De bodemloze put van Borst

Terwijl deze krant wordt bezorgd vergadert het kabinet nog voort over de begroting voor het verkiezingsjaar 2002. In de afgelopen weken is de minister van Financiën door zijn collega's gebombardeerd met verlanglijstjes. Samen zouden zij volgend jaar voor nieuw beleid bijna twintig miljard gulden willen uitgeven. Volgens de geldende regels van het begrotingsspel is voor dit doel veel minder beschikbaar. De ministers van zorg en onderwijs lijken vandaag als onbetwiste winnaars uit de slag om de begrotingsgelden te zullen komen. Deze uitkomst kan alom op instemming rekenen. Burgers zijn ervan overtuigd dat scholen, ziekenhuizen en de ouderenzorg miljarden extra nodig hebben om bestaande knelpunten te verhelpen.

Die overtuiging is onvermijdelijk gebaseerd op incidentenjournalistiek. Het is de vraag of zorg en onderwijs wel zoveel tekortkomen. Door bijvoorbeeld middelen die nu zijn uitgetrokken voor klassenverkleining en onderwijs in eigen taal en cultuur te gebruiken voor aanschaf van moderne leermiddelen en hogere salarissen voor goede leerkrachten gaan scholen beter functioneren, zonder dat honderden miljoenen op tafel hoeven te komen. Zeker de zorgsector heeft in eerste aanleg niet meer geld nodig dan al eerder beschikbaar is gesteld. Door een doelmatiger organisatie, beter personeelsbeleid en scherpere prioriteitenstelling valt veel te winnen. De nuchtere feiten op een rij. In 1996 kostte de zorg 62 miljard gulden. Sindsdien zijn de zorguitgaven met 20 miljard gulden gestegen. Uiteraard hebben loon- en prijsstijgingen de zorg duurder gemaakt. Maar daarnaast is het volume van de zorg – het aantal bezoeken aan de dokter, de hoeveelheid verbruikte medicijnen, de capaciteit van verpleeghuizen – flink gegroeid. Diverse overheidsinstanties en de koepel van de zorgaanbieders, de Nederlandse Zorgfederatie, publiceren regelmatig berekeningen met hoeveel het zorgaanbod dient toe te nemen om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar zorg. Toen het huidige kabinet zijn regeerakkoord in elkaar zette gaven die berekeningen aan dat het zorgvolume in de periode 1998-2002 hooguit met 2,5 procent per jaar hoeft toe te nemen. In de periode 1996-2000 bedroeg de gerealiseerde volumegroei vier procent per jaar. Het positieve verschil – een extra volumegroei van 1,5 procent of 1,2 miljard gulden per jaar – was mogelijk nodig om schade te repareren die eerder, vóór 1996, is aangericht door bezuinigingen op de zorg. Maar dan zou je verwachten dat patiënten inmiddels iets merken van de toegenomen zorgproductie. De wachtlijsten zijn echter nog niet merkbaar korter geworden – de wachttijden overigens wél.

Ook volgend jaar krijgt de zorgsector vooral geld om het probleem van de wachtlijsten aan te pakken. Het is met wachtlijsten echter als met de armen; die zullen er altijd zijn. Inzet van meer medische specialisten maakt slechts extra vraag naar zorg los, schrijven Smethurst en Williams in het weekblad Nature van 5 april jongsleden. De vraag naar zorg is in beginsel eindeloos groot. Het zijn vooral de aanbieders die de concrete zorgvraag bepalen. Na een uitbreiding van het aantal zorgaanbieders neemt de hulpbehoefte automatisch toe. Wachtlijsten voor medische behandelingen zijn bij zo'n systeem een natuurlijk gegeven. Het heeft geen enkele zin daar steeds meer geld in te pompen.

Krantenartikelen en televisieprogramma's wekken de indruk dat problemen in de zorgsector mede ontstaan door tekorten aan dokters en verpleegsters. Zou de tussen 1996 en 2000 met ruim zestien procent gestegen zorgproductie nog steeds worden gedraaid met de personeelsomvang uit 1996, dan waren veel zorgverleners nu waarschijnlijk overwerkt. Maar zij kregen steun van een legioen nieuwe collega's. Vanaf het midden van de jaren negentig kwamen er meer dan vijfhonderd praktiserende huisartsen bij. Tussen 1995 en 1999 nam het aantal in ziekenhuizen werkzame medische specialisten met bijna vierhonderd toe. In deze periode is de personeelsformatie van de algemene ziekenhuizen met meer dan zestienduizend medewerkers uitgebreid. Al deze cijfers zijn te vinden in de Zorgnota 2001. Personeelsproblemen? De cijfers suggereren anders. Tussen 1996 en 2000 – dus in vier jaar tijd – nam de werkgelegenheid in de sector zorg en welzijn met honderdduizend (!) banen toe. Toch klagen verplegenden steen en been dat er te weinig handen aan het bed zijn. Zij overdrijven, ziekenhuisdirecties stellen hun prioriteiten verkeerd, of de minister verdeelt het geld niet goed. Een andere conclusie is bijna niet mogelijk.

Geen enkele ingewijde betwist dat de zorgsector slecht is georganiseerd. Met de nu beschikbare middelen kunnen dus meer mensen worden geholpen. De voorbeelden liggen voor het oprapen. Veel huisartsen lijden aan computerangst, zodat een project om hun voorschrijfgedrag elektronisch vast te leggen niet vooruit te branden valt. Ziekenhuisdirecties kunnen niet door de behandelmacht van de medische staf heen breken, wanneer een betere zorg aantoonbaar is gediend met een gewijzigde organisatie. In de zorgsector groeien tot nu toe alle voorzieningen, de ene nog sneller dan de andere. Met gedoogsteun van de volksvertegenwoordiging zou minister Borst prioriteiten moeten stellen. Ze durft dat kennelijk niet aan. Integendeel, met rugdekking van het kabinet gaat de verspilling van belasting- en premiegeld volgend jaar door.

    • Flip de Kam