Jacob Derwig

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Jacob Derwig, die als chauffeur Arie de stiekeme hoofdpersoon van `Bij ons in de Jordaan' werd en nu te zien is als het gewelddadige vriendje van een van de meisjes van dertig uit `Îles flottantes'.

Niet veel meer tot je beschikking hebben dan zwijgende close-ups, dat machtige, nietsontziende wapen van een regisseur die de camera recht op de ziel van zijn hoofdrolspelers wil richten, en dan maar kijken, kijken, kijken. Nu eens geamuseerd, dan weer niet begrijpend, of juist teveel. En misschien gaf zijn gezicht niet eens die hele staalkaart aan emoties te zien, maar suggereerde iets in zijn blik de kijker om zijn éigen gedachten over wat hij allemaal op dat kleine televisieschermpje zag de vrije loop te laten. Nodigde hij hem uit de volkse tronie, de spottende jongensogen van Arie, neef en chauffeur van Johnny Jordaan, als spiegel te gebruiken. Kees Prins kon zingen en schmieren en ontroeren in te televisieserie Bij ons in de Jordaan (regie: Willem van de Sande Bakhuyzen, 2000), maar Jacob Derwig als Arie werd stiekem de hoofdpersoon, want hij was degene door wiens ogen de toeschouwer mocht kijken.

En Jacob Derwig (Den Haag, 1969) doet dat niet alleen op televisie, maar ook in een handvol onberekenbare filmrollen en bij voorkeur in het theater, als Hamlet (bij De Trust) of Platonov (bij zijn eigen gezelschap 't Barre land) of als nurks ettertje in Mark Ravenhills Shopping & Fucking, niet zo heel erg veel eigenwijzer dan die klassieke toneelhelden, trouwens. Die dubbelzinnige manier van spelen past goed bij de hyperbewuste manier waarop de getalenteerde Derwig zich in interviews presenteert. Als een van de weinige acteurs van zijn generatie weet hij te verwoorden waar het in zijn vak om gaat. Dit jaar wordt hij nog verwacht in films van Paula van der Oest, de romantische komedie Zus & Zo en Grimm van Alex van Warmerdam, in wiens De jurk hij eerder een kleine rol had.

Het is voor een toeschouwer een aangename ervaring om een acteur, een ster, een personage te moeten veroveren tijdens het kijken. Anders dan bijvoorbeeld Kevin Spacey, met wie Derwig zich in een interview vergeleek, die bij voorkeur karakters lijkt te spelen die iets anders zijn dan ze lijken, lijkt Derwig er een sport van te maken om zijn rollen anders te laten lijken dan ze zijn. Hij weet het opgewonden vechtersbaasje David uit Temmink (Boris Pavel Conen, 1998), de psychopathische crimineel Patrick uit Lek (Jean van de Velde, 2000) of de junk met de losse handjes die hij nu in Îles flottantes (Nanouk Leopold, 2001) speelt, te laten flirten en vleien op een manier waardoor ze eerst sexy en gevaarlijk worden voordat je ze denkt door te hebben.

    • Dana Linssen