Wang tegen wang

Bij de kerk van Mheer, in het uiterste puntje van Zuid-Limburg, stond ik onlangs te wachten op de bus naar Maastricht. Heuvels en holle wegen. Opeens veranderden de bermen in struise damesdijen, de weg werd een lokkend pad. Revelatie, door vervreemding veroorzaakte ontvankelijkheid? Hallucinatie door gebrek aan affectie?

De vorige dag had ik voor het eerst van mijn leven een traditionele huwelijksmis meegemaakt. Een fascinerende reeks rituelen voor een nazaat van rabiate wederdopers. Wijwater, wierook, hostie, Gregoriaanse zang, knielen, opstaan en opnieuw knielen. Zelfs het fenomeen huwelijkskaars kende ik niet:

Laat me branden als het moet,

en zolang als het moet.

Totdat jullie, wang tegen wang,

mijn vlammetje doven kunt.'

Ooit bracht mijn vader me als kleuter achterop de fiets naar de zondagsschool in Groningen-Stad; na de scheiding stuurde mijn moeder mij in Enschede naar een Openbare Lagere en na haar tweede huwelijk in Hengelo naar een Christelijke Middelbare school. Daar genoot ik van de bijbellessen, het diepgravende vraag en antwoordspel met de leraar. Tijdens de colleges kunst- en cultuurgeschiedenis later, veel later, was ik een der weinigen die wist van de iconografische hoed en rand. In tegenstelling tot Maarten 't Hart koester ik geen wrok, maar heb ook geen medelijden met gelovigen. Zelfs niet toen ik tijdens de mis de gewrichten van dr. Harry G.M. Prick – de illustere Van Deyssel-biograaf zat met zijn gade een kerkbank verder naar het altaar – tijdens het knielen luid hoorde kraken. Elke keer schoot ik in de lach.

,,Allerbeste PY, volgens mij ben jij voor het eerst in een roomskatholieke kerk'', fluisterde Prick toen het Sanctus klonk. Ik grijnsde, dacht aan de zoete zondige nachten met Nuf, aan haar na afloop van onze traditionele uit- en instorting strijk en zet gefluisterde toverformule: ,,Please sweetie, tell me something I don't know.'' Terwijl de priester iets onbegrijpelijks prevelde, vroeg ik Prick, vorig jaar 75 geworden, waar deel twee van zijn Van Deyssel-biografie bleef. Tussen knielen en kraken door verklapte hij de titel: Op weg naar louter zaligheid.

In de trein naar Amsterdam peinsde ik over de titel en over die van het eerste deel, In de zekerheid van eigen heerlijkheid (1997). Plus wat ik die avond zou antwoorden op Nufs vroeg of laat gestelde vraag. De tot nu toe geheime titel prijsgeven? De priester napraten? Geef ons heden ons dagelijks brood, vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade? Raar maar waar staat `Leid ons niet in bekoring' in mijn geheugen gegrift als `Leid ons niet in verzoeking'. En daar denderde ik nou juist met gretigheid op af. ,,Religion sucks, and you're fucking late'', bitste Nuf toen ik haar 's middags het probleem voorlegde.

Terwijl ik kookte, dribbelde zij voortdurend heen en weer tussen de keuken en haar werkkamer. En stelde in mijn ogen typische damesvragen: hoe zag de bruidsjurk eruit, wat voor kleur, welke stof? Wat voor kapsel had zij, welke kleur haar? Hoeveel mensen waren er in het stadhuis, hoeveel in de kerk en wat hadden die aan, hoe was de bruiloft, enzovoort en zo voort.

Tijdens het eten hield Nuf zich braaf aan het haar in mijn wanhoop opgelegde spreekverbod. Bij de koffie presenteerde zij een nieuwtje: via e-mail had zij zich ingeschreven voor een gratis inburgeringscursus, te volgen in het buurthuis om de hoek. Zij wachtte op bevestiging, daarom liep ze steeds naar de pc in haar kamer. Ik keek bedenkelijk; zij ontplofte. ,,You're a real bastard, everything I do is wrong! I hate you, I really do.''

Na een uur praten werd haar, en mijzelf, duidelijk dat ik jaloers was. Stinkend jaloers. ,,For fuck's sake why, sweetheart? I thought you'd be pleased.'' Ik vertelde dat ik opeens besefte dat het implanteren van woorden, begrippen, zinsbouw, grammatica, een buitengewoon intieme aangelegenheid is. De docent(e) kneedt het Nederlands in hapklare brokken, kiest de woorden en uitdrukkingen die de cursist(e) tot zich neemt. Je wordt gevoed, gevoerd, beïnvloed, geïmpregneerd.

,,Big deal, darling. So what? Do you really think I'll get pregnant?'' lispelde Nuf. Neen melief, en nogmaals neen. Blijf alsjeblieft bij je English/American stamppot. Denk je dat jij na afloop van de inburgeringscursus het verschil weet tussen een gematteerde tuitknak en een gematteerde bolknak? Tussen varen en varens? Hagelslag, neerslag en neerslachtig, rank en slank? Tusen pad (dirtroad) en pad (toad)? Zou je de vernuftige malligheid herkennen in boektitels als In de zekerheid van eigen heerlijkheid en Op weg naar louter zaligheid? Om te maar zwijgen over het subtiele verschil tussen geliefden en gelieven.

Het gehucht waar ik op de bus wachtte heet Mheer. Men spreekt het uit als mhéér (more); vermoedelijk ontleend aan Mijn Heer, tegenwoordig meneer. Oftewel mij & neer, knielen en weer opstaan. ,,Don't tease me, smartass'', grinnikte Nuf. Ik tiez je helegaar niet, bekoorlijke doddekop, lachte ik. Bij wijze van verzoening gingen wij even later wang tegen wang uit grazen. Teder verkenden wij elkanders bermen en kwamen elkaar tegen op het sinds heugenis lokkend pad.

    • Peter Yvon de Vries