Pensioenen

M.P. Gans maakte zich publiekelijk zorgen om zijn pensioen, waarbij hij begon met de prijs van een liter melk, om na een omtrekkende beweging uit te komen op de soliditeit van het ABP (NRC Handelsblad, 21 maart). Uiteraard is het verstandig om te waarschuwen voor (te) hoge inflatie en de dieperliggende oorzaken ervan, maar wat Gans beweert over `zijn' ABP-pensioen is geen goede weergave van de feiten.

De kritiek van Gans berust op een analyse van zijn eigen situatie. Dat is begrijpelijk, maar lastig te weerleggen zonder de privacy te schenden. Moet ik in de krant schrijven dat Gans er niet 11 procent op vooruitgegaan is over de laatste vijf jaar, de stijging van de CAO-index, maar bijna 7 procent? Nee dus, maar hoe moet ik dan een eventueel misverstand uit de wereld helpen? Door een geval uit de doeken te doen dat wél representatief is.

Een professor in ruste – zoals Gans – met een arbeidshistorie van veertig fulltime dienstjaren – wat niet op Gans slaat – had vijf jaar geleden een eindloon van ƒ180.000 met een pensioenuitkering van ƒ107.450 en een alleenstaande AOW van ƒ18.618, totaal.

    • J.H.R. van de Poel
    • Lid Directieraad Abp
    • Directeur Financiën