Steile passie

Als kind vertoonde de zaterdag in Tilburg overleden filmverzamelaar en museumdirecteur Jan de Vaal (78) al celluloidstroken uit de prullenmand van de Zwolse bioscoop De Kroon. Bijna een halve eeuw later zou hij nog steeds uitgescholden worden voor `geniale voddenraper', in verhitte debatten over de toekomst van het Nederlands Filmmuseum, dat van 1952 tot 1986 onder De Vaals directie stond en dat, volgens de talloze criticasters, functioneerde als `een xenofobisch instituut'. De Vaal werd tot aftreden gedwongen door het ministerie van Cultuur, dat eerst zijn adjunct naar voren schoof als tussenpaus en vervolgens Hoos Blotkamp liet benoemen. Onder haar leiding kreeg het Filmmuseum enorm nieuw elan, vooral ook dankzij het ter beschikking stellen van de financiële armslag, waar De Vaal de minister altijd vergeefs om gesmeekt had.

Behalve een inderdaad wat steile persoonlijkheid had De Vaal vooral de pech dat de opvattingen over filmconservering en vertoning van archiefkopieën sterk veranderd waren. Na een leerperiode bij de documentaire productiefirma Multifilm, werd hij in 1946 geïnstalleerd als secretaris van het Nederlandsch Historisch Filmarchief. Onder zijn leiding fuseerde dat in 1952 met het Uitkijk-archief tot het Nederlands Filmmuseum. De vertoningen vonden tot 1973 plaats in het Stedelijk Museum. In dat jaar verwezenlijkte De Vaal een droom door het betrekken van het monumentale Vondelparkpaviljoen. De organisatie en de middelen waren onvoldoende voor het daar laten opbloeien van een uitnodigendecinematheek. De Vaal trok zich terug om zich voornamelijk te wijden aan het behartigen van het erfgoed van Joris Ivens, van wie hij de ambassadeur in Nederland was geweest in al die jaren dat Ivens hier niet goed lag.

In 1994 kreeg De Vaal een speciaal Gouden Kalf voor zijn bijdragen aan de Nederlandse filmcultuur: een schrale troost voor een gepassioneerd beheerder van dromen in de vorm van celluloid.

    • Hans Beerekamp