Wat mag wel en niet bij het plegen van euthanasie?

Euthanasie en hulp bij zelfdoding blijven na aanvaarding van het wetsvoorstel als misdrijf in het wetboek van strafrecht opgenomen. Maar de arts wordt ontslagen van strafvervolging als aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Zo moet er altijd sprake zijn van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patient en dient deze ondragelijk en uitzichtloos te lijden. Voordat de arts vervolgens euthanasie verricht of hulp bij zelfdoding biedt moet hij eerst nog een tweede, onafhankelijke arts raadplegen. Vervolgens dient hij bij de lijkschouwer het overlijden als een onnatuurlijke dood te melden.

Of de arts voldoende zorgvuldig heeft gehandeld wordt beoordeeld door een van de vijf regionale toetsingscommissies waarin naast een jurist als voorzitter een arts en een ethicus zitting hebben. Bij twijfel over de juiste gang van zaken moet de commissie dit aan het openbaar ministerie melden. Bij de overige gevallen wordt het openbaar ministerie niet betrokken: dat komt daarnaast alleen in actie als het een misdrijf vermoedt of wanneer aangifte wordt gedaan.

Minister Borst (Volksgezondheid) weigert, zoals een deel van de Eerste Kamer gisteren wilde, de artsen te verplichten om bij de rapportage aan de commissie ook het verpleegkundig verslag toe te voegen. ,,De arts zal dat zeker doen als hij dat nuttig vindt'', aldus Borst gisteren. ,,Voor de rest is het alleen maar extra leeswerk voor de commissie die er overigens in voorkomende gevallen altijd om kan vragen.''

Minister Borst en minister Korthals (Justitie) beogen met de nieuwe wet de meldingsbereidheid onder artsen te verhogen. Uit onderzoek blijkt dat op dit moment artsen die euthanasie verrichten of hulp bij zelfdoding bieden maar in hooguit veertig procent van de gevallen melden. De laatste jaren daalt het aantal meldingen juist. Borst noch Korthals konden gisteren aangeven waardoor het aantal meldingen daalt. Ze wilden ook niet zeggen met hoeveel het meldingspercentage zou moeten stijgen om op dit punt van een succesvolle wet te kunnen spreken.