Kapot staken

PLOTSELING HEEFT zich gisteren een nieuwe strijdende partij voor het `rondje om de kerk' gemeld: de ondernemingsraad. De gevolgen zijn van hetzelfde laken een pak. Het spoor ligt voor de derde dag binnen één week plat. De ondernemingsraad mengde zich in het conflict om het dienstrooster uit onvrede over de rol van de vakbonden FNV en VVMC. De bonden zouden volgens de OR alleen maar bezig zijn met een onderlinge competitie wie de grootste heeft. Om deze kleedkamermentaliteit te doorbreken, wilde de OR zelf een alternatief rooster opstellen dat vervolgens, naast dat van de directie, aan bindende arbitrage zou kunnen worden onderworpen. Toen het NS-management daartoe alleen bereid was als dit rooster niet duurder en even efficiënt zou zijn als het `rondje om de kerk', vertrok de OR met slaande deuren. De VVMC greep deze stap aan om de staking van vandaag aan te kondigen. Want wat de FNV vorige week kon, wil deze bond ook. Staken is kennelijk een sport geworden. Je moet als vakbond in training blijven.

Vorige week was het FNV-voorzitter De Waal die op de valreep en met talloze slagen om de arm zijn zorg uitsprak over de escalatie. Dit keer is het voorzitter Verhoeven van de Unie MHP, de vakcentrale waarbij de VVMC is aangesloten, die zwijgt over het wangedrag van een van zijn bonden. Het is zo langzamerhand wel duidelijk waarom de centrales niet meer serieus kunnen worden genomen. Hun bonden representeren hun leden niet meer. Zelfs de onderhandelaars van FNV en VVMC, die nog wel die illusie hebben, spreken namens zichzelf en gaan tot actie over om niet al te openlijk in hun hemd te staan.

TE MIDDEN VAN al dit sarcasme – de chaos bij FNV en VVMC noopt daartoe – kan worden vastgesteld dat het niet meer gaat om het dienstrooster en zelfs niet alleen om de onderlinge concurrentie op de werkvloer. De stakingen zijn gericht tegen de NS zelf en daarmee ook tegen de burgers van Nederland. Tussen de regels door hadden de actieleiders al eerder laten merken dat ze de huidige directie willen wegstaken. Daar zijn ze nu daadwerkelijk mee bezig.

Ongetwijfeld valt de leiding van de NS veel te verwijten. Sinds de verzelfstandiging zeven jaar geleden heeft het management zich, in zijn jacht op een plaatsje onder de zon, onvoldoende beziggehouden met zijn kerntaken: het ordentelijk en stipt vervoeren van de reizigers, zodat de trein een serieus alternatief kan zijn voor de auto. De rijksoverheid op haar beurt heeft de NS daarin bovendien lang gestimuleerd. Het `prestatiecontract' dat minister Netelenbos (Verkeer & Waterstaat) met de NS heeft gesloten – en dat ze nu gebruikt om haar eigen machteloosheid te rechtvaardigen – is te laat opgesteld om het tij nog te keren. De stakende machinisten en conducteurs ten slotte hebben nergens meer een boodschap aan.

HET RESULTAAT is bedroevend. Een van de belangrijkste staatsbedrijven verkeert in een terminale fase. De bonden hebben afgelopen week de laatste zet gegeven. Hopelijk komen ze, met hun eigen einde nu voor ogen, tot inkeer en kan de directie de grootmoedigheid opbrengen te blijven praten. Zijn de vakbonden daartoe niet in staat, dan rust de verantwoordelijkheid voor het lot van het openbaar vervoer op hun schouders. Treinreizend Nederland, dat er geen touw meer aan kan vastknopen, zal ze vroeg of laat weten te vinden.