Máxima Montonera

Een gedachtenexperiment. Stel dat Máxima Zorreguieta niet geboren was in 1971, maar elf jaar eerder, in 1960. In het jaar van de Argentijnse militaire staatsgreep, 1976, was ze dan zestien jaar geweest en had ze op de middelbare school gezeten. Een goede kans dat ze in die tijd activiste van de Montoneros, de peronistische guerrillabeweging, zou zijn geweest.

De Montoneros recruteerden hun aanhang bij voorkeur onder scholieren en studenten. Máxima, een rebelse meid, maatschappelijk bewust, niet op haar mondje gevallen, goed om te zien, zou perfect in het profiel van een Montonera gepast hebben. In de eerste helft van die broeierige jaren zeventig gold het als een uiting van politiek en sociaal protest om militante te zijn. Het was avontuurlijk, spannend en niet echt gevaarlijk. Er werd mee gekoketteerd, het was een levensstijl voor jongeren uit de (hogere) middenklasse. Ook voor de zonen en dochters van generaals of van vaders die toetraden tot het regime-Videla.

Na de staatsgreep werd alles anders. De guerrilleros werden uitgeroeid, de activisten en sympathisanten meedogenloos achtervolgd. Het grootste deel van de aanhang werd gedreven door sociale bewogenheid. Des te cynischer was het dat Mario Firmenich, de leider van de Montoneros, bezeten was van een militaristische strategie. Activisten werden zinloos een gewisse dood ingejaagd. De repressie kostte een generatie idealistische jongeren het leven. Firmenich waande zich de leider van het onderdrukte volk, maar hij was eerder een gewetenloze crimineel. In 1990 heeft hij amnestie gekregen en hij heeft nooit afstand genomen van zijn verleden.

Máxima Zorreguieta verklaarde twee weken geleden: ,,Ik verwerp sinds lang de Videla-dictatuur, de verdwijningen, de moorden en alle verschrikkelijke feiten uit die tijd.'' In Nederland waren critici van mening dat ze eerder publiekelijk afstand van het regime had moeten nemen. Wanneer had ze dat moeten doen? Toen ze nog in New York woonde, was ze een anonieme Argentijnse vrouw die bij een bank werkte en was niemand buiten haar privé-kring geïnteresseerd in haar mening over de dictatuur. Vanaf het moment dat haar verhouding met Willem-Alexander bekend werd, moest ze haar mond houden. Pas op de persconferentie van de verloving kon ze met haar opvatting naar buiten treden.

Haar vader heeft zich ook lang ingehouden. Het kabinet en het parlement mogen Jorge Zorreguieta een bedankbriefje sturen dat hij zich geschikt heeft naar het scenario van Kok. Zorreguieta heeft verklaard dat hij zélf tot het inzicht is gekomen dat hij beter kan afzien van aanwezigheid bij het huwelijk, maar het onbegrip voor de Nederlandse opstelling druipt van zijn verklaring af. Altijd de Argentijnse landbouw gediend, functies bekleed in opdracht van opeenvolgende burgerregeringen, tot de dag van vandaag actief in internationale agrarische fora – en dan mag hij niet op het huwelijk van zijn eigen dochter komen? Voor een Argentijn van Baskische afkomst moet dat onverdraaglijk zijn.

In Nederland was Zorreguieta al veroordeeld nog voordat hij zijn visie op de gebeurtenissen in zijn land had kunnen geven. Het bizarre is: Zorreguieta heeft het Nederland gemakkelijk gemaakt door vast te houden aan zijn opvatting dat hij als (onder)staatssecretaris van Landbouw niet op de hoogte kon zijn van de schendingen van de mensenrechten en zich moreel niet verantwoordelijk voelde voor de militaire terreur. Het was politiek lastiger geweest om hem van het balkon te weren als hij zijn spijtbetuiging met terugwerkende kracht naar 1976 had doorgetrokken.

Wat hebben de Oranjes met Argentinië? Willem-Alexander heeft straks een antiperonistische schoonvader. De grootvader van de kroonprins was in 1951 in Argentinië op bezoek en zeer gecharmeerd van Eva Perón. Evita wilde de vakbonden bewapenen om zich te kunnen verweren tegen de oligarchie. Prins Bernhard verkocht 5.000 automatische pistolen en 1.500 machinegeweren. Generaal Perón besloot dat de wapens beter aan de politie gegeven konden worden.

Twintig jaar later hadden de vakbonden zichzelf toch bewapend en schoten ze er lustig op los in het Argentijnse pandemonium.

Als een handelsreiziger verkocht Bernhard in 1951 ook 500 treinwagons, 20 dieseltreinen en 25 locomotieven aan Argentinië. Het leverde Werkspoor een order van 200 miljoen gulden op. De prins gaf ter waarde van 30 miljoen gulden aan dollars smeergeld aan de Peróns. De Nederlandsche Bank had grote bezwaren om schaarse deviezen vrij te maken voor deze schaamteloze omkoping, maar uiteindelijk gaf de wederopbouw van de Nederlandse industrie de doorslag. Het kabinet-Drees besloot dat de order voor Werkspoor een zaak van nationaal belang was.

Vervolgens kon Argentinië de rekening niet betalen en heeft het jaren van onderhandelingen gekost om het geld te innen. Net als met de order voor het gaspijpleidingnet van Cogasco, waarvoor Boskalis in 1980 – met instemming van de PvdA in de Kamer – een miljardencontract afsloot. Het risico van wanbetaling was bij de staat ondergebracht en toen Argentinië in 1982 bankroet ging, draaide de schatkist voor de stroppen op.

Ach, Argentinië. Wat als Máxima, elf jaar ouder, Montonera was geweest? Dan was ze niet op de prins van Oranje verliefd geworden en had ze mogelijk de `vuile oorlog' niet overleefd. Jorge Zorreguieta zou nooit met droge ogen hebben kunnen beweren dat hij pas in 1984 op de hoogte kwam van de verschrikkingen die gedurende de jaren dat hij in de regering zat, in Argentinië hadden plaatsgevonden. En haar moeder Maria Cerruti had in 1989 geen openbare steunbetuiging aan Videla ondertekend, maar iedere donderdagmiddag om vier uur gedemonstreerd op de Plaza de Mayo.

rjanssen@nrc.nl