Spopo in Spoorstad

Sinds anderhalf jaar is de spoorwegagent een `echte' politieman. De oude garde voelt zich nog NS'er, met één verschil: rondje om de kerk? Graag!

`DAT GA JE TOCH NIET híer doen? Iedereen heeft jullie kunnen zien.'' Frans Paanakker, agent van de spoorwegpolitie, wijst een jong stelletje op quasi strenge toon terecht, nadat het door NS-personeel in een wachtkamer van station Utrecht Centraal was ontdekt in een nogal intieme pose. Om half tien 's ochtends. Tot groot vermaak van omstanders kan de vrouw zelfs met haar lange jas nauwelijks verhullen dat ze zo goed als naakt is. ,,We hadden elkaar een jaar niet gezien'', probeert ze zich nog te verdedigen, terwijl haar vriend van schaamte stuurs de andere kant op kijkt.

Op het bureau van de Spoorwegpolitie, tegenwoordig frontoffice geheten, vertelt Paanakker het verhaal gniffelend aan collega's. Het is maar één van de vele vreemde voorvallen die hij dagelijks meemaakt op dit grootste knooppunt van spoorlijnen in Nederland.

Op Utrecht Centraal is een van de achttien posten gevestigd van de spoorwegpolitie. Elke post heeft een eigen gebied, waarin het voornamelijk toezicht houdt op de veiligheid op en rond stations en baanvakken.

De spoorwegpolitie, ook wel Spopo of nog korter SP genoemd, is sinds januari 2000 een onderdeel van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Daarvoor was de in 1919 opgerichte organisatie `van' de Nederlandse Spoorwegen.

De agenten waren onbezoldigd ambtenaar, wat betekende dat zij dezelfde bevoegdheden hadden als gewone politieagenten, maar niet in dienst waren van de overheid. Toen in 1993 deze functie ten gevolge van de nieuwe politiewet werd afgeschaft en NS tevens moest privatiseren, zou de vreemde situatie ontstaan dat een privaat bedrijf er een eigen politiedienst op nahoudt.

Het overhevelen van de taken naar het KLPD ging tamelijk probleemloos. De agenten van de spoorwegpolitie hadden praktisch dezelfde opleiding als hun collega's en werden na een korte bijscholing officieel ambtenaar van politie. Operationeel veranderde er weinig, behalve dat de spoorwegpolitie nu ook bevoegd was op te treden buiten de stations.

De overgang had één nadeel: omdat ze de juiste papieren hadden en er daar behoefte was aan mensen, vertrokken zo'n zeventig agenten naar de regiopolitie. Er dienden zich maar 25 vervangers aan. ,,Dat is nog dagelijks belemmerend'', aldus G. van Beek, divisiehoofd van de spoorwegpolitie. ,,We hebben een personeelstekort van 15 procent, maar door krapte op de arbeidsmarkt krijgen we het niet aangevuld.''

Ook het team in Utrecht heeft last van een lage bezetting. ,,Dagelijks hebben we vier tot zes man om patrouilles te lopen, maar het zijn er eigenlijk te weinig.'' Frans Paanakker zou deze morgen zijn ronde lopen met collega Wina Paanakker, niet geheel toevallig zijn vrouw. Toen zij echter de identiteit van een man natrok die aangifte kwam doen van diefstal van zijn paspoort, ontdekte ze dat hij vuurwapengevaarlijk was en niet eens in Nederland mag zijn. De verdachte werd snel ingesloten, maar de administratieve rompslomp vergt nog veel tijd.

Frans besluit alleen op pad te gaan. De spits is voorbij en in de hal van Utrecht Centraal is het rustig. Een enkele junk wordt onverbiddelijk weggestuurd. ,,Eigenlijk voeren wij hier op Utrecht Centraal al jaren een zero tolerance-beleid. We tolereren niks en houden bepaalde overlast op die manier binnen de perken. Junks weten bijvoorbeeld dat ze hier in de hal of op perrons niets te zoeken hebben.'' Hij geeft toe dat het probleem daarmee niet wordt opgelost, maar alleen verplaatst.

Dat blijkt duidelijk in de catacomben van het station- en winkelcomplex Hoog Catharijne. Een schemerige tunnel, eigenlijk een bevoorradingsweg voor de winkels, wordt door tientallen daklozen gebruikt als schuilplek. Sommigen liggen onder dekens en stukken karton, anderen scharrelen wat rond. ,,We gedogen het dat ze op deze plek verblijven. Het is de minst slechte oplossing.''

Niet alleen de Nederlandse stations zijn het domein van de spoorwegpolitie, ook de bijna drieduizend kilometer spoor en de vijfduizend treinen die dagelijks rijden. Van Beek vergelijkt het dikwijls met een stad: Spoorstad, met de forensen en spoormedewerkers als bewoners. ,,Problemen die in de hele maatschappij voorkomen, heb je ook in Spoorstad'', legt hij uit. Daarom vindt hij een goede samenwerking met de regiopolitie belangrijk. ,,Het voorkomt dat je elkaar zaken toeschuift om er zelf vanaf te zijn.''

Van Beek hecht ook aan de goede band met NS. ,,Zonder spoor geen spoorwegpolitie, dat mag duidelijk zijn. Maar die goede band is wederzijds. Het geeft NS-personeel een veilig gevoel dat ze ons kunnen inschakelen bij problemen.''

In tegenstelling tot de NS'ers is Van Beek een voorstander van het `rondje om de kerk'. ,,Lijnsgebonden exploitatie maakt het ons gemakkelijker om preventief op te treden. We kunnen beter contacten onderhouden en tot afspraken komen als we dagelijks met dezelfde mensen te maken hebben.''

De band met NS-personeel is vooral onder oudere spoorwegagenten stevig. Paanakker: ,,Logisch, vroeger werkte je voor hetzelfde bedrijf. Als ik op het station conducteurs of machinisten tegenkom, maak ik graag nog een praatje met ze. We begrijpen elkaar omdat we dezelfde taal spreken. Agenten die na de overgang naar het KLPD hier zijn komen werken, hebben dat veel minder.''

Paanakker en zijn collega's zijn te spreken over hun werk. ,,In Utrecht heerst een gemoedelijke sfeer, geen machocultuur. Hoe dat bij andere posten is, weet ik niet.''

De gemoedelijkheid blijkt ook uit de behandeling van een jonge arrestant. Na drie dagen posten werd de tiener op heterdaad betrapt terwijl hij stenen tussen de wissels legde bij Geldermalsen.

In plaats van in een cel, mag hij tussen de agenten in de kantine zitten, waar hij zelfs een stukje vlaai krijgt. Dit is ter ere van het afscheid van Wina Paanakker, die naar de meldkamer gaat. ,,Maar je krijgt dit niet omdat je je zo goed hebt gedragen'', maant een inspecteur de schaapachtig lachende jongen.

    • Dennis Brons