Poldermodel op zijn einde

,,Commissarissen kunnen in de regel in een lopende onderneming niet veel klaar maken, maar als ze op kritieke momenten in het bestaan van een onderneming op een ferme wijze de bakens weten te verzetten, doen ze genoeg. Als ze ook op zulke momenten tekort schieten, verzaken ze hun verantwoordelijkheid.'' Dit citaaat staat niet in een van de weekbladen, maar in het boek Goudriaan in botsing met de NS, van Arie van der Zwan. Het verscheen in 1991 en beschrijft de wederwaardigheden van prof. J. Goudriaan, die in 1938 door de regering was aangesteld om de NS te moderniseren. Hij werd op alle fronten tegengewerkt omdat de toenmalige NS-directie zich niets gelegen wilde laten liggen aan deze geparachuteerde buitenstaander. Anno 2001 stelt menigeen zich de prangende vraag: wie bij de NS én bij de bonden laat zich nog aan wie gelegen liggen? En: komt het ooit nog goed bij de NS, zoals Vrij Nederland vraagt aan Arie van der Zwan. ,,Ik sluit niet uit dat uit het huidige ziekteproces weer iets moois kan groeien'', zegt hij, om er meteen aan toe te voegen dat door de onrust bij de NS de sociale verhoudingen in het land op hun kop kunnen worden gezet: ,,Het poldermodel wordt ten grave gedragen. (...) Ik voorspel een periode van sociale onrust en polarisatie. (...) De onrust kan overslaan naar andere sectoren als de zorg en het onderwijs (...).''

De profileringsdrang van de bonden is, zo blijkt uit De Groene Amsterdammer, overgeslagen naar het reizigersfront: naast de Consumentenbond en de reizigersvereniging Rover is het NS-reizigerscollectief opgestaan dat zegt echt het beste met de reizigers voor te hebben. De SP heeft zich reeds achter het nieuwe collectief geschaard: ,,Het rondje om de kerk gaat ten koste van de veiligheid, en het vak van conducteur is nu al het gevaarlijkste beroep dat er is. (...) Als het beroep nóg onaantrekkelijker wordt gemaakt, heb je straks niemand meer over'', zegt SP-Kamerlid Harry van Bommel.

Angst om in dat geval lang zonder werk te zitten hoeven de conducteurs niet te hebben: ze kunnen zó aan de slag in de detailhandel, waar wordt geschreeuwd om personeel, schrijft HP/De Tijd. De schreeuw is zo luid, dat referenties niet of nauwelijks worden nagetrokken: dat kost te veel tijd. Met als gevolg dat iemand die wegens diefstal op staande voet wordt ontslagen, elders in de winkelstraat weer vrolijk aan de slag kan: ,,Iedereen die binnenkomt en om een baantje vraagt, wordt met open armen ontvangen'', zegt een verkoopster die een `boek kan schrijven' over diefstal en collega's die daar lustig aan meewerken.

Heel andere mensen dus dan de groeiende groep Amerikanen die zich te pas en te onpas afvraagt: `Wat zou Jezus doen?' Europa is Amerika niet, schrijft Hervormd Nederland in een artikel over de `Wat zou Jezus doen'-sympathisanten, onder wie voormalig presidentskandidaat Al Gore. Jeugdige sympathisanten zien volgens HN hun besluit om zich naar de wil van Jezus te richten ,,als een verweer tegen het `Just do it!' in de advertenties waarmee ze dag en nacht worden gebombardeerd om zo'n egoïstisch en hedonistisch mogelijk leven te leiden''.

Daarentegen dacht de jonge Ella Kalsbeek vaak: ,,Wat zou het heerlijk zijn als Jezus niet bestond'', aldus Elsevier in een portret van de huidige staatssecretaris van Justitie, verantwoordelijk voor het asielbeleid. Hoewel van gereformeerden huize heeft ze de psalmregel `Heer, zet een wacht voor mijne lippen' niet altijd paraat: ,,Ik heb weleens tegen haar gezegd dat ze in de ministerraad niet te spontaan in de discussie moet duiken. Het is geen discussieclub. Je moet ook luisteren. Ella heeft het hart soms te veel op de tong'', zegt minister van Binnenlandse Zaken, Klaas de Vries. Met de NS-directie, de bonden én het nieuwe NS-reizigerscollectief heeft Kalsbeek gemeen dat zij stáát voor haar zaak. Welke zaak dat is, is in beide gevallen voor het pubiek inmiddels volstrekt onduidelijk.

    • Anna Visser