoofdofficier van justitie R. Craemer en korpschef E.van Hoorn maakt burgmeester Rombouts deel uit van de bestuurlijke driehoek. Die gaf tijdens de drie dagen durende rellen opdracht aan het COT om een onderzoek te doen naar onder meer het optreden van de driehoek tijdens de rellen. Vanavond kunnen de fractievoorzitters professor Rosenthal om opheldering vragen over de gebruikte onderzoeksmethoden en de bevindingen van het COT. Raadslid P. van der Krabben (Bosch belang) zegt te twijfelen aan de objectiviteit van het COT. Uit de notulen van het driehoeksoverleg tijdens de rellen blijkt dat Rosenthal naar Den Bosch gekomen is met het aanbod om de driehoek van advies te dienen. Daarna kreeg hij een onderzoeksopdracht, waarvan hij zelf de opdracht mocht schrijven. De raad had daarin geen inbreng.

Rosenthal ontkent desgevraagd dat hij heeft voorgesteld als adviseur op te treden. Over de onderzoeksopdracht is volgens hem ,,heen en weer gepraat'', wat ,,gebruikelijk'' is. Rosenthal: ,,Dat doen wij altijd, meedenken met de opdrachtgever of de opdracht goed geformuleerd is.''

Raadslid Van der Krabben: ,,Ik wil weten hoe compleet dit COT-onderzoek is. De raad zou zelf een deskundige moeten inschakelen. Wij overwegen de Groningse criminoloog prof. W. de Haan om een opinie te vragen.''