Kamerlid verdient ruim zes ton

Een bedrag van 32 miljard gulden. Zo veel heeft minister Zalm aan belastingmeevallers. En nóg moet het kabinet-Kok op dit moment schrapen om in 2002 een paar miljard aan Kamerwensen op het gebied van zorg en onderwijs bij elkaar te financieren?

De financiële overvloed is betrekkelijk, en is het resultaat van moedwil en misverstand. Het was altijd zo eenvoudig: een lopende uitgave is een bedrag dat periodiek voor onbepaalde tijd wordt besteed. Een investering is een bedrag dat eenmalig opzij wordt gezet. Maar in het verbond dat boekhouding en beeldvorming de laatste jaren hebben gesloten, is de grens vrijwel verdwenen. De `voorraad' wint het langzaam van de `stroom'.

In het bedrijfsleven wordt een vast dienstverband beschouwd als een investering van een paar miljoen: de totale kosten van de nieuwe werknemer over de verwachte termijn dat die werknemer blijft. Uitgaven binnenshuis aan de ontwikkeling van software worden op de balans gezet als bezit. En de kosten van een langlopende reorganisatie worden in één keer genomen. Allemaal lopende uitgaven, die tot voorraad worden omgetoverd.

De vervaging geldt ook voor Den Haag. Niet alles wat als investering wordt aangekondigd, is er een. Als een nieuw kabinet in zijn regeerakkoord bijvoorbeeld `4 miljard extra besteedt aan zorg', moet in de regel worden gelezen: er gaat in de komende kabinetsperiode elk jaar een miljard naar extra zorguitgaven. Vier miljard klinkt natuurlijk een stuk beter, en dus wordt de besteding gebracht als investering. Nu het kabinet-Kok II hard bezig is met de begroting voor volgend jaar, vormt zich een variant die daar sterk verband mee houdt. De aanspraken op extra uitgaven aan onderwijs en zorg vanuit de Tweede Kamer, die het begrotingsproces op dit moment compliceren, verwijzen naar de verwachte belastingmeevaller van 32 miljard in 2002.

Het bedrag van 32 miljard is echter de afwijking van de voorzichtige raming van het regeerakkoord van 1998, en heeft dus een cumulatief karakter. Het bedrag is uiteraard niet `over'. Het komt neer op bijna vier procent van het bruto binnenlands product. Als die 32 miljard daadwerkelijk zou worden besteed, dan had Nederland subiet een begrotingstekort richting 3 procent. In de publiciteit doet zo'n bedrag het natuurlijk wel goed. Maar hoe zouden de betrokken Kamerleden op hun beurt reageren als hun inkomen van jaarlijks 160.000 gulden voor hun zittingsduur van vier jaar zo zou worden berekend? `Kamerlid verdient ruim zes ton.' Ook dat is demagogie.

    • Maarten Schinkel