Voorkom een euthanasie-klimaat

Behalve de christelijke partijen stemde gisteren ook de Socialistische Partij in de Eerste Kamer tegen het euthanasiewetsvoorstel van de regering. Hieronder een ingekorte versie van de debatbijdrage van SP-senator R.F. Ruers.

Er zijn weinig beslissingen in het leven die zo ingrijpend zijn, zo ver strekkend en zo onomkeerbaar als euthanasie. De SP is van oordeel dat de thans voorliggende verruiming van de euthanasiepraktijk te snel en te ver gaat.

Eén van de argumenten bij dit wetsvoorstel was de verwachting dat bij het codificeren van de euthanasiepraktijk het aantal meldingen van euthanasie zou toenemen. De meest recente cijfers, over 1999 en 2000, zijn daarvoor bepaald geen aanwijzing. Eerder een veeg teken. Harde conclusies zijn in ieder geval niet te trekken. Zeker op een uiterst gevoelig terrein als het onderhavige had van de regering een verstandiger benadering verwacht mogen worden. Wat is erop tegen om bijvoorbeeld eerst vijf jaar ervaring op te doen met de huidige toetsingscommissies en het huidige regime daarbij?

De regering heeft niet aannemelijk kunnen maken waarom het nu reeds noodzakelijk is dat de taak en positie van de commissies moet worden verzwaard. Daarmee bedoel ik het feit dat de commissies die nu adviserend zijn straks een beslissend oordeel gaan geven over de meldingen.

De regering kiest er, terecht, voor dat euthanasie ingevolge artikel 293 een strafbaar feit blijft dat gestraft wordt met een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboetes van de vijfde categorie. In het toe te voegen lid 2 wordt dan de strafuitsluitingsgrond voor de arts geformuleerd, waarbij verwezen wordt naar de zorgvuldigheidseisen. Maar als euthanasie een strafbaar feit blijft, dan is hiermee niet te rijmen dat het Openbaar Ministerie door dit wetsvoorstel per saldo buitenspel wordt gezet.

Wij kennen in ons strafrecht het systeem dat het Openbaar Ministerie het vervolgingsmonopolie heeft en als enige bevoegd is om een vermeend strafbaar feit aan de strafrechter voor te leggen. Daarbij behoort ook het monopolie van de opsporing. Wij zien nu dat het strafbaar feit an sich in de wet is opgenomen, maar dat de toetsingscommissies nu worden belast met de taak die in feite specifiek de taak van het Openbaar Ministerie is.

De commissie heeft in 1999 slechts in drie van de 2.216 gevallen reden gezien om het OM in kennis te stellen van haar bevindingen. Dat betekent dat in 99 procent van de zaken het eindoordeel over het al dan niet verantwoord uitoefenen van de euthanasie in handen komt van de commissie en dat daarmee per saldo de beslisssing over het al dan niet aanwezig zijn van een strafbaar feit verschoven is van het Openbaar Ministerie naar een toetsingscommissie buiten het OM.

De zin in het leven en de behoefte om te overleven of voort te leven kan niet los gezien worden van de omstandigheden waaronder men leeft, de samenleving waarin men leeft, de kwaliteit van het leven. Het is duidelijk dat het leven bepaald wordt door individuele factoren, waarop de samenleving weinig invloed heeft. Dat is een onmiskenbaar feit. Maar, evenmin valt weg te poetsen dat een individu alleen maar kan bestaan in relatie tot zijn omgeving, tot de maatschappij om hem of haar heen. Allerlei invloeden van die samenleving werken in op de zin van het leven en het voortleven.

