`Kledingregels bij rechtbank achterhaald'

De rechtbank in Zwolle wil geen invalgriffier met een hoofddoek. De Commissie Gelijke Behandeling behandelt een klacht.

Ayse Kabaktepe (20) is tweedejaars rechtenstudente aan de universiteit van Utrecht. Zij is moslim en draagt een hoofddoek. Hoewel de rechtbank in Zwolle dringend verlegen zit om invalgriffiers, een baantje dat vaak door studenten wordt vervuld, besloot de rechtbank om Kabaktepe niet op een voordrachtslijst te plaatsen voor deze functie. Aangevoerde redenen: het kledingreglement staat het dragen van een hoofddoek niet toe. Ook zou de onafhankelijkheid van de rechter in het geding komen en zou de rechtbank minder neutraal overkomen.

Kabaktepe diende hierop een klacht in bij de Commissie Gelijke Behandeling. Zij zegt dat dat rechtbank onderscheid maakt naar godsdienst. Want in het kledingreglement staat niets expliciet over het dragen van een hoofddoek. ,,Ik kreeg een brief waarin stond dat de griffier verplicht is te verschijnen in toga en bef'', zegt Kabaktepe. ,,In sommige uitzonderlijke gevallen is een baret toegestaan. De vraag is nu of een hoofddoek ook onder de uitzonderingen kan vallen.''

Kabaktepe denkt dat het kledingreglement op mannen is toegesneden. ,,Het regels zijn in 1997 vastgesteld, maar de basis ervan dateert van begin vorige eeuw. In die tijd waren er alleen mannen in de rechtelijke macht.''

Sinds haar twaalfde draagt Kabaktepe een hoodfdoek, om haar geloofsovertuiging uit te dragen. Nooit eerder leidde dat tot conflicten. ,,Voordat ik rechten ging studeren, heb ik specifiek gevraagd of het dragen van een hoofddoek op problemen zou stuiten. Iedereen zei me dat dat niet het geval was, met verwijzing naar de Grondwet. Die garandeert vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting.'' De studente is de eerste twee jaar van haar studie ,,doodgegooid'' met gelijke behandeling. ,,Nu overkomt het mijzelf. Het schaadt wel het vertrouwen in de rechtelijke macht.''

Op 27 april komt de zaak voor bij de Commissie Gelijke Behandeling. Kabaktepe heeft vertrouwen in de goede afloop van de zaak. ,,Ik heb inmiddels heel wat uitspraken doorgenomen van de Commissie. Zij hanteren de begrippen indirect en direct onderscheid naar godsdienst. Mogelijk valt dit in de tweede categorie.''

In 1999 deed de Commissie uitspraak in een zaak waarin een pabo een stagiaire het dragen van een hoofddoek wilde verbieden, omdat dit het neutrale karakter van de school zou aantasten. De Commissie noemde dit een direct onderscheid, omdat er een verband werd gelegd tussen de hoofddoek en neutraliteit. ,Het feit dat verzoekster een hoofddoek draagt, sluit niet uit dat zij aan het uitgangspunt van de school kan beantwoorden'', motiveerde de Commissie haar beslissing.

Het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling is niet bindend, maar de in het ongelijk gestelde partij is volgens een woordvoerder van de Commissie doorgaans geneigd om het oordeel op te volgen. Voor zover bekend is het voor het eerst dat een rechtbank zelf partij is in een zaak die voor de Commissie Gelijke Behandeling dient, afgezien van een arbeidsconflict over vergoedingen. Omdat de rechtbank in Zwolle partij is in deze zaak, wil zij geen commentaar leveren. Ook een woordvoerder van het ministerie van Justitie wil niet vooruitlopen op de behandeling van de zaak: ,,Dan komen alle aspecten wel aan de orde.''