En op `groene wegen' krijg je geld terug

Als minister Netelenbos het advies van Roel Pieper opvolgt, krijgt autorijdend Nederland te maken met kilometerheffing. Hoe werkt dat? Een beschrijving van de verschillende technieken op basis van Piepers rapport.

Als alles doorgaat, krijgen we in 2006 allemaal een tolkastje in de auto. De apparaatjes zullen werken met bestaande technologie, zo is het uitgangspunt. Maar er moet nog flink wat ontwikkeld worden, om alle onderdelen goed te laten samenwerken.

Het kastje

Het kastje wordt waarschijnlijk kleiner dan een pakje sigaretten en wordt tegen de voorruit geplakt, achter de spiegel. Dat is de plek waar het apparaatje makkelijk radiocontact kan maken met de buitenwereld. Andere uitvoeringen zijn ook mogelijk, maar dan is een extra antenne nodig.

Voor je gaat rijden, steek je een chipkaart in het kastje, bijvoorbeeld de Chipknip. Een display op het kastje geeft aan hoe snel je het geld erdoorheen jaagt. Rood voor de overvolle wegen in de spits, blauw voor een goedkoper traject, en bij groen krijg je geld toe.

Om het tarief te kunnen bepalen, meet het kastje op elk moment de positie van de auto. Dat verloopt via GPS (het global positioning system), een navigatiesysteem dat veel in de scheepvaart en buitensport wordt gebruikt. Het systeem werkt met satellieten, die een baken vormen voor de navigatie. Een radio-ontvanger in het kastje ontvangt steeds de signalen van verschillende satelliet-bakens. Het kastje berekent de afstand tussen de satellieten de auto. Daaruit kan de positie van de auto worden afgeleid met een nauwkeurigheid van een paar meter.

Dat lukt niet altijd. Je moet tegelijk het signaal kunnen ontvangen van minstens drie verschillende satellieten. Wie tussen bebouwing of een dichte bomenrij doorrijdt, verliest al gauw het contact. Daarom wordt het kastje in de auto gekoppeld aan een sensor bij de wielen. Zo kan worden gemeten hoever er is gereden sinds de laatste positiemeting. Zo kan ook tussen dichte bebouwing worden afgerekend.

De GPS-satellieten worden geëxploiteerd door het Amerikaanse ministerie van Defensie. Dat is een belangrijk nadeel van dit systeem. Bij oorlogsdreiging kunnen de militairen het systeem opzettelijk onnauwkeurig maken, waardoor heel tolbetalend Nederland vastloopt. Alternatieve technieken, zoals het gebruik van GSM-zendmasten als baken, zijn echter minder precies.

De kosten

Als de positie eenmaal is gemeten, rekent het kastje uit wat een kilometer ter plekke kost. In het geheugen van het kastje zit de kaart van Nederland, met daarin de verschillende tariefzones. Zo'n zone kan een afzonderlijke weg zijn, maar ook een heel gebied. De zones kunnen ook tijdsafhankelijk zijn. Spits kost meer dan lunchtijd.

De bijbehorende tarieventabel staat op de chipkaart. Bij het opladen van de chipkaart worden automatisch de nieuwste tarieven in het geheugen van de kaart geschreven. Dat maakt het voor de overheid makkelijk om tarieven aan te passen. Zodra de chipkaart weer in het kastje wordt gestoken, beschikt het apparaatje weer over de meest actuele tariefgegevens.

Om die reden is de mobiliteitspas, die in 2003 wordt ingevoerd in het openbaar vervoer, minder geschikt voor kilometerheffing. Het geheugen van deze pas is te klein om alle tariefinformatie te bevatten. Die gegevens moeten dan langs een andere weg naar het kastje worden gezonden. Dat kan bijvoorbeeld door een gsm-telefoon in het kastje in te bouwen, maar dat maakt het systeem nog complexer.

Fraude

In het kastje worden alleen gegevens vastgelegd over de doorkruiste tariefzones. Meer informatie is niet nodig om te kunnen afrekenen. Achteraf is daardoor nooit meer te achterhalen waar een auto precies is geweest. De automobilist kan volledig anoniem rondrijden.

Die anonimiteit maakt het lastig om te controleren of er gerommeld wordt met de apparaatjes. Om toch toezicht te kunnen houden, worden de kasjes allemaal uitgerust met een extra zendertje. Politie-apparatuur langs de weg kan daarmee de gegevens op afstand uitlezen. Zit er een kaart in de gleuf? Wordt de goede tariefzone gebruikt? Via de radioverbinding wordt het anoniem gecontroleerd. Bij fraude gaat de flits af en wordt de boete thuisgestuurd.

Dit onderdeel van de techniek lijkt sterk op wat eerder voor de tolpoortjes werd ontwikkeld. Moeilijkheid is de snelheid waarmee de controle moet plaatsvinden. Hoe sneller de communicatie en hoe voller de weg, des te minder betrouwbaar de resultaten. Roel Pieper suggereert daarom vooral op rustige wegen te controleren.

De verleiding is natuurlijk groot om de controle-zender in het kastje los te koppelen van het betaalgedeelte. De zender kan dan altijd de juiste gegevens aan de politie doorgeven, zonder dat er daadwerkelijk wordt afgerekend. De beste manier om dat te vermijden is het integreren van de onderdelen. Dat kan door controlezender, de gps-module en het afrekengedeelte op dezelfde chip te zetten. Het maken van zo'n chip vergt wel enig werk. Maar die integratie maakt wel dat de kastjes uiteindelijk goedkoop te produceren zijn, voor ongeveer tweehonderd gulden.