Je zou dat kort gezegd kunnen omschrijven als de sociale dimensie. Tot die invloeden uit de omgeving die op ieder mens inwerken, behoren ook de economische factoren die in de samenleving steeds sterker gelden. Alles wordt gewaardeerd op economisch belang, op geld, op rendement, op economische productiviteit. Voldoe je daar niet meer aan, dan ben je plotseling veel minder of niet meer in tel en heb je veel minder te vertellen. Dat geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor mensen die om andere redenen in het economische proces niet meer of niet meer zo goed meekunnen: kinderen, gehandicapten, zieken. Waar het nu specifiek gaat om de ouderen, vaak zieken, speelt de kwaliteit van de samenleving een extra grote rol, zeker waar men hulpbehoevend is, waar men verzorging behoeft. Een situatie die zeer velen op het eind van hun leven meemaken. En voor gezondheidszorg, verzorging, ondersteuning, begeleiding etc. heb je je omgeving nodig, de samenleving. Het is een vaststaand feit dat de kwaliteit van de samenleving, de zorg, de kwaliteit van je omgeving van invloed is, direct of indirect, op de behoefte aan euthanasie aan het einde van het leven. Die omstandigheden kunnen als zij goed zijn positief uitpakken en de vraag naar euthanasie doen verminderen en negatief uitpakken en de vraag naar euthanasie versterken. En dan moet ik helaas vaststellen, anders dan de regering ons wil doen geloven, dat juist in de verzorgingssector, de samenleving als geheel de afgelopen jaren zwaar tekortgeschoten is.

De kaalslag die in de zorg het laatste decennium is ontstaan is van een zodanig ernstige aard dat juist daardoor in onze samenleving het klimaat is ontstaan, waarin sommigen zich overbodig voelen en een last voor anderen. Ik koppel daaraan de uitspraak van oud-minister Sorgdrager in Trouw, vorig jaar, waar zij als voorzitter van de toetsingscommissie opmerkt: ,,Soms zien we een dossier waarbij het vermoeden rijst dat er om euthanasie is gevraagd omdat er niets anders is, omdat het ziekenhuis de patiënt naar huis stuurt met de mededeling dat er niets meer gedaan kan worden en er vervolgens op korte termijn geen thuiszorg en geen bed in een verpleeghuis is. Ik weet ook niet zeker of er geen euthanasiegevallen zijn waarbij om euthanasie wordt gevraagd, omdat de patiënt het gevoel heeft dat hij de omgeving tot last is.''

Als zelfs een toetsingscommissie dit al vaststelt, dan is het toch niet raar dat de SP een verband legt tussen de vraag naar euthanasie en de omstandigheden. De overheid, die hier een essentiële en primaire taak heeft, dient te zorgen voor een zeer goed zorgsysteem, waarin een positief klimaat wordt geschapen. Aan die voorwaarde dient voldaan te zijn, willen we kunnen spreken van een verantwoord euthanasiebeleid en van een verantwoorde euthanasiewetgeving.

In het bijzonder pleiten wij in dit verband voor meer palliatieve zorg. Vandaar ons voorstel palliatieve consultatie verplicht te stellen, voorafgaand aan euthanasie.

Ik wil nadrukkelijk het misverstand wegnemen, dat wij niet ieders besluit over zijn of haar leven respecteren. Wij willen ook niemand de maat nemen. Wel willen wij waarschuwen voor een te lichtvaardige bejegening van het thema leven en dood. Helpen bij levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, als er daadwerkelijk sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, zodat een goede dood mogelijk wordt, is voor de SP geen discussiepunt. Dat moet kunnen, ook dat is een vorm van beschaving. Maar aan de andere kant mag euthanasie nooit een gewoon, alledaags verschijnsel worden. Iets waar je even voor kiest, of niet voor kiest. Voorop moet staan en gewoon zou moeten zijn dat wij de menselijke waardigheid voor elk mens garanderen, in welke levensfase hij of zij zich ook bevindt. Als wij voor die menselijke waardigheid zorgen, dan is dat de beste bijdrage aan een menselijke en verantwoorde euthanasiepraktijk.

Mr. R.F. Ruers is lid van de Eerste Kamer en maakt deel uit van de fractie van de socialistische Partij.

    • R.F. Ruers