Banken gokken mis op ECB

In plaats van een renteverlaging door de ECB, had gisteren een forse renteverhoging plaats op de Europese geldmarkt. Oorzaak: de commerciële banken zelf.

Het Internationaal Monetair Fonds, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de vijf leidende Duitse institituten en de Duitse regering zelf, en zo'n beetje elke bank van betekenis. Allemaal rammelden ze de afgelopen dagen aan de poorten van de Europese Centrale Bank met dezelfde boodschap: verlaag de rentetarieven.

Zo groot als gisteren is de publieke en politieke druk op een centrale bank in Europa om de rente naar beneden te doen nauwelijks geweest sinds augustus en september 1992. Toen werd er enorme pressie uitgeoefend op de Duitse Bundesbank om met een renteverlaging de druk weg te nemen op het Britse pond en de Itailaanse lire. Die twee munten wankelden in het toenmalige Europees Monetair Stelsel, en bezweken kort daarna. De Bundesbank kwam onvoldoende te hulp, en het is de vraag of zij iets had kunnen doen aan de structurele tekortkomingen die de twee valuta's toen toonden.

Zo stoïcijns als Bundesbank-president Helmut Schlesinger zich destijds toonde voor de noodkreten, zo onbewogen was ECB-president Wim Duisenberg gisteren. ,,Ik hoor het wel, maar ik luister niet'', zei hij. Na de vergadering van gisterochtend liet de ECB haar belangrijkste geldmarkttarief, de basis-herfinancieringsrente, ongewijzigd op 4,75 procent. Duisenberg maakte ook duidelijk dat er geen `neiging' (bias) is om de rente te verlagen, en dat de centrale bank haar houding van `wachten en zien' voortzet.

De marktreacties op het besluit werden gisteren nogal overdreven. De koers van de euro eindigde de dag per saldo hoger, en noteerde vanmorgen tegen de 0,89 dollar per euro. En ook de aandelenbeurzen schrokken maar kort.

Anders was dat op de geldmarkt, een relatief onderbelichte maar buitengewoon belangrijke schakel tussen de centrale bank en de buitenwereld. De ECB houdt grip op de rente door banken te verplichten een deel van hun kasmiddelen aan te houden bij de ECB zelf. Banken lenen die `verplichte kasreserve' vervolgens terug van de Europese Centrale Bank. Dat gebeurt elke week, voor een termijn van twee weken. Bij de tweeweekse belening wordt via een veilingsysteem geld toegewezen aan de banken. Zo komen de banken aan liquiditeiten, en houdt de ECB de regie over de hoeveelheid liquiditeiten die zij lenen, en de rente waartegen zij dit doen. Banken kunnen overigens ook bij elkaar terecht op de geldmarkt, maar daar betalen zij een hogere rente dan de ECB hun rekent.

Probleem op de nog jonge euro-geldmarkt is dat banken elkaars groepsgedrag nog moeilijk kunnen beoordelen. Vorig jaar moest de ECB al ingrijpen bij het structureel overbieden op liquiditeiten door banken, en veranderde het veilingsysteem.

In februari van dit jaar ging het voor het eerst mis met onderbieden. Toen werd er op dinsdag, de vaste dag voor de tweeweekse belening, gegokt op een renteverlaging op donderdag daarna. Dat maakte het niet aantrekkelijk om dinsdag al te veel liquiditeiten binnen te halen. Twee dagen later zou de rente immers lager zijn.

Resultaat was dat er zo weinig liquiditeiten werden gevraagd op dinsdag, dat er een tekort op de geldmarkt ontstond. Toen de ECB op donderdag de rente tegen de verwachting in niet verlaagde, werd het tekort acuut, moesten de banken bij elkaar aankloppen en schoot de rente die banken elkaar berekenen, de zogenaamde `Eonia' (Europan Overnight Index Average) omhoog. Tot de volgende dinsdag de banken hun tekorten weer tegen een lagere rente bij de ECB aanzuiverden.

Ook deze week gebeurde dat. Op dinsdag werd, in de verwachting dat de ECB de rente zou verlagen, zo weinig geld gevraagd bij de tweeweekse belening dat er een tekort ontstond van ruim 25 miljard euro op de geldmarkt. De Eonia schoot gistermiddag omhoog van rond 4,75 procent naar 5,47 procent. Door mis te gokken op de ECB verhoogden de banken hun eigen rente effectief met bijna driekwart procentpunt. Wat de reactie van de ECB is, valt te bezien. B. Walschots van Rabo International, dat overigens als een van de weinige banken geen renteverlaging voor gisteren voorspelde, wijst erop dat de centrale banken met een zogenoemde `quick tender' alsnog tussentijds liquiditeit kunnen toevoegen aan de geldmarkt. Maar het is volgens hem ook goed mogelijk dat de ECB niet te hulp komt, en de banken op de blaren laat zitten. Dat gebeurde in februari ook. Vice-president Noyer van de ECB wees er gisteren op dat banken altijd bij de ECB terechtkunnen voor liquiditeiten tegen het toptarief van 5,75 procent.

De schade is symbolisch. 25 miljard euro voor twee weken tegen 1 procentpunt hogere rente komt op een schadepost van maximaal rond de 10 miljoen euro voor de banken samen. Gekrenkte trots is er na dinsdag bij de banken echter volop. Het maakt de ECB er niet populairder op. Maar populair zijn staat ook niet genoemd als taak in de statuten van de Europese Centrale Bank.

    • Maarten Schinkel