Barenboim leidt tien Wagners

Daniel Barenboim, de dirigent van de Berlijnse Staatsoper Unter den Linden, zal volgend jaar tijdens de Festtage Wagners vrijwel complete opera-oeuvre dirigeren. Alle tien belangrijke opera's van Wagner – van Der fliegende Holländer tot Parsifal –worden in twee cycli opgevoerd.

,,Een klein wereldrecord'', zei intendant Georg Quander, die het programma deze week samen met Barenboim in Berlijn bekend maakte. Barenboim en regisseur Harry Kupfer, die de Wagner-opera's sinds 1996 voor de Festtage produceren, zullen de opera's volgend jaar uitvoeren van 24 maart tot 6 april. Een tweede cyclus wordt van 13 tot 18 april gebracht.

Barenboim zei bij een toelichting op het programma gefascineerd te zijn door cyclische opvoeringen wegens de ,,organische ontwikkeling van een idee en een componist.'' En van Wagner krijgt Barenboim niet genoeg, omdat hij net als Beethoven, ,,een eigen muzikale taal heeft ontwikkeld waarin ik Verdi, Berlioz, Mendelssohn, zelfs Offenbach hoor.''

Met hun twee Wagner-cycli overtreffen Kupfer en Barenboim niet alleen kwantitatief het aanbod van Bayreuth, ook hopen ze een groter internationaal publiek naar Berlijn te lokken. Vorig jaar kwam 17 procent van de bezoekers uit het buitenland.

Nu worden in Berlijn twee producties van Der fliegende Holländer opgevoerd: Götz Friedrichs interpretatie in de Deutsche Oper in het westen van de stad en Kupfers enscènering in het oosten van de stad, waar de Festtage net zijn begonnen

Intussen heeft de Berlijnse Senator voor Cultuur, Christoph Stölzl, bekendgemaakt, dat het in 2002 aflopende contract van Barenboim als artistiek leider van de Staatsoper, wordt verlengd. Barenboim (59) werd in 1991 chefdirigent van de Chicago Symphony Orchestra en tegelijkertijd voor tien jaar artistiek directeur van de Duitse Staatsoper Unter den Linden.

In 1989 baarde Barenboim opzien omdat hij 48 uur na de val van de Berlijnse muur bij de Brandenburger Tor met de Berliner Philharmoniker een concert opdroeg aan de Oost-Berlijners. In 1996 dirigeerde hij op de Potsdamer Platz destijds nog de grootste bouwput van Europa – Beethovens Ode an die Freude. Een jaar later dreigde hij voor het eerst met ontslag in verband met bezuinigingen bij de Staatsoper.

Enkele jaren wist Barenboim besparingen van het lijf te houden. Maar vorig jaar kwam zijn Staatsoper opnieuw onder vuur te liggen, nadat de nieuwe cultuursenator Stölzl uit financiële nood het voorstel opperde de West-Berlijnse Deutsche Oper en de Oost-Berlijnse Staatsoper samen te voegen. Nadat dit een golf van protest had veroorzaakt – niet alleen bij beide dirigenten Barenboim en Thielemann, beide orkesten, maar ook bij de Berlijnse elite – moest de senator bakzeil halen. Nu wordt overwogen of de staat Barenboims Staatsoper en de bijbehorende kosten van 3,5 miljoen mark voor haar rekening zal nemen. Vooralsnog verzet de stadsstaat Berlijn zich hiertegen.

Tijdens de persconferentie deze week wilde Barenboim nog niets over de stand van de onderhandelingen kwijt. ,,Ik heb geleerd dat alles in het leven eindig is'', zei hij cryptisch, maar hij voegde er ook aan toe: ,,Van nature ben ik een optimist.''