Druzische bruid slachtoffer van Syrische kwestie

De Syrische aanwezigheid in Libanon is onderwerp van een steeds fellere discussie die inmiddels ook met geweld kracht wordt bijgezet.

Het zag er onschuldig en vooral feestelijk uit, het pakketje dat de nicht van het druzische parlementslid Akram Chehayeb gisterochtend ontving. Over twee weken zou ze gaan trouwen en de hele week al kwamen er naar goed Libanees gebruik cadeaus binnen. Dit pakketje was gepost in Londen waar haar verloofde werkt, en ze kon nauwelijks wachten om het open te maken. Het bleek een bom, die haar ernstig verwondde. Haar moeder en aanstaande schoonmoeder werden eveneens gewond.

De Libanese politie wist meteen dat het ging om de daad van een stalker, maar de meeste Libanezen dachten daar anders over. ,,Het doelwit van deze aanslag is de stabiliteit van Libanon'', zei minister van Informatie Aridi. De druzische leider Walid Jumblatt bracht de aanslag in verband met de campagne van druzische en christelijke politici tegen de Syrische aanwezigheid in Libanon.

Druzen en veel christenen vinden dat na de terugtrekking van Israël uit Zuid-Libanon vorig jaar, nu ook de 35.000 Syrische militairen, de geheime diensten en de circa 500.000 arbeiders uit Libanon moeten verdwijnen, en ze laten dat steeds duidelijker merken. Eerder deze maand kregen ze 150.000 mensen (op een bevolking van vier miljoen) de straat op om te demonstreren tegen Syrië. Het pro-Syrië kamp onder aanvoering van het fundamentalistisch-shi'itische Hezbollah antwoordde met een betoging van 250.000 mensen.

Naspeuringen van Libanese journalisten wijzen inmiddels uit dat de jaloerse stalker in kwestie drie maanden geleden is getrouwd en nu in de Verenigde Arabische Emiraten woont. De bom blijkt bovendien van dezelfde makelij als bij een aanslag op twee anti-Syrische studenten van precies een jaar geleden. Daarmee doet de explosie denken aan eerdere `waarschuwingen' aan het adres van prominente politici met anti-Syrische ideeën, van wie Chehayeb er een is. Vorige week vloog het huis in brand van de christelijke parlementarier Wakim, maandag een kantoor van een anti-Syrische groep, de Beweging van het Volk.

Syrië heeft wat dit betreft een slechte naam. In 1977 verloor druzenleider Walid Jumblat zijn vader Kemal bij een aanslag die alom aan Syrië werd toegeschreven. Toen Walid jaren later bij de toenmalige Syrische president Hafez al-Assad op bezoek kwam, en kritiek uitte op de Syrische aanwezigheid in Libanon, kreeg hij het antwoord: ,,Walid, je doet me zo denken aan je vader.'' Walid wist wat van hem werd verwacht.

De confrontatie over de `Syrische kwestie' wordt alom gezien als de ernstigste crisis in Libanon sinds het einde van de burgeroorlog in 1990. De christenen, een handvol marionetten van Damascus uitgezonderd, willen dat de Syriërs verdwijnen zodat ze Libanon kunnen laten aansluiten bij het Westen en op termijn mogelijk Israël. De meerderheid van de moslims wil dat Syrië blijft om dat te verhinderen. De sunnitisch-islamitische Libanese premier Hariri stelt zich vooralsnog op het standpunt dat de Syrische aanwezigheid ,,noodzakelijk, legitiem en tijdelijk'' is.

Voor gisteren waren opnieuw massale demonstraties van voor- en tegenstanders gepland, maar die werden verboden. Anti-Syrische groepen beperkten daarop hun protesten tot zitstakingen op universiteiten. Een paar honderd pro-Syrische betogers gingen wel de straat op, onder het motto ,,wij hoeven geen toestemming van de Libanese staat''. Ze waren gewapend met bijlen, messen, roestende zwaarden en bezemstelen met daarin spijkers. Eerder in de week reden sunnitisch-islamitische knokploegen provocerend door christelijke wijken, en lieten allerlei milities voor het eerst sinds de burgeroorlog weer van zich horen.

Of de oplopende spanningen zullen uitlopen op een nieuw conflict wordt betwijfeld. Toen de gevechten in 1975 uitbraken, hadden veel externe partijen belang bij instabiliteit, de Palestijnen voorop. Met uitzondering van Irak zijn de Arabische landen nu juist gebrand op stabiliteit, vooral Syrië, waar de nieuwe president Bashar al-Assad de handen vol heeft aan binnenlandse hervormingen en de consolidatie van zijn machtspositie. Ook Israël heeft nu geen belang bij het opstoken van het vuur.

Niettemin zijn de afgelopen dagen hoogst opruiende pamfletten verspreid, waarin de christenen worden bedreigd met oorlog als ze hun ,,pro-zionistische'' campagne voortzetten. Het is opvallend dat Libanese kranten foto's afdrukken waarop jongens die dergelijke pamfletten uitdelen en gewapende pro-Syrië betogers herkenbaar zijn afgebeeld. ,,Ongekend'', zegt een westerse diplomaat in Beiroet. ,,Het suggereert sterk dat zulke clandestiene groepen zich gedekt weten van bovenaf.''