MOKSI-ALESI MET VIS

Het hoofdbestanddeel van moksi-alesi is rijst. Die wordt gekookt samen met vlees (zoutvlees, rauwe ham, overgebleven gaar rund- of varkensvlees) of vis, plus groenten (kool, pompoen, kouseband, tajerblad en maïs) en soms peulvruchten.

Dit eenpansgerecht kan dus in allerlei variaties worden gemaakt, van eenvoudig tot rijk gevuld. Vaak wordt een scheut kokosmelk toegevoegd. Bij de Hindoestaanse moksi-alesi hoort vis, geen rundvlees. Onder Creolen is de combinatie van zoutvlees en gedroogde garnalen populair.

Week de gedroogde garnalen en plukjes droge vis in twee kommen 10-15 minuten in heet water. Pel en snipper de ui en de knoflook. Snijd voor een pittige moksi-alesi een halve of hele peper fijn. Voor een minder heet resultaat kan de peper in z'n geheel meegekookt worden en er voor het eten uitgehaald worden.

Snijd de tomaten in stukken. Knijp het vocht uit de garnalen en de vis. Hak de garnalen eventueel in stukjes. Verhit de olie in een braadpan en bak hierin garnalen, vis, ui, knoflook en desgewenst de fijngesneden peper ongeveer drie minuten op half hoog vuur. Was de rijst tot het water helder is. Doe de stukken tomaat en de tomatenpuree in de pan. Voeg 8 deciliter water toe met de rijst, de bladselderij en de bouillontabletten. Kook de rijst een kwartier op een laag vuur. Snijd de kool in smalle repen en het vruchtvlees van de paprika in stukjes. Schep kool, paprika en maïs door de rijst, leg de hele peper erop als daarvoor gekozen is. Kook de rijst in nog eens 10-15 minuten gaar. Doe er zo nodig een kleine scheut water bij als de rijst dreigt aan te bakken, maar zorg ervoor dat de moksi-alesi niet te nat wordt. Op smaak brengen met zout en peper. Eet er een slaatje bij van komkommer en tomaat.