Wetsvoorstel recht op waardevast pensioen voor alle werknemers

Alle werknemers moeten het wettelijk recht krijgen om een waardevast pensioen op te bouwen. PvdA en D66 hebben daarvoor een voorontwerp-initiatiefwetsvoorstel opgesteld.

Na verwerking van de reacties van pensioenfondsen en organisaties van belanghebbenden willen de twee partijen over twee maanden een definitief wetsvoorstel indienen. Waarschijnlijk kan dit voorstel rekenen op de steun van ChristenUnie, GroenLinks en SP, waarmee er een kleine Kamermeerderheid voor is. CDA en VVD zijn tegen, omdat ze de invulling van pensioenregelingen een zaak vinden van werkgevers en werknemers. Ook de werkgeversorganisatie VNO-NCW liet vanmiddag een protest horen. De regeling zou te duur worden en ook overbodig zijn omdat pensioenen nu in onderhandelingen tussen de sociale partners worden geregeld.

Enkele bedrijfstakken, vooral in het midden- en kleinbedrijf, hebben nu geen pensioenregeling. In bedrijfstakken met pensioenregeling worden sommige groepen uitgesloten, bijvoorbeeld mensen met een flexibel contract of werknemers die korter dan twee jaar in dienst zijn. Volgens cijfers van het ministerie van Sociale Zaken gaat het om negen procent van alle werknemers, onder wie relatief veel vrouwen.

De Kamerleden Depla (PvdA) en Schimmel (D66) regelen in het voorstel dat alle werknemers aan een minimum-pensioenregeling mee doen. Pensioenopbouw moet gaan gelden voor werknemers van 18 jaar, en niet zoals nu het geval is vanaf 25 jaar. Volgens Depla en Schimmel heeft dit als effect dat met name vrouwen een betere pensioenopbouw hebben en zij minder last van een pensioengat hebben als zij tijdelijk uittreden.

De twee partijen regelen ook dat het pensioenen waardevast moeten worden. Bij 500.000 tot 800.000 polissen is er geen sprake van prijsindexering. Ook worden groepen vaak uitgesloten van indexering, zoals mensen die eerder zijn gestopt met werken of arbeidsongeschikten (zogeheten slapers).

De wettelijke minimumindexatieplicht, zoals Depla en Schimmel die voorstellen, houdt overigens niet in dat pensioenfondsen een absolute garantie voor een waardevast pensioen moeten geven. Wel moet er `een stellig voornemen' zijn om het pensioen waardevast te houden.