Harrymens

De enige keer dat ik Harry Mens sprak, zat hij samen met Nick Leeson op de achterbank van een auto-met-chauffeur die zich naar de Beurs van Berlage spoedde. Het was 28 oktober 1999, en Harry Mens beleefde een van de daverendste dagen uit zijn bestaan. (Ik merk bij mezelf opeens de onbedwingbare behoefte zijn voor- en achternaam aan elkaar te schrijven, alsof we hier in de eerste plaats niet met een mens, maar met een merk te maken hebben.)

Als eerste was Harrymens erin geslaagd Nick Leeson, een van de grootste financiële zwendelaars ter wereld, naar Nederland te krijgen. Leeson had op zijn koontjes nog de bleekheid van iemand die net zes jaar in een gevangenis in Singapore had opgeknapt. Harrymens was dol op Nick, hij behandelde hem als een zoon met geniale trekjes. Elke keer als iemand enig kwaad over Nick wilde vertellen, greep Harrymens onverbiddelijk in. Nick een crimineel? ,,Nee'', zei Harrymens, ,,hij is geen crimineel. Hij is iemand die administratieve fouten heeft gemaakt, maar hij heeft zichzelf niet verrijkt.''

Waar Nick die twee miljard gulden had gelaten waarvan hij de Barings Bank had beroofd, wist Harrymens ook niet. Misschien had hij ze wel aan een goed doel afgedragen.

Harrymens werd die dag niet veel tegengesproken, want hij had een aantal snelle zakenmannen uitgenodigd die voor 650 gulden een uurtje mochten luisteren naar Nicks kletspraatjes. Eén van die zakenlieden vroeg nog: ,,Nick, waarom doe je dit soort optredens, daar ben je toch eigenlijk veel te goed voor?'' Zó wilde Harrymens het graag horen.

Gisteravond zag ik Harrymens bij Sonja Barend aan tafel. Ik kende hem even niet terug. Hij zag eruit als een amokmakende psychiatrische patiënt die elk moment met een ontbloot geslachtsdeel op tafel kon springen, roepend: ,,Ik zeik jullie allemaal onder.''

God, wat was Harrymens kwaad, vooral op dat mens van Barend dat hem maar niet liet uitpraten. Nu was daar ook niet veel reden toe, want Harrymens riep toch steeds hetzelfde: ,,Ik ken Cor Boonstra en Sylvia Tóth goed, je kunt van mij aannemen dat er niks aan de hand is.''

Dat Boonstra wordt verdacht van handel met voorkennis, beschouwde Harrymens als een vorm van omgekeerde klassejustitie. Nederland gaat daaraan kapot, voorspelde Harrymens.

Thuis zaten ook Boonstra en zijn Sylvia voor de buis. Boonstra knabbelde aan een kaakje, Sylvia stopte een van zijn sokken. Tussen hen in een grote theemuts.

,,Hij bedoelt het goed'', zei Boonstra met een blik vol afschuw naar het scherm.

,,Maar hij is wél geschift'', zei Sylvia, die mensen en dingen graag bij hun naam noemt.

Boonstra zuchtte. ,,En nu?'' vroeg hij.

,,Stilzitten en rustig afwachten'', zei Sylvia wijs. ,,Je weet toch hoe die dingen in Nederland aflopen? Justitie krijgt het bewijs niet rond, de vervolging loopt op niets uit en wij zijn weer de onschuld zelve.''

    • Frits Abrahams