`De Turken hebben niets meer behalve hun woede'

Tienduizenden woedende betogers hebben gisteren in de Turkse hoofdstad het aftreden van de regering-Ecevit geëist wegens haar falende economisch beleid.

Treurig zit Ibrahim, eigenaar van een meubelpaleis in de Istanbulse wijk Alibeykoy, voor zijn winkel. Alle banken en stoelen staan er nog, maar de klanten zijn weg. ,,Vroeger verkocht ik ten minste tien dingen per dag, maar sinds de devaluatie (van de nationale munt in Turkije, de lira) heb ik in totaal één bank verkocht. Deze regering heeft de economie van Turkije de nek omgedraaid. Ik word al allergisch bij het woord `Ecevit'. Als ik een kind had dat Ecevit heette, zou ik het direct de nek omdraaien''.

Graag was Ibrahim, die vorige week het voortouw nam bij de organisatie van protesten van middenstanders in Alibeykoy tegen de economische crisis, gisteren naar Ankara gegaan om daar zijn stem te laten horen. ,,Maar je blijft hopen dat er een klant komt, dus ik bleef hier.'' Ten minste 50.000 anderen namen de honneurs voor Ibrahim waar. ,,Nee tegen de armoede en de corruptie'' en ,,Weg met de regering'', scandeerden zij. Zo hoog zit de woede over de economische crisis, dat de betoging vrijwel direct ontaardde in een veldslag met de politie. Ten minste 200 mensen werden daarbij gewond, onder wie 130 politieagenten. Ook buiten Ankara werd er gisteren gedemonstreerd. In Mersin staken betogers Amerikaanse dollars in brand. Natuurlijk waren het fotokopieën – sinds de munt meer dan een miljoen Turkse lira waard is, haalt niemand het in zijn hoofd een echte dollar te verkwanselen.

De `straat' is niet de enige die het ontslag van de regering eist. Maandag nog verklaarde een machtige werkgeversorganisatie dat de tijd van Ecevit en de zijnen op was en dat zij de fakkel aan anderen moesten geven. De premier zelf, bij ieder optreden voor de camera's bleker en meer aangeslagen, verklaarde gisteren echter wederom dat daar geen sprake van was. ,,Ik geloof niet dat de zoektocht naar een nieuwe regering het land zou helpen, daarom blijf ik op mijn post'', aldus Ecevit.

Maar hoe lang houdt de premier die weerstand nog vol? In Alibeykoy weet Ibrahim beter dan geen ander hoe het water de mensen aan de lippen staat. ,,Iedere keer zegt de regering: de broekriem moet een tandje strakker'', zegt Ibrahim. ,,Maar we zitten nu aan het laatstje tandje, hierna is er niets meer, alleen nog maar woede.'' Ibrahim had tien personeelsleden, maar heeft er inmiddels zeven ontslagen. Hij is zelf de eigenaar van het pand waar het meubelpaleis in gehuisvest is, en hoeft dus geen huur te betalen. Bovendien heeft hij geen lening af hoeven te sluiten om zaken te doen (voor de crisis was de rente 40 procent, nu 250 procent). Mede daarom houdt Ibrahim het nog wel een paar maanden vol. ,,Maar voor anderen is het doek bijna gevallen'', zegt hij, terwijl hij op de winkelstraat in Alibeykoy wijst. ,,Van de 150 winkels zitten er nu al 25 dicht, en de rest volgt binnen een maand.''

Zal ook voor de regering van premier Ecevit het doek vallen? Begin deze week kwam zij met een aantal maatregelen om het tij te keren en vooral het verzet van de middenstand de wind uit de zeilen te nemen. Zo wordt de rente op leningen voor hen voorlopig aanmerkelijk verlaagd en is de regering coulant wat betreft de betaling van belastingen en sociale premies. En nog deze week komt minister Dervis, die zijn functie bij de Wereldbank in het verre Washington opgaf om `superminister' van Economische Zaken te worden, met een nieuwe reeks maatregelen om de Turkse economie vlot te trekken. Maar voor Ibrahim in Alibeykoy is het allemaal niet genoeg. ,,Ik vertrouw ze niet meer, ze moeten weg'', zegt hij. Wederom kijkt hij treurig voor zich uit. ,,Bij de vorige verkiezingen heb ik mijn stem nota bene aan Ecevit gegeven. Nu denk ik: was ik toen maar dood geweest, dat had ik die stommiteit niet kunnen begaan.''

    • Bernard Bouwman