Zes art deco vrouwen ontdekt in Tuschinski

Bij de restauratie in de Tuschinski bioscoop is een onbekende muurschildering ontdekt van zes vrouwen. ,,Ineens zagen we een mondje.''

,,Zuivere art deco'' noemt restaurateur Cees Doornenbal de muurschilderingen van zes vrouwen die onlangs bij toeval werden ontdekt, tijdens de restauratie van Nederlands beroemdste bioscoop. Het is slechts een kruip-door-sluip-door rondleiding, die Doornenbal door `zijn' Tuschinski kan geven: door het stof, langs steile ladders en onttakelde gangen. Hij staat sinds begin dit jaar aan het hoofd van de restauratie van het filmtehater Tuschinski in de Amsterdamse Reguliersbreestraat. Van eigenaar Pathé krijgt hij de vrije hand om het pand in zijn oude glorie te herstellen. Pathé's moderne megabioscopen mogen er dan als grijze dozen uitzien, paradepaardje Tuschinski mag schitteren.

Oprichter Abraham Tuschinski lanceerde rond 1918 zijn plan voor een `wereldtheaterpaleis' in de Duvelshoek, een verpauperd stadsdeel tussen de Munt en het Rembrandtplein. Juist daar moest een monument van pracht en praal komen, waar de gewone Amsterdammer na gedane arbeid evenkon baden in weelde. Tuschinski vulde zijn pand met dikke tapijten, uitbundige lampen, marmeren trappen en talloze decoraties, die hij liet ontwerpen door navolgers van de Art Deco, Jugendstil en de Amsterdamse School.

Bij de opening van het theater in 1921 waren de reacties van architecten en journalisten lauw: men vond het onrustig en protserig, in een stijl dielaatdunkend de `Tuschinskistijl' genoemd werd. ,,Maar kitsch is het niet'', zegt Doornenbal geestdriftig. ,,Elke stijl is heel zorgvuldig uitgevoerd. Tuschinski hield gewoon van veel tegelijk.'' Doel van de huidige restauratie is om de oorspronkelijke decoraties zoveel mogelijk te herstellen. Veel wandschilderingen zijn later in effen kleuren overgeschilderd; nu komen, na zorgvuldig krabwerk, bonte patronen in rood, goud, geel tevoorschijn. ,,Vroeger mocht er in de zaal nog gerookt worden'', zegt Doornenbal. ,,Het is onvoorstelbaar wat er aan kleur tevoorschijn komen als je ergens tachtig jaar nicotine-aanslag vanaf haalt.''

Tijdens het krabwerk dook zes weken geleden, vlak onder het plafond in de grote zaal, opeens een damesmondje op. Toen een gezichtje. Twee dramatisch hoog geheven armen. En een prachtige jurk. Zo verschenen er, steeds op enkele meters van elkaar, nog vijf vrouwen. Bartelsman: ,,Ze zijn met zo'n regelmaat aangebracht dat er aan de overkant heel goed nog meer zouden kunnen zijn. De stijl is zuivere art deco. Elke vrouw is anders: de een heeft een hoedje met voile, de ander een weelderige jurk met sluier. Eerst dachten we dat het filmsterren waren, nu houden we het op anonieme figuren, net als de vlindermeisjes beneden.'' De vrouwen, die op geen van de bewaard gebleven originele tekeningen stonden, worden net als de vlindermeisjes op de eerste verdieping aan decorateur Pieter den Besten (1894-1972) toegeschreven, omdat de stijl overeenkomt. Ze zijn waarschijnlijk aangebracht bij de viering van het tienjarig bestaan van Theater Tuschinski in 1931.

Door de vondst komen Doornenbal en zijn medewerkers opeens tijd en geld tekort voor de voltooiing van het toch al zo complexe restauratiewerk. ,,We hopen dat we volgend jaar een van de Kanjers van Van der Ploeg worden, en dan Rijkssubsidie krijgen'', aldus Doornenbal. ,,Pathé wil graag dat de zaal eind dit jaar weer open gaat, maar dat kan niet. Je kunt toch niet zeggen: `Krab dan maar wat sneller'?